Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verbeterplannen van de kledingindustrie schieten nog steeds tekort

Home

Hans Nauta

Vrouwen aan het werk in een kledingfabriek in Bangladesh. De omstandigheden voor de arbeiders zijn vaak bijzonder slecht. © AFP

Na de ramp met Rana Plaza (2013) kwam de industrie met verbeterplannen. Die schieten nog te kort.

Van de bedrijven die meedoen aan het textielconvenant, heeft slechts 18 procent een uitgewerkt plan om misstanden als kinderarbeid en moderne slavernij tegen te gaan en werknemers een leefbaar loon en een veilige werkplek te bieden. Dat blijkt uit het eerste jaarrapport van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel dat de Sociaal-Economische Raad (Ser) vandaag naar buiten brengt.

Lees verder na de advertentie

Aanleiding voor het opstellen van het convenant was het instorten in 2013 van de kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh. Bij die ramp kwamen 1100 mensen om. De fabriek was onveilig en de werkomstandigheden slecht. Welk bedrijf kleding liet produceren in Rana Plaza, was toen alleen te achterhalen door de modelabeltjes tussen het puin.

Slechts 18 procent van de bedrijven die meedoen aan het tex­tiel­con­ve­nant heeft een uitgewerkt plan om kinderarbeid en moderne slavernij tegen te gaan

Anderhalf jaar na de ondertekening van het convenant hebben nog maar weinig Nederlandse kledingbedrijven de negatieve gevolgen van hun bedrijfsvoering voor mens, milieu en dieren goed in kaart gebracht. De Ser coördineert en beoordeelt de uitvoering van het convenant en baseert het genoemde percentage op zelfevaluaties van de Nederlandse kledingbedrijven. Volgens convenant-voorzitter Pierre Hupperts is er al veel gebeurd, maar is er ook nog heel veel te doen.

Misstanden

Sinds juli 2016 is het aantal deelnemers gegroeid van 55 naar 65 bedrijven, waaronder Bijenkorf, Zeeman, C&A en Hema. Die zijn goed voor ruim 70 kledinglabels en een marktaandeel van 36 procent. Volgend jaar moet 50 procent van de markt meedoen, maar enkele grote partijen hebben zich nog niet aangesloten.

Onderdeel van het convenant is een productielijst met bijna 3000 fabrieken waar Nederlandse bedrijven hun kleding en textiel vandaan halen, vooral in China, India, Bangladesh en Turkije. Sinds de presentatie daarvan afgelopen zomer zijn zes meldingen binnengekomen. Het gaat om misstanden in textielfabrieken in Turkije en Aziatische landen. Werknemers krijgen er bijvoorbeeld geen leefbaar loon betaald (Indonesië), worden tegengewerkt bij het vakbondswerk (Turkije, Burma), of zijn niet vrij om te gaan waar ze willen (India).

Dankzij die productielijst kan de Ser nagaan welk Nederlands kledingmerk produceert in zo’n fabriek waar iets mee mis is. Als die merken druk uitoefenen op de fabrieken is de kans groter dat de misstanden worden opgelost.

Een voorbeeld is een fabriek in Burma waar twee mannen werden ontslagen omdat ze een vakbond wilden beginnen en waar sympathiserende collega’s werden geïntimideerd. Uit de lijst bleek dat het Nederlandse WE Fashion er inkocht. Het convenant bracht de modeketen aan tafel met Fair Wear Foundation, dat samen met Schone Kleren Campagne aan de kwestie werkte.

Achter de schermen

“Wij zijn één van de bedrijven die producten inkochten in Burma”, zegt Marijke Willemsen, manager sociale verantwoordelijkheid van WE Fashion in het jaarverslag. “Via druk op het topmanagement daar en de gezamenlijke invloed van ons als afnemers en ngo’s hebben we de zaak succesvol kunnen afronden.”

Als kledingmerken druk uitoefenen op de fabrieken is de kans groter dat de misstanden worden opgelost

Vorige maand bleek dat de werknemers alsnog hun gemiste salaris krijgen. Eén van de twee vakbondsmannen is niet meer aan het werk in de fabriek, waarom is onduidelijk, meldt Fair Wear Foundation in een rapportage. De ander zit nu in het uitvoerend comité van de fabrieksvakbond. Volgens Schone Kleren is het dossier nog niet gesloten, omdat het management niet alle afspraken nakomt.

Fair Wear Foundation heeft vertrouwen in de samenwerking met modemerken via het convenant. Maar Schone Kleren is kritisch omdat consumenten, maatschappelijke organisaties en vakbonden niet kunnen volgen wat er achter de schermen gebeurt. “In de publieke lijst met fabrieken staan geen merken genoemd. Over de klachten die bij het convenant binnenkomen, wordt niet openlijk gerapporteerd. We weten niet wat de deelnemende merken concreet doen om problemen aan te pakken”, zegt Schone Kleren-woordvoerder Tara Scally. Het convenant maakt de naam van een textielbedrijf alleen bekend als dat daarvoor toestemming geeft.

Een andere ngo, de Landelijke India Werkgroep (LIW), meldde bij de Ser dat migrantenarbeiders - vooral jonge vrouwen - op textielproductielocaties in Bangalore slecht behandeld worden. De Ser ontdekte dat een Nederlands bedrijf hier textiel laat maken en bracht beide partijen in contact. De zaak loopt nog. Als ngo’s en bedrijven er niet uitkomen, kan de onafhankelijke klachten- en geschillencommissie een bindende uitspraak doen. Deze commissie heeft nog geen zaken behandeld.

Lees ook: Nog een wet? Daar verdwijnt kinderarbeid niet mee


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Slechts 18 procent van de bedrijven die meedoen aan het tex­tiel­con­ve­nant heeft een uitgewerkt plan om kinderarbeid en moderne slavernij tegen te gaan

Als kledingmerken druk uitoefenen op de fabrieken is de kans groter dat de misstanden worden opgelost