Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De viool is eindelijk verkocht

Home

door Sandra Kooke

Op zijn achtentwintigste kocht violist Herman Krebbers zijn Bergonzi. Vrijdag verkocht hij hem, na 53 jaar lief en leed te hebben gedeeld, aan het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.

'Een emotioneel moment? Nee hoor, het is een bevrijding dat ik mijn viool heb verkocht. Ik ben altijd ongelooflijk voorzichtig geweest. Dit is een heel kostbaar instrument. Ik ging er soms mee in de trein. Ik voel me bevrijd van die verantwoordelijkheid.''

53 jaar geleden kocht Krebbers (81) deze Bergonzi. Hij was toen net twee jaar concertmeester bij het Residentie Orkest. De viool ging later mee naar Amsterdam, waar hij concertmeester van het Concertgebouworkest werd. Met de Bergonzi ontroerde hij in Bachs 'Erbarme dich', speelde hij met zijn vriend Theo Olof in Bachs dubbelconcerten, schitterde hij onder meer in zijn lievelingsvioolconcert, dat van Beethoven, en in kamermuziek met het Guarneri Trio. In 1979 raakte zijn rechterarm door een val uit een boot uit de kom. Hij zou nooit meer kunnen spelen, voorspelde de dokter. Krebbers ging lesgeven. De Bergonzi reisde in deze tweede carrière mee naar masterclasses over de hele wereld. Tot hij in 2001 stopte met lesgeven aan het conservatorium in Amsterdam. Nu ontvangt hij zijn leerlingen van over de hele wereld bij hem thuis in Tilburg en is de dure Bergonzi met zijn grote klank wat overbodig.

Krebbers kocht de Bergonzi -die rond 1750 in Cremona werd gebouwd door de belangrijkste opvolger van Stradivarius, Michel Angelo Gerolamo Bergonzi- in 1952 van vioolhandelaar Max Möller. Over prijzen mag niet worden gesproken, maar het was toentertijd een enorme uitgave. ,,Ik had een gezin met kleine kinderen. Ik was net aangesteld als concertmeester in Den Haag en ik verdiende niet genoeg om zo'n viool te kunnen kopen. Ik betaalde Möller per maand tweehonderd gulden ter afbetaling. Dat was een enorme aderlating voor het gezin. Daarom ben ik altijd ongelooflijk zuinig op het instrument geweest.''

,,Ik viel meteen voor de klank. Ik heb talloze instrumenten bekeken, geleend, uitgeprobeerd. Ook van grotere naam. Deze viool lag meteen prettig in de hand. Ik werd gefascineerd door het gemak waarmee ik hem kon bespelen en door de klankrijkdom. Een goede violist behoeft een goed instrument dat alle hoeken van de zaal bereikt.''

Wat het geheim van zijn viool was, weet Krebbers niet. ,,Als dat zo eenvoudig was, zou je een goede viool kunnen nabouwen. Kenners zeggen dat het geheim van een viool zit in de samenstelling van de lak of in het aantal laklagen. Bij dat laatste krijg ik associaties met een geschilderde garagedeur, maar een bijzondere samenstelling van de lak zou best het geheim kunnen zijn. Maar eerlijk gezegd heb ik er nooit bij stilgestaan. Net zomin als ik de geschiedenis van het instrument ken of de vorige bespelers. Ik was alleen maar ontzettend blij met deze viool. Vooral als je je wat minder goed voelt, is zo'n viool een kameraad.''

Toch dacht Krebbers er de laatste jaren steeds meer aan om hem te verkopen. ,,Stel dat ik dood ben en mijn vrouw moet zelf deze viool verkopen? Wat weet zij daarvan? Of mijn kinderen? Kunnen zij tegen de handelaren op?''

Al in 2001 speelde de verkoop van zijn viool door zijn hoofd. Maar hij had een paar eisen. De viool zou in Nederland moeten blijven. De handelaren uit Tokio, die waarschijnlijk een betere prijs zouden bieden, vielen daarom af. Ook wilde Krebbers de viool niet uitlenen voor taxatie of uit laten proberen door een violist. Bij alle onderhandelingen verloor hij de viool geen moment uit het oog. Daardoor viel ook het Concertgebouworkest, dat een eigen instrumentenfonds heeft, tot zijn spijt af. ,,Met het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds heb ik mooie afspraken kunnen maken.''

