Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verschijning van een blonde Jezus in een blauwe toga, dat is wel heel makkelijk

Home

Stephan Sanders

© martien ter veen

Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven. 'Ik neem het woord God in de mond, om te zien of ik het kan uitspreken zonder te giechelen.' Op deze plek doet hij maandelijks verslag van zijn vorderingen

Een paar jaar geleden zou ik een boekrecensie die zo begint meteen hebben overgeslagen: 'Zomaar uit het niets verscheen Jezus aan de Deense journalist Charlotte Rørth.' (de Volkskrant, 10 juni). Deze krant had een interview met de schrijfster, en de kop was nog krachtiger: 'En toen ontmoette ik Jezus'.

Lees verder na de advertentie

Occulte onzin. Jezus maar liefst. Jezus die verschijnt 'als een hologram (...) in een blauwe toga. Zijn gezicht is van een klassieke schoonheid, als een Griekse God'. Aha, én de Oudheid én het hologram, modieus versmolten tot een beeld. Rørths Jezus spreekt Deens, het zal u niet verwonderen, en is ook nog eens blond, 'met wuivende lokken en groen-grijs-blauwe ogen'. Die heeft te vaak naar 'Jesus Christ Superstar' gekeken (1973), en verwart de Mensenzoon met de inmiddels ook wat ouder geworden hoofdrolspeler Ted Neeley.

Niet eerlijk: andere mensen gaan naar de kerk

Maar nu lees ik de recensie wél, als gelovige en toch ook nog steeds als scepticus. Het verhaal is snel verteld: niet-religieuze Deense journaliste ontmoet op latere leeftijd in een Zuid-Spaans dorpje Jezus, in levende lijve. Nu zijn verschijningen, zeker in de katholieke traditie, geen uitzondering, maar als ik dit lees begint alles in me te steigeren, vooral ook omdat Rørth naar eigen zeggen 'niets aan haar leven hoeft te veranderen', want Jezus 'liet zien dat het goed was dat ik besta'. Geloof, kerk, verder allemaal overbodig, want de Deense beschikt nu over kennis uit de eerste hand. Dat is een fijne zelfbemoedigende boodschap, die precies past in het mandje van de psychobabbel en de mindfulness.

Woede

Ik heb dat boek, 'De dag dat ik Jezus ontmoette', niet gelezen, alleen wat recensies, en toch slaan mijn hoon en agressie meteen toe, als waakhonden die zich losgerukt hebben van hun ketting. Waarom wil ik dit verhaal zo verbeten als niet waar zien? En vooral: ben ik niet aan het herhalen wat mezelf wel overkomt? Zodra je voorzichtig over God begint, kan je ogenblikkelijk de volle weerzin van je omgeving in het gezicht geblazen krijgen.

Ongeloof laat zich kennelijk het liefst begeleiden door smaad en schimpscheut. Waarom kan ik die Deense vrouw niet haar geloof laten, en haar verschijningen?

Ik noem wat mogelijkheden. Afgunst: deze niet religieuze Rørth ontmoet op zekere dag Jezus die zich expliciet tot haar richt, en voelt nu continu Zijn Licht. Niet eerlijk: andere mensen gaan naar de kerk, verdiepen zich, bidden, zingen, en verrichten goede werken in gepaste stilte - en nog steeds geen glimp van een heus Jezus-hologram.

Het is een al te menselijke redenatie, want zoals een vriendin me laatst vertelde, werkelijk tussen neus en lippen door, toen we het over de bijbelse parabel van de Verloren Zoon kregen: 'Ja, het is misschien niet rechtvaardig, maar de centrale boodschap van het christendom is dan ook de Liefde - en die is niet altijd eerlijk'.

Eindeloze oefening

Wat me verder stoort: het gemak waarmee de Deense schrijfster alles richt op dat Jezus-contact van haar, first name base, waarbij God, kerk, traditie en alles wat met Lernen en verdieping te maken heeft zonder pardon overboord wordt gegooid. Ik kom er steeds meer achter dat het christelijk geloof ook een eindeloze oefening is, om 'nader tot U' te komen. Juist die eeuwenlange traditie van zoeken, geloven, volharden, en soms aan den lijve ervaren is mij lief. Wie de kerk, ja zelfs het geloof afdoet als onnutte obstakels die 'de authentiek boodschap van Jezus' alleen maar in de weg staan, vernietigt een cultuurgeschiedenis die wel degelijk de gestolde Godservaring belichaamt.

Van oudsher heeft de christelijke kerk werk gemaakt van het onderscheid tussen geloof en bijgeloof

Het eenmalige Jezus-contact heeft geen Paulus of Augustinus nodig. De evangeliën kunnen ook van tafel, want het gaat enkel om de ervaring van 'Me, Myself, I'.

Daar zie ik geen mensen van komen die naar Beter streven, laat staan een hele gemeenschap.

Bijgeloof

Al met al is het ook onuitstaanbaar dat ik nu een tijdje piano aan het studeren ben, iedere dag een kleine etude, en dat deze vrouw claimt meteen 'Das Wohltemperierte Klavier' te beheersen; niks voor gedaan, zomaar aan komen waaien. Alweer afgunst, het kinderlijke deuntje van de verongelijktheid.

Van oudsher heeft de christelijke kerk werk gemaakt van het onderscheid tussen geloof en bijgeloof. En dat pakte altijd uit volgens de formule die de dichter J. C. Bloem zo treffend muntte: 'Bijgeloof is het geloof van de andere'.

Ik kom net kijken, en nu al de neiging om me te gedragen als de rechter die het ware van het valse onderscheidt. Deemoedig daarom deze anekdote van Herman Finkers, die vroeger op de jongensschool in Almelo werd 'doodgegooid met dogma's'.

'Het dogma van 1+1=2.' En: 'Een boom is in wezen niets anders dan een zuurstoffabriek.' Tot op een dag de kapelaan in de klas komt, die vertelt: 'Er is maar één God. En Hij bestaat uit drie personen.'

Finkers: 'Ik dacht: Goddank, eindelijk iemand met wie je fatsoenlijk kunt praten.'

Deel dit artikel

Niet eerlijk: andere mensen gaan naar de kerk

Van oudsher heeft de christelijke kerk werk gemaakt van het onderscheid tussen geloof en bijgeloof