Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Tour is voor Vermey een uithangbord 'Je kunt beter laatste worden dan honderdtwintigste'

Home

JOHAN WOLDENDORP

CAHORS - Marco Vermey geeft hoog op van de kwaliteit van het leven. De 29-jarige wielrenner is dan ook bereid daar veel in te investeren. De wereld is er voor om te ontdekken. Vaak maak je leuke dingen mee, soms ga je ontiegelijk op je smoel. Van beide facetten in het leven kan de in Frankrijk wonende Nederlander mooi vertellen.

De Tour de France is een onderdeel van de nieuwe wereld, dat voor Vermey nog verstopt zat achter een groot doek. Voor een wielrenner is 's werelds meest aansprekende wedstrijd - met overigens te veel waardeloze etappes, zoals gisteren de door de Franse kampioen Jacky Durand gewonnen rit Bergerac-Cahors - het summum van wat je als sportman kunt bereiken. Het deelnemen aan die uithoudingsproef laat echter weinig ruimte voor leuke dingen en daarom zou hij er niet om rouwen als zijn optreden namens het kleine Chazal een eenmalig karakter krijgt. “Je moet ook leven,” zegt Vermey veelbetekenend. “Als je ziet hoe hard er in de Tour de France gereden wordt, zou niemand meer op het idee komen te gaan fietsen. Dat geldt niet alleen voor mij, het geldt ook voor de allergrootste kampioenen. Zo'n Indurain rijdt evengoed maar twee maanden per jaar hard. Als die er in Parijs-Nice al in zou vliegen, wint hij nooit de Tour. Je krijgt steeds meer specialisten, steeds meer renners die zich op een bepaald gedeelte van het seizoen richten.”

Wanneer Vermey een keer een glimp van de toekomstige (?) rondewinnaar opvangt, is dat hooguit bij de start of in het promodorp waar het leven volgens goed Frans gebruik 's ochtends al bestaat uit rijk gevulde buffetten. Voor het overige staat niemand zo ver van Indurain af als de avonturier onder de fietsers. Vermey bungelt riant aan de staart van het algemeen klassement, op 1.18,57 van de koploper.

Ironisch stelt hij vast dat er om zijn positie harder gevochten wordt dan de eerste plaats die Indurain nu met allure inneemt. Het sprekende bewijs vindt hij - met een knipoog - de gehavende linkerzijde van zijn lichaam, het bebloede toonbeeld van een leven met tijdelijk veel pijn en weinig geneugten. Achter de finishlijn in Cahors neemt hij de die dag opgelopen schade op: schaafwonden aan de hand, elleboog, dijbeen en knie. “Ik ging even een bidonnetje halen,” doet Vermey verslag van een ongelukkig voorval. “John Talen (voorlaatste in het klassement, hij liep ruim negen minuten op hem in - red) rijdt naast mij. Wie anders? Op een gegeven moment vliegt aan de linkerkant Rob Harmeling met een rotvaart het peloton in. Ik zeg tegen Rob: dat doe je expres, jij wilt die rode lantaarn hebben. Grapje.”

Er is een jaar geweest, dat de slechtste klassering in de Tour de France zo in zwang was onder de kanslozen in de karavaan, dat de toenmalige directeur Felix Levitan er bij wijze van straf een afvalwedstrijd van maakte. Van de zevende tot de voorlaatste etappe werd de nummer laatst uit de strijd genomen. Het experiment duurde slechts een jaar. Vette criteriumcontracten levert het de risee's van het peloton niet op, maar Vermey ziet er wel brood in. “Je kunt beter laatste worden dan 120ste, dat weet ik zeker. Iedereen heeft aandacht voor mijn persoon. Ik kan volgend jaar zo op voor de Franse presidentsverkiezingen.”

Ondanks zijn val deed Vermey gisteren een geheel nieuwe ervaring op. Hij eindigde als 91ste, midden in het peloton dat zich niet al te zeer bekommerde om een ontsnapping van eerst vier en later nog eens drie man. Van die zeven demarreerde Jacky Durand acht kilometer voor Cahors. Om aan te geven dat het Franse wielrennen al evenzeer in het slop zit als het Nederlandse, sloeg de stem van de Franse tvcommentator, op zoek naar superlatieven, voortdurend op hol. Superbe, etonnant, passionnant, un tres grand jour, merci Jacky. Maar ik ben niet chauvinistisch, voegde hij er ten overvloede aan toe.