Emotioneel is Krebbers dus niet over het verdwijnen van de viool uit zijn leven. ,,Weet u wat emotioneel was? Toen ik niet meer kon spelen na het bootongeluk. De arts zei: vioolspelen kun je wel vergeten. Iedereen dacht toen: 'Die springt van het balkon.' Maar ik ben gaan lesgeven en er kwam een hele nieuwe wereld met masterclasses en jury's over de hele wereld voor in de plaats. Bovendien had ik eindelijk de tijd om me te verdiepen in repertoire. Ik nam alles door en zei vaak tegen mezelf: 'Nou Krebbers, dat had je vroeger beter anders kunnen doen.' De gelukkigste periode van mijn leven. De rust was heerlijk.''

,,In het begin legde ik bij het spelen een kussen op de grond, omdat de leerlingen schrokken als de strijkstok weer eens op de grond kletterde. Later betrapte ik mezelf erop dat ik de rechterarm weer ging gebruiken om zware dingen op te rapen. En toen kwam na vijf, zes jaar het moment dat ik weer kon spelen. Dat was heel raar. Mijn hand was nog niets vergeten. Het was of ik de viool maar een paar weken niet in handen had gehad. Toen vroeg iedereen: ga je weer grote concerten doen? Maar -en dat was een moeilijk besluit- daar heb ik 'nee' tegen gezegd. Ik was bang dat de mensen zouden zeggen: 'Je kunt toch wel horen dat hij een ongeluk heeft gehad.' De mensen hadden mooie herinneringen aan mijn spel. Die wilde ik niet bederven. Van die beslissing heb ik nooit spijt gehad. Mensen vroegen wel eens, voor het ongeluk: waarom werk je zo hard? Maar ik wilde alles, alles doen. Toen het ongeluk kwam, dacht ik: ik heb het toch goed gedaan. Ik heb iets weten af te ronden. Ik werkte toen al een half mensenleven, want ik ben op mijn tiende begonnen.''

Op tafel ligt een boek over Herman Krebbers als leraar. Al zijn leerlingen staan erin. Het is een relatiegeschenk van een bedrijf. Er staat een aanplakbiljet in van zijn eerste concert uit 1933: 'de jongeheer Herman Krebbers, viool' staat er. ,,Ik was toen tien jaar'', lacht hij.

,,Ik heb een vreselijke jeugd gehad'', vervolgt hij ernstig. ,,Mijn vader wilde dat ik violist werd. Daarom ging ik met twaalf jaar naar Amsterdam, waar ik les kreeg van Oskar Back. Ik was in huis bij een joodse vrouw die heel streng was. Ik mocht de krant lezen als ik hem maar zo terugvouwde dat hij ongelezen leek. Daar heb ik kennelijk mijn perfectionisme opgedaan. Ik had enorm heimwee, omdat ik maar eens in de maand naar huis mocht.''

,,Ik woonde ook een tijd bij de directeur van het muzieklyceum, in de Lairessestraat. Ik mocht de straat niet op en geen bezoek ontvangen. Dat ik dit heb doorstaan, heb ik te danken aan Theo Olof, die toen al mijn vriend was. Ik hing een touwtje uit de brievenbus en zo kwam hij stiekem bij mij binnen. Theo is al

71 jaar mijn vriend.''

,,Mijn ouders konden mijn studie niet betalen. Ze hebben alles, alles voor me opgeofferd, maar ik was toch afhankelijk van andere mensen die mij hielpen. Dat is geen prettig gevoel, die afhankelijkheid. Want ze lieten het me ook merken. Afschuwelijk was dat. Daar komt mijn grote voorzichtigheid vandaan. Ik heb gedacht: nooit wil ik meer afhankelijk zijn. Daarom was ik blij om concertmeester te zijn. Dat is veel zekerder dan een leven als solist.''

De laatste onzekerheid heeft hij nu opgelost: de verkoop van de viool. Waarschijnlijk kreeg hij er een bedrag voor dat tussen een half en een heel miljoen euro in zit. ,,Vrijdag tijdens de overhandiging speelde ik voor de allerlaatste keer op het instrument. Toen realiseerde ik me even goed wat deze viool me al die jaren heeft gegeven. Ik ben blij dat hij nu in goede handen is.''

Op de stoel naast de kast, waar altijd de Bergonzi lag, ligt nu een nieuwe viool. Geen oude, maar een gloednieuwe. Een bevriende vioolbouwer heeft de Bergonzi exact nagemaakt en deze viool bevalt Krebbers zo goed dat hij deze gekocht heeft. ,,De mensen zullen niet kunnen begrijpen dat ik op een moderne viool wil spelen. Maar ik wist meteen dat ik deze wilde hebben.'' Hij speelt een stukje 'Liebesleid' van Kreisler. ,,Hoor je die echo? Mooi, he. Kijk, het scheelt natuurlijk enorm dat ik nu dit instrument heb.''

Deel dit artikel