Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De vis werd met subsidie betaald

Home

EMIEL HAKKENES

reconstructie | Waardoor gingen Limburgse viskwekers failliet? Op zoek naar een verklaring stuitten ze op een aangepast onderzoeksrapport en ambtenaren die bang zijn voor 'te veel heibel'. 'Wij zijn belazerd.'

Zittend aan de keukentafel in het Midden-Limburgse Ospel wijst Coen Coumans naar buiten. Hij had het al helemaal uitgedacht: op zijn erf was ruimte genoeg voor een paar gebouwtjes die samen een visverwerkingsbedrijf zouden vormen. Het hele productieproces, van kweek tot slacht, zou hier kunnen plaatsvinden.

Met het kweken van vis was Coumans in de jaren negentig begonnen. Hij groeide op op een kalkoenenboerderij, maar zag in dat viskweek goede handel was. Geen paling, want die vis is heel bewerkelijk, maar Afrikaanse meerval. Deze donkergekleurde tropische zoetwatervis groeit snel en stelt weinig eisen aan zijn leefomgeving - een ideale kweekvis. In de Viswijzer, die vis beoordeelt op duurzaamheid, komt de meerval er goed uit. De kweek leidt niet tot negatieve effecten op de directe omgeving en de gekweekte dieren worden doorgaans op een 'humane' manier gedood. Na een maand of zes is de meerval rijp voor de slacht en consumptie. Met zijn stevige structuur is de vis goed te bakken of te grillen.

Het ging Coumans' meervalkwekerij goed. Totdat hij in het najaar van 2007 iets curieus hoorde van zijn voerleverancier. Tot zijn eigen verwondering, zei de leverancier, moest hij tegenwoordig ook meervallenvoer leveren aan een andere kwekerij in de regio. Dat is een bedrijf van Jan van Rijsingen, een bekende Limburgse ondernemer in vis en bestuurder in de Nederlandse kweekvisserijsector. Iedereen wist, zegt Coumans, dat Van Rijsingen geen meervallen kweekte maar tilapia. En dat nog wel met een innovatiesubsidie: van het ministerie van landbouw, natuur en voedselveiligheid, van de EU, de regio Eindhoven en de provincie Noord-Brabant. De gesubsidieerde kweekvis slaat namelijk twee vliegen in een klap: het is een manier om de visserijsector te hervormen én om nieuwe mogelijkheden te bieden aan Brabantse en Limburgse boeren die aan de grond zaten na de varkenspest van 1997.

Meervalkweker Coumans heeft geen moeite met subsidie voor de kweek van tilapia, zegt hij. Het is geen directe concurrent voor zijn vis, en als het ervoor zorgt dat Nederlanders meer vis gaan eten, kan hij er misschien zelfs profijt van hebben. Maar wat moet Van Rijsingen met voer voor meervallen? Kweekt hij die soms ook? Is dat niet in strijd met de subsidievoorwaarden? En is meervallen kweken op een met overheidsgeld opgezet bedrijf geen oneerlijke concurrentie voor kwekers die alles met eigen geld doen?

Boete

De tilapiakwekerij heeft dan al bezoek gehad van de Algemene Inspectie Dienst (AID). Die stelt in de zomer van 2007 vast dat er in een aantal kweekbakken meervallen zwemmen. Als het ministerie van LNV hoort dat in het gesubsidieerde tilapiaproject ook andere vis wordt gekweekt, moet Van Rijsingen een deel van zijn subsidie terugbetalen. Tegen een visserijvakblad zegt Van Rijsingen dat afgunstige kleine kwekers de inspectiedienst hebben getipt. Coumans wijst die suggestie van de hand: hij hoorde pas maanden later van de meervallen op de tilapiakwekerij.

Stoppen met de meervallen doet Van Rijsingen na de boete niet. Als de subsidieperiode voor tilapia voorbij is, gaat hij juist volledig over op het kweken van meerval. Dat hij dit doet in een kwekerij die hij kon opzetten dankzij overheidsgeld vinden Coumans en andere meervalkwekers oneerlijk. De meerval van Van Rijsingen wordt op de markt gebracht onder de merknaam claresse en aangeprezen als een heel nieuwe vissoort.

Coumans en zijn collega's zien de vraag naar hun meerval zienderogen verminderen en wijten dat zelf aan de introductie van claresse. De prijzen van meerval kelderen navenant, volgens Coumans met twee derde. Dat houdt hij nog even vol maar in het voorjaar van 2009 is hij gedwongen zijn bedrijf te stoppen.

Coumans en zijn collega's voelen zich oneerlijk weggeconcurreerd door Van Rijsingen. Ze dienen klachten in bij de subsidieverstrekkers in Eindhoven, Den Bosch en Den Haag, en als die worden afgewezen beginnen ze rechtszaken. Ze eisen dat de subsidie aan Van Rijsingen wordt teruggevorderd én dat hun schade wordt gecompenseerd. Dezelfde vragen keren telkens terug: heeft Van Rijsingen de voorwaarden voor zijn tilapiasubsidie geschonden? Hebben de subsidiegevers voldoende controle uitgeoefend? Is de claresse hetzelfde als een meerval en daarmee een concurrent op de markt? Heeft de subsidie aan Van Rijsingen ervoor gezorgd dat de andere meervalkwekerijen ten onder gingen?

Kamervragen

Coumans zoekt steun bij de politiek. Er volgen Kamervragen, waarna het ministerie in het najaar van 2009 laat onderzoeken wat er aan de hand is in de Nederlandse kweekvissector. Het onderzoek wordt verricht door vijf wetenschappers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van de Wageningen Universiteit. In maart 2010 verschijnt hun rapport. Ze schrijven ook enkele passages over meerval en claresse: 'Het product claresse verschilt wat betreft kleur en textuur van filet van Afrikaanse meerval'. Dat er meervalkwekers failliet gaan, ligt volgens de onderzoekers aan de kleine markt voor die vis, de gebrekkige onderlinge samenwerking, en aan de economische crisis.

Met vier dode vissen verschijnt Coumans in juni 2010 voor de rechter in Den Bosch, waar hij de afwijzing van zijn bezwaren door de minister aanvecht. Kan iemand, hetzij de rechter hetzij Van Rijsingen, aanwijzen welke de meervallen zijn en welke claresse? De rechter oordeelt dat er geen verschillen zijn en dat de vissen elkaars concurrent zijn. Dat is een overwinning voor Coumans maar Van Rijsingen gaat in hoger beroep.

In een volgende rechtszaak eisen Coumans en zijn medestanders in 2013 bij de rechter in Den Bosch compensatie van de provincie Noord-Brabant voor de schade die ze hebben geleden door de subsidie aan Van Rijsingen. De provincie beroept zich nu op het rapport van het LEI en de rechter weegt dat onderzoeksrapport expliciet mee in zijn oordeel: dat de meervalkwekers ten onder zijn gegaan, heeft blijkens het onderzoek meerdere oorzaken, en kan daarom volgens de rechter niet worden geweten aan de vroegere subsidie voor Van Rijsingen.

Coumans wordt hoe langer hoe verbetener. Zijn kinderen, zegt hij, weten hun hele leven al niet beter of hun vader is in een juridisch gevecht verwikkeld.

Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur wil Coumans inzage krijgen in alle stukken die betrekking hebben op de subsidie aan Van Rijsingen. Na een langlopende procedure kan hij dit voorjaar stukken komen inzien op het ministerie van economische zaken in Den Haag. In een map doet Coumans twee belangrijke vondsten. Allereerst vindt hij interne correspondentie van het ministerie, waarin ambtenaren erkennen dat Van Rijsingen is bevoordeeld doordat hij na afloop van zijn tilapiasubsidie alle apparatuur 'om niet' kon overnemen voor de kweek van meervallen. Maar, staat in een mail die Trouw in bezit heeft, terugvorderen van de subsidie ziet men op het ministerie niet zitten 'omdat dat te veel heibel gaat geven'.

Mailwisseling ambtenaren

Daarnaast vindt Coumans een print van een mailwisseling tussen twee ambtenaren van het ministerie. De een is Beleidsadviseur Binnenvisserij en Aquacultuur, de ander Adviseur Recht en Rechtsbescherming. Ze bespreken het rapport van het LEI, dat dan nog niet officieel gepubliceerd is. 'In dat rapport staat ook iets over claresse en meerval', mailt de beleidsadviseur. 'Mijn vraag is of deze tekst negatief kan doorwerken voor LNV ivm de lopende rechtsprocedures van Coumans? Zo ja, heb je suggesties om de tekst aan te passen?'