“Waarom zou ik ook geen etappe kunnen winnen?” laat Vermey zich temidden van de opgewonden Fransen ontvallen. “Ik maak vorderingen. Voor het eerst finishte ik in het peloton. Vijftien kilometer voor het einde, ben ik zelfs even ontsnapt. Ik sta hier van mezelf te kijken.”

In Nederland is Vermey grotendeels een onbeschreven blad. Als amateur dook hij vorig jaar onder bondscoach Piet Hoekstra op in de nationale amateurselectie, die op het WK van Oslo gespeend bleef van succes. Vermey eindigde als 27ste, na eerder in de ploegentijdrit op de tiende plaats te zijn blijven steken. Hoekstra's voorgangers Boskamp en Kuys zagen het nooit in de wereldreiziger zitten. Hij was ook niet vaak thuis om zich in de kijker te rijden. De van oorsprong Lissenaar begon pas op zijn zeventiende met wielrennen, nadat het schaatsen hem na vijf winters de keel begon uit te hangen. Hij versleet drie clubs - Bollenstreek, Tempo Soest en Ahoy' - totdat hij op vakantie in Frankrijk bij een vereniging in SaintQuentin bleef plakken. “Ik werd eens derde in een wedstrijdje in de buurt. Om die reden zagen ze het wel in mij zitten. Als buitenlander was ik gemakkelijk te recruteren. Als een Franse renner van club verhuist, moet er een transfersom worden betaald. Voor een buitenlandse coureur niet.”

In 1988 reed Vermey als lid van de Nederlandse baanselectie de Ronde van Texas. De renner raakte verliefd op een meisje uit Austin en trok bij haar in. “Ik heb er bijna een jaar gezeten, toen was de liefde over. Het fietsen was ook meteen afgelopen. Ik had een baantje in de im- en export. Mijn baas was echter nogal nonchalant als het aankwam op het invullen van papieren voor de immigratiedienst, die de werkvergunningen voor buitenlanders afgeeft. Op een kwade dag was hij te laat en moest ik het land uit.” Vrienden van zijn ex hadden hem het leven zo mooi voorgespiegeld. “Je moet zorgen dat je in een behoorlijke Amerikaanse profploeg terecht komt, zeiden ze tegen me. Dat leek me wel wat. Het leven in Amerika ligt me, je kunt redelijk rondkomen, je reist veel en ze hebben daar mooie wedstrijden. Je moet alleen als renner zorgen dat je boven het maaiveld uitkomt. Zit je in zo'n klein rotploegje, dan moet je betalen om aan wedstrijden mee te kunnen doen.”

Maar de droom spatte uiteen. Op zoek naar het geluk en de ware liefde kwam Marco Vermey in Berlijn terecht. “Ik werd er fietskoerier. Leuk als training, maar niet iets om een carriere mee op te bouwen. Met de relatie ging het ook niet. Op een gegeven moment raakte ze zwanger. Ze was helemaal in paniek, maar er was geen basis om verder te gaan.”

Moederziel alleen keerde hij terug naar Frankrijk, naar Cartigny in de Franse Ardennen. “Ik zoek gewoon het leven, meer niet. Je moet dat leven zo inrichten dat je het naar je zin hebt. Je geluk zien te vinden? Nee, dat vind ik een groot woord. Ik zoek iets constructiefs, iets voor de langere termijn. Ik heb meer kwaliteiten dan fietsen alleen. Ik heb Engels gestudeerd, ik heb een redelijke geestelijke bagage en ik kan aantonen dat ik wat heb bereikt. Daar kan een werkgever toch niet onverschillig voor zijn? Maar ja, er zijn veel mensen niet dom, maar wel werkloos.” De Tour is voor Vermey een uithangbord. “Investeren in mezelf en gebruik maken van mijn naamsbekendheid. Nee, ik zoek niet iets in de pr-sfeer. Die wereld is vol. Ik ambieer een baan in de internationale handel.”

De Ronde van Frankrijk brengt Marco Vermey een heel eind in avonturenland. Het is een illusiewereld; een masker dat de grimas van de werkelijkheid aan het oog onttrekt. Eigenlijk is hij bezig weer een jaar van zijn leven te vergooien, vindt hij. Een ploeggenoot adviseerde hem zijn Tