Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Verlichting, rabiaat antireligieus?

Home

Wilfred van de Poll

Overblijfselen van de Beeldenstorm in de Domkerk. ©Herman Wouters

Tijdens de Reformatie, in 1566, trokken tierende menigten van kerk naar kerk. Om de godsdienst te zuiveren van bijgeloof en traditie sleurden ze heiligenbeelden van hun sokkel of maakten die, als dat niet ging, een kopje kleiner.

Een eeuw later raasde er nóg een beeldenstorm door Europa. Geen letterlijke dit keer, maar een figuurlijke. Na de heiligen werden nu ook de klassieke godsbeelden één voor één van hun sokkel geslagen.

Toch was de Verlichting - want daarover gaat het hier - alles behalve een zegetocht van het atheïsme, schrijft Hannemieke Stamperius in haar nieuwste boek, 'God en de Verlichting'. Stamperius (1943) - neerlandica, feministe, en schrijfster van romans onder het pseudoniem Hannes Meinkema - houdt zich de laatste jaren veel bezig met theologie.

In een tijd waarin de Nederlandse en Europese identiteit onderwerp zijn van verhit debat, vertolkt Stamperius een interessant standpunt.

Want die identiteit lijkt onlosmakelijk verbonden met de Verlichting in de 17de en 18de eeuw. Volgens sommigen zou het tijdperk ons bevrijd hebben van de achterlijke hocus pocus van de godsdienst, waar onze voorouders elkaar de hersens om insloegen. Maar nu religie - in de gestalte van fundamentalisme - weer een plek opeist in het openbare leven, ontstaat er een probleem.

Of is dat een schijnprobleem? Was de Verlichting wel zo rabiaat antireligieus? Stamperius meent van niet. "Men zou de Verlichting kunnen zien, niet als de bakermat van atheisme en de afbraak van religie, maar als een poging religie te vernieuwen", schrijft ze. "Een tweede Hervorming als het ware."

Ook Stamperius is dus bezig met een beeldenstorm: ze wil het gangbare beeld van de Verlichting als antireligieus onderuit halen.

Dat doet ze door zich niet te richten op de Franse verlichters, die het felst gekant waren tegen religie, maar door zich haast uitsluitend op de Engelse en Duitse verlichters te richten, die gematigder waren.

Een voor een gaat ze die denkers langs. Ze hielden zich intensief bezig met theologie en metafysica, constateert Stamperius, en waren zelf ook bijna allemaal gelovig. Weliswaar niet altijd op de traditionele manier - maar dat vindt ze juist het interessante aan het tijdperk: 'God' werd losgehaald van 'religie'.

De verlichtingsdenkers hadden een optimistisch mensbeeld, schrijft Stamperius: ze zagen de mens als een redelijk wezen. Met behulp van de rede waren de wetten van de natuur inzichtelijk. En wie het 'boek der natuur' goed las, leerde God kennen. Hij was de 'Grote Horlogemaker': zoals een horloge met een doel ontworpen is, zo kan ook de natuur geen toevalstreffer zijn.

Het is een argument op basis van analogie - en dat ging er niet bij iedere verlichtingsdenker in. Een analogie is nog geen bewijs, zeiden bijvoorbeeld David Hume en Immanuel Kant, die de grenzen van het menselijke kennen in kaart brachten.

Toch gooiden ze het geloof niet overboord, benadrukt Stamperius. Ze bekritiseerden alleen de mogelijke bewijsbaarheid van Gods bestaan - niet Gods bestaan als zodanig.

Sterker nog, Kant smokkelde God via de achterdeur weer naar binnen om de moraal te redden. Stamperius duidt dat als positief. Want hij had God dan toch maar nodig.

Als lezer bekruipt je op zulke momenten het gevoel dat Stamperius haar stelling wel érg graag bewezen wil zien. Zie je wel!, lijkt ze triomfantelijk uit te roepen, telkens als ze bij de verlichtingdenkers iets van godsgeloof aantreft. Dat er in hun theorieën ondertussen tendensen zitten die de weg openden naar atheïsme, daar heeft ze weinig oog voor.

Wie de Verlichting kaapt voor een seculier, antireligieus discours, zou zich beter in het tijdperk moeten verdiepen, vindt Stamperius. De ware erfgenamen van de Verlichting zijn volgens haar vrijzinnige gelovigen of 'ietsisten' - niet rechtlijnige atheïsten. De verlichters waren immers wars van elke vorm van dogmatisme, stelt ze, of dat nu religieus van aard is of niet.

Stamperius hoopt met haar boek de 'kloof tussen gelovigen en ongelovigen' te dichten. Maar, zo toont ze eigenlijk aan, de werkelijke kloof is niet die tussen gelovigen en ongelovigen, maar tussen gematigden en fundamentalisten. En die is, ook na haar beeldenstorm, nog onverminderd groot.

Hannemieke Stamperius: God en de Verlichting. Skandalon, Vught, ISBN 9789490708221; 254 blz. € 19,50

Deel dit artikel