De ambtenaar vraagt de jurist dus om te beoordelen of de wetenschappers hun bevindingen wel zó formuleren dat die in het belang van het ministerie zijn.

'Heb LEI-rapport bekeken', antwoordt de jurist de volgende dag. 'Roept wel weer vragen op bij ons verhaal voor de rechter.' De jurist schroomt niet suggesties aan te dragen voor wijzigingen in het Wageningse onderzoeksrapport. Er staat bijvoorbeeld in dat het 'niet uit te sluiten' is dat claresse een directe concurrent voor de meerval is. Volgens de juriste kan er beter gesteld worden dat er 'onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van substitutie van Afrikaanse meerval door claresse'. Haar aangedragen formulering komt woordelijk terecht in de officiële versie van het onderzoeksrapport.

Coumans presenteert zijn vondst aan het LEI en wil graag opheldering over deze gang van zaken. Als de viskweker of een collega belt of mailt met het instituut worden ze afgewimpeld. Ook hun advocaat wordt per mail met een kluitje in het riet gestuurd.

Via de politiek boekt Coumans meer succes: na Kamervragen van de SP aan staatssecretaris Van Dam stelt het LEI een intern onderzoek in. Het resultaat daarvan is, leert navraag van Trouw, dat het college van bestuur van de Wageningen Universiteit de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de universiteit heeft geïnformeerd. Die zal het handelen van de betrokken onderzoekers onder de loep nemen.

Aanpassing rapport

"Het college van bestuur vindt dat over de onafhankelijkheid en integriteit van het onderzoek geen zweem van verdenking mag bestaan", laat de woordvoerder van de universiteit in een reactie weten. "Onderzoekers moeten zonder last of ruggespraak hun bevindingen rapporteren met als enige basis hun onderzoeksdata. Als een formulering niet duidelijk is, kan dat leiden tot redactionele aanpassingen of nadere toelichting, maar conclusies mogen niet worden aangepast omdat een andere formulering een opdrachtgever beter uitkomt."

Waarom de Wageningse wetenschappers instemden met aanpassing van het rapport is niet duidelijk. De hoofdauteur was, ondanks herhaaldelijke verzoeken om contact, niet voor een toelichting bereikbaar. Ook de Beleidsadviseur Binnenvisserij en Aquacultuur van het ministerie van LNV, die het viskweekrapport voor publicatie liet 'toetsen', wil geen nadere uitleg geven. "Ik heb een vermoeden waarop u doelt", zegt hij aan de telefoon. "Maar ik kan daar niets over zeggen."

De man werkt inmiddels niet meer als ambtenaar op het ministerie. Sinds 2011 is hij zelf ook in dienst van de Wageningen Universiteit. Of hem dat niet in een lastige positie brengt? "Over medewerkers doen wij, enkel al uit privacyoverwegingen, geen enkele mededeling", antwoordt de universiteitswoordvoerder.

Van Rijsingen verblijft in het buitenland, maar is bereid zijn visie te geven: de gesubsidieerde tilapiakwekerij, zegt hij, was niet bedoeld als opstapje naar grootschalige meervalkweek. Zijn bedrijf deed al langer ook aan meerval, en toen de tilapia economisch niet rendabel bleek (door concurrentie van goedkope pangasius) is die kweek stopgezet. De meervalproductie uitbreiden was daarna niet meer dan logisch. En ondanks de subsidie, zegt Van Rijsingen, heeft hij op het hele project een miljoenenverlies geleden.

En die boete na de inspectie van de AID? "Die fout hebben we erkend", zegt Van Rijsingen. Volgens hem was het een onhandige vergissing: de verkeerde vis in de verkeerde bak op het verkeerde moment. Volgens Van Rijsingen is de meervalkwekerij van Coumans failliet gegaan door een algeheel slechte markt.

Coumans zelf ziet in de mailwisseling op het ministerie en in de aanpassing van het Wageningse onderzoeksrapport evenwel een bewijs van zijn gelijk: hij is oneerlijk weggeconcurreerd. Dit voorjaar nog verloor hij opnieuw een rechtszaak, waarin hij wederom compensatie van zijn schade eiste, ditmaal van het ministerie van economische zaken. Hij en zijn medestanders gaan weer in hoger beroep. Want, zegt Coumans aan zijn keukentafel in Ospel: "Wij zijn belazerd."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel