Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verkrachting van Tamar

Home

Nico ter Linden

In deze dagen leg ik de laatste hand aan het derde deel van mijn boek Het verhaal gaat... Een bont gezelschap mannen en vrouwen van verschillende stiel (theologie, literatuurwetenschap, sociologie, psychologie, maatschappelijk werk, Hebreeuwse taal- en letterkunde) is zo vriendelijk het manuscript te lezen en van kritische kanttekeningen te voorzien. De steun van deze meelezers is niet gering, doorgaans maak ik van hun op- en aanmerkingen dankbaar gebruik. En je wordt altijd aan het denken gezet. Zoals bijvoorbeeld bij mijn hervertelling van 2 Samuël 13, het verhaal van Amnon en Tamar. Het is geen zondagsschoolverhaal.

Amnon, Davids oudste zoon wordt verliefd op zijn halfzuster Tamar. Hij wendt voor dat hij ziek is en vraagt haar om op zijn kamer twee koeken te komen bakken. Als zij hem de koeken aanreikt, neemt hij niet de koeken maar Tamar, want er is een geheel andere honger die hij wil stillen.

Hij overweldigde haar, boog haar neer, verkrachtte haar. Daarna haatte hij haar met een grote haat; de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de begeerte waarmee hij haar begeerd had.

Amnon walgt van Tamar en hij walgt van zichzelf. 'Sta op, ga weg.' Tamar zei: 'Mij zo weg te sturen is een nog groter kwaad dan het andere dat jij mij aandeed.'

Amnon liet Tamar door een knecht op straat zetten. De deur werd achter haar vergrendeld. Als wilde hij haar voor altijd uit zijn leven bannen.

Tot zover het verhaal. Een van de meelezers, die ik zeer erkentelijk ben, omdat zijn zorgvuldig theologisch commentaar mij voor vele missers behoedt, had bij de woorden 'en hij walgt van zichzelf' in de kantlijn een krabbel gezet van psychologische aard: ,,Nee, dat doet hij juist niet. Hij legt de schuld bij het slachtoffer - typsich gedrag voor een dergelijk type misdagdiger.''

Mijn criticus heeft natuurlijk gelijk: Amnon heeft geen zicht op zijn schuld, hij legt die bij Tamar en straft haar. In plaats van zichzelf te haten, haat hij haar.

Toch had ik wat moeite met zijn commentaar in de kantlijn. Bedoelde hij dat 'dit type misdadiger' tot schuldgevoelens niet in staat is, ziet hij de man als 'gewetenloos'? Er is een verschil tussen afwezige en afgewentelde schuldgevoelens. Ik vermoedde dat waar ik in mijn tekst al te gemakkelijk aanneem dat Amnon van zichzelf walgt, mijn criticus al te gemakkelijk aanneemt dat hij daartoe niet in staat is. Maar hoe dán die plotselinge haat aan het adres van Tamar te verklaren?

Ik vond de vraag interessant genoeg om een van de op dit gebied meest deskundige therapeuten van ons land te raadplegen. ,,Mag ik u een casus voorleggen? De gegevens zijn summier, het is een geval van ver vóór Christus.''

Als prudent wetenschapper moest hij natuurlijk een slag om de arm houden, maar eigenlijk kende hij geen aarzeling: Amnon projecteert zijn schuldgevoelens op Tamar. Door haar vervolgens de deur uit te werken tracht hij het gebeurde als het ware ongedaan te maken: zij is er niet meer, het is er niet meer, grendel ervoor, niets meer aan de hand.

Ook bij mijn vriend pater Dobbelaer, werkzaam in de Pompekliniek, waar onder meer agressieve zedendelinquenten worden behandeld, stak ik nog even mijn licht op.

Ook hij acht een man als Amnon zeer wel in staat tot gevoelens van zelfhaat na de misdaad. Weliswaar is bij mensen zoals Amnon de relatie tot de medemens gestoord: die ander wordt zonder pardon (treffend beschreven in het bijbelverhaal) ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van de eigen lust. Evenzo is de relatie tot zichzelf gestoord: er is doorgaans een laag zelfbeeld, veel zelftwijfel, het ego is niet goed gevestigd, de man heeft de regie over zijn leven niet in handen en zoekt (over)compenstatie, die meestal van korte duur is. Maar er is, zolang de dader geen psychopaat is, niettemin een vrij normale toegang tot menselijke gevoelens. Zelfwalging na een verkrachting is dan ook zeker mogelijk en in zekere zin gezond te noemen.

Zo sterkte ook Dobbelaer mij in de juistheid van de duiding die mij als vanzelf uit de pen was gevloeid.

Maar de meelezende theoloog dwong mij wel om mijn interpretatie beter te verwoorden. Ik mag niet de indruk wekken dat Amnon zich in zijn zelfwalging bewust was.

Nu staat het er zo:

Amnon walgde van Tamar. 'Sta op, ga weg.' Alsof hij, walgend van zichzelf, de daad ongedaan wilde maken door zijn slachtoffer de deur uit te werken.

Deel dit artikel