Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De tropenarts telt nu helemaal mee

Home

ANNE-LOT HOEK

De opleiding tot tropenarts wordt erkend, eindelijk. Dat is goed voor ontwikkelingslanden, maar ook voor Nederland. Betrokken artsen zijn blij.

Na vijftig jaar eindelijk erkenning voor de tropenarts. De opleiding 'Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde' is in Nederland vanaf volgend jaar een erkende opleiding, een unicum in de wereld.

"Dat betekent dat de kwaliteit van de tropenopleiding omhoog gaat", aldus Barend Gerretsen, tropenarts en secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Tropengeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg. "Tot nu toe was het een ondergeschoven kindje." Die verbetering is hard nodig, want er is nog steeds een enorm artsentekort in ontwikkelingslanden. "De Nederlandse overheid zendt geen artsen meer uit, maar tropenartsen leveren via particuliere en internationale organisaties nog steeds een belangrijke bijdrage. Die artsen moeten we zo goed mogelijk opleiden."

Toch speelde ook het belang van de Nederlandse gezondheidszorg een belangrijke rol bij de erkenning. Gerretsen: "Als je als arts in de tropen hebt gezeten, kun je met andere culturen omgaan en heb je verstand van grensoverschrijdende ziekten. Aangezien de tropen steeds dichterbij komen door klimaatveranderingen en migratie is dat van groot maatschappelijk nut." De erkenning zorgt ervoor dat tropenartsen makkelijker terug kunnen komen uit een ontwikkelingsland om zich hier verder te specialiseren.

Jaarlijks kiezen ongeveer veertig artsen voor de specialisatie tropenarts. Dat aantal is vrij constant sinds de specialisatie begon in de jaren zestig. De duur van de opleiding blijft tweeënhalf jaar. De grootste verandering is dat er naast klinische ervaring in Nederland op de afdelingen chirurgie en gynaecologie een buitenlandse stage van zes maanden komt.

'Niet alleen het werk, ook het leven was geweldig in Tanzania'
Adriaan Groen (64)
"In de jaren zeventig kon je altijd weg als je bij ontwikkelingsorganisatie Memisa aanklopte. Ze hadden een planningslijst met ziekenhuizen, een groot bord met kaarten en namen. Tijdens je gesprek gaf je aan waar je voorkeur lag, Tanzania in mijn geval. Ik had het land al eens bezocht en was meteen verkocht. De mensen, de taal, de geuren en het werk; je was daar als arts zoveel nuttiger dan hier. Je kreeg iets van duizend gulden per maand op een rekening in Nederland gestort en dan nog eens duizend gulden daar. Als je drie jaar bleef had je recht op een retourtje naar huis.

Mijn eerste uitzending naar Tanzania was in 1974 voor vier jaar, in de jaren tachtig en negentig ging ik opnieuw. Het was niet alleen het werk dat ik geweldig vond, maar ook het leven daar, in je T-shirt naar je werk lopen en de omgang met lokale mensen. De tropenopleiding bestond uit anderhalf jaar praktijkervaring in de chirurgie en de gynaecologie. Daarnaast kreeg je nog een cursus bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Je kon met die opleiding de meest voorkomende dingen doen, zoals bevallingen en fracturen maar geen hartoperatie.

Op het KIT vertelden ze je meteen bij aankomst dat je je idealisme maar beter kon laten varen, dat je geen blijvende verandering kon realiseren. Die illusie had ik ook niet, maar je was wel gekomen om mensen te helpen. En als westerse arts had je de touwtjes stevig in handen. Ik runde het ziekenhuis, deed het inkoopbeleid van de medicijnen en stuurde de medische staf aan. Het idee van ontwikkelingssamenwerking was dat wij wisten hoe het moest. Je ging toen om te blijven.

Dat minister Herfkens in de jaren negentig een einde maakte aan de uitzendingen van Nederlandse artsen was enerzijds goed, want de Afrikanen werden wakkergeschud: hee, we moeten het zelf gaan doen! Maar het gebeurde veel te snel, na 25 jaar moest het programma ineens in drie jaar tijd worden afgebouwd, terwijl het wel zeven jaar duurde voordat de eerste Tanzaniaanse arts was opgeleid. Ziekenhuizen werden als kippenhokken achtergelaten, er zijn zonder twijfel slachtoffers gevallen.

In 2001 heb ik het licht uitgedaan in een ziekenhuis in Tanzania, dat was mijn laatste uitzending voor Memisa. Ik ben toen met steun van Nederlandse stichtingen Tanzanianen op gaan leiden. Dat er eindelijk een officiële opleiding tot tropenarts komt vind ik prachtig, want als je terugkwam in Nederland werd er altijd gedaan alsof je een beetje op Afrikanen had zitten oefenen. Zo van, omdat jij 200 keizersneden hebt gedaan weet jij het zeker beter? Terwijl wij juist veel nuttige ervaring hadden opgedaan, zoals het belang van lichamelijk onderzoek. Tegenwoordig wordt je zo in een scan geschoven zonder dat de arts eerst ook maar even naar je longen heeft geluisterd."

'Een bevalling in Afrika is totaal anders dan in Nederland'
Klaas Koop (33)
"Ik ben geen tropenarts geworden voor het leven. Nederland zendt geen artsen meer uit dus het is moeilijker om aan werk te komen. Ik ben tweeënhalf jaar naar Malawi en Ethiopië uitgezonden via VSO, een internationale organisatie die mensen met bepaalde vaardigheden uitzendt. Het is wel mogelijk om via organisaties als Artsen zonder Grenzen of een lokale overheid werk te vinden, maar dat is toch een stuk lastiger. Daarnaast wilde ik me graag in Nederland verder specialiseren.

Ik heb niet alleen uit idealisme voor de tropenopleiding gekozen, maar ook vanwege de diversiteit. Er zijn situaties in de tropen die in Nederland nauwelijks voorkomen. We hebben bijvoorbeeld een patiënte geopereerd met een voldragen buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Enerzijds moet je het zelfstandig op zien te lossen, wat lastig is, maar anderzijds kun je dan wel echt iets betekenen voor individuele patiënten.

Ik vond het een dilemma dat ik er maar voor een relatief korte periode zat en de taal niet vloeiend sprak, wat nodig is om echt iets te kunnen betekenen. Al heb je als arts op de grotere schaal weinig impact, want de problemen waar mensen mee kampen zoals hiv en ondervoeding zijn zo groot en veelomvattend. Een oplossing daarvoor vraagt meer veranderingen dan alleen een betere gezondheidszorg. Zo was er in heel Malawi door een politieke crisis geen diesel meer te krijgen en kwam het ziekenhuis zelfs zonder paracetamol te zitten.

Anders dan vroeger heb je weinig invloed meer op bestuurlijk niveau; als westerse arts ben je in dienst van het lokale ziekenhuis. Toch blijven tropenartsen heel nuttig, Afrikaanse ziekenhuizen kampen nog steeds met grote tekorten. Wat ik heel goed vind aan de erkenning van de nieuwe tropenopleiding is niet alleen de waarborging van betere kwaliteit, maar vooral dat er een stage in de tropen aan vastzit. Voorheen werd je alleen op papier voorbereid op de toestand daar, maar een bevalling in Afrika is totaal anders dan in Nederland. Hier duurt een bevalling nooit langer dan een dag. In Ethiopië maakte ik mee dat vrouwen drie dagen lagen te bevallen. De baarmoeder kon bijvoorbeeld gaan scheuren, dat leer je in Nederland niet in de praktijk.

Ik ben nu kinderarts in opleiding en kan die ervaring uit de tropen soms inzetten hier. Je hebt beter geleerd na te denken over verschillende diagnoses, omdat je ze daar niet op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. Ook heb je ervaring met een andere cultuur. De meeste tropenartsen van nu gaan zich na een periode in de tropen net als ik verder specialiseren, meestal om in Nederland te blijven. Een kleinere groep gaat dat specialisme vervolgens weer inzetten in de tropen, maar het beeld van de tropenarts die zijn hele leven in de tropen slijt zal denk ik wel verdwijnen."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel