Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verloren strijd tegen drank

Home

Jan Auke Brink

Het definitieve einde van de Nederlandse drankbestrijding is nabij. De christelijke exponent van de eens zo kloeke beweging legde vorige maand het bijltje erbij neer. ,,Christenen zien zichzelf niet meer als voorbeeld in de maatschappij.''

De Nederlandse drankbestrijding is op sterven na dood. De meeste leden zijn te oud om de strijd voort te zetten en opvolgers zijn er niet. Vorige maand heeft de Christelijke Beweging voor Drankbestrijding (CBD) zichzelf opgeheven. De club, die nog 250 donateurs telde, bleek niet langer in staat nieuwe bestuursleden te vinden. Met de opheffing is een einde gekomen aan meer dan honderdvijftig jaar protestants verzet tegen alcohol. Een geschiedenis vol strijd en lijdzaam toezien.

Henk Ploeger (79) is oud-secretaris van de CBD. In zijn huis in Arnhem vertelt hij hoe hij als tiener een dronken man een jong meisje naar huis zag slaan. Naar eigen zeggen besloot Ploeger op dat moment nooit alcohol te zullen drinken. In 1942 werd hij lid van een baptistengemeente waar de afspraak bestond dat leden geen alcohol gebruikten. ,,Tijdens de oorlog was er gebrek aan alles, dus ook aan drank. Daardoor dronk bijna niemand. Maar na de oorlog greep de drank weer om zich heen. Toen begonnen ook de verenigingen tegen drank weer te ageren. Maar het aanzien van de beweging nam af. Mensen zagen de noodzaak van onze strijd niet meer.''

Het gevecht tegen alcohol woedde toen al anderhalve eeuw. In de beginjaren waren vooral medici bezorgd over het gebruik van sterke drank. Voor die eerste drankbestrijders was geheelonthouding geen item. De strijd richtte zich alleen op sterke drank. Tekenend is de uit 1829 stammende brochure 'Gezondheidsleer voor het volk' van de arts J.J. Penninck. Daarin hield de auteur een warm pleidooi voor het herstel van bier als volksdrank. Vooral zogende vrouwen en personen die zittende arbeid verrichten, raadde hij het bier van harte aan.

Bier werd tot ver in de 19de eeuw als ideale vervanger van sterke drank gezien. Volgens Jaap van der Stel -hij promoveerde in 1995 op een studie naar drankbestrijding in Nederland- kwam het zelfs tot begin 20ste eeuw voor dat kinderen in leeslesjes leerden dat bier gezond was. Het lesje op de volgende pagina bestreed vervolgens het nuttigen van sterke drank.

Die focus op vooral jenever kwam voort uit het 'naïeve idee' dat sterke drank schadelijker is dan bier. Van der Stel: ,,Per glas bier of jenever wordt uiteindelijk eenzelfde hoeveelheid alcohol genuttigd. Maar dat realiseerden de bestrijders van toen zich niet. En nog altijd denken veel mensen dat sterke drank slechter is.''

Begin 19de eeuw was Réveil-predikant Otto Gerhard Heldring een van de eerste niet-medici die over drankgebruik schreven. In de brochure 'De jenever erger dan de cholera' (1838) ging Heldring de strijd aan met armoede veroorzaakt door drankgebruik. Hij pleitte voor het stopzetten van diakonale winterhulp aan drinkers. Als die het geld dat ze in de zomer aan drank verspilden, zouden opsparen, was er in de winter geen steun nodig. Door ze niet te helpen, dachten drinkers de volgende zomer wel twee keer na voordat ze weer naar de fles grepen, redeneerde Heldring.

Henk Ploeger staat nog altijd achter deze gedachtegang. ,,Alcoholisten moet je niet helpen. Je moet ze juist de crisis in jagen. Dán pas zien ze dat het zo niet verder kan.''

Enkele jaren na de uitgave van Heldrings brochure werden de eerste regionale verenigingen tegen sterke drank opgericht. Die kwamen al snel samen in de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank (NV). Belangrijke posities binnen de NV werden ingenomen door mensen die ook hoge functies in de kerk bekleedden, maar bestrijding vond niet op christelijke grondslag plaats.

Wel ijverde ds. C.S. Adama van Scheltema binnen de NV voor een strenger en christelijker beleid. Hij richtte in 1865 een christelijk geheelonthoudersverbond op. Soortgelijke radicalisering had al eerder in de Verenigde Staten plaatsgehad, maar was in Nederland nieuw. Binnen de NV sloegen zijn ideeën niet aan, waarop hij in 1881 de Nationale Christen Geheel-Onthouders Vereeniging (NCGOV) oprichtte.

Vijf jaar later probeerde Adama van Scheltema nog eens geheelonthouding ook binnen de NV doorgevoerd te krijgen, maar wederom strandde de poging. Het was binnen de drankbestrijding wel een veelbesproken onderwerp, maar pas rond 1890 namen meerdere verenigingen geheelonthouding als uitgangspunt.

De NCGOV was de eerste grote beweging die op christelijke grondslag de drank bestreed. In de jaren rond de oprichting werden de contouren van de verzuiling zichtbaar. De Gereformeerde Vereeniging voor Drankbestrijding (GVD) scheidde zich in 1900 van de NCGOV af. Helemaal blind voor elkaar waren de verschillende clubs niet. In 1909 werd op initiatief van de algemene drankbestrijders de overkoepelende Nationale Commissie tegen het Alcoholisme (NCA) opgericht. Zij organiseerden onder meer de 'Blauwe Week', een jaarlijks gezamenlijk evenement met een landelijke collecte.

Ondanks deze samenwerking bleven de clubs gescheiden. Drankbestrijding werd moeiteloos in de verzuiling ingepast. ,,In onze beweging was Adama van Scheltema een van de belangrijkste personen'', zegt Ploeger. ,,Hij was een bekende Nederlander die voorzitter van de club werd. Na hem volgden nog meer vooraanstaande figuren, maar na de Tweede Wereldoorlog nam dat af. Toen ik eind jaren vijftig voorzitter werd, was dat helemaal voorbij. Ik was geen vooraanstaande nationale persoon. Zelfs onder de baptisten was ik niet heel bekend.''

Jaap van der Stel onderschrijft die ontwikkeling. ,,Voor de oorlog was er al weinig nieuwe aanwas door de opkomst van concurrerende jeugdorganisaties. Erna werd helemaal niemand meer lid. Er hing een sfeer van oubolligheid rond de drankbestrijders.''

Zo stierf de christelijke drankbestrijding uiteindelijk letterlijk uit. In 1987 waren de NCGOV en de GVD genoodzaakt als CBD verder te gaan vanwege een nijpend gebrek een leden. In 1995 kon de CBD het als vereniging niet meer bolwerken, waarop werd besloten de strijd als stichting voort te zetten.

Van der Stel vindt het 'heel raar' dat de drankbestrijders nog zo lang georganiseerd waren. ,,In de jaren twintig hadden ze al het onderste uit de kan gehaald. De overheid had toen zowel landelijke als regionale wetgeving geregeld. Tot na de oorlog hadden ze nog wel aanzien en invloed, maar dat was vooral gebaseerd op successen behaald tot de jaren twintig.'' De drankbestrijders konden de laatste halve eeuw alleen maar lijdzaam toezien, terwijl de samenleving steeds minder geïnteresseerd was in hun boodschap. Politiek en publiek maakten zich meer zorgen over drugsgebruik.

Ploeger: ,,Alcohol kwam in de supermarkten, waardoor iedereen het thuis kon drinken. Dat zorgde voor minder dronken lui op straat. De mensen zagen de noodzaak van onze strijd niet meer. De interesse voor de zwakkeren in de samenleving nam ook af. De maatschappij werd veel egoïstischer. Dat zie je ook in het christendom. Predikanten interesseren zich niet meer voor drankbestrijding, terwijl ze vroeger een motor van de beweging waren. Christenen zien zichzelf sowieso niet meer als voorbeeld in de maatschappij.''

Samengaan met katholieke of algemene drankbestrijders was geen optie, omdat die met dezelfde problemen kampten als de CBD. Het gaat Ploeger aan het hart dat de beweging wegkwijnt. Drank zal een bedreiging voor de samenleving blijven, meent hij. ,,Zolang ouders hun kinderen niet goed opvoeden en de overheid niet écht maatregelen neemt, blijft de zwakke de dupe.''



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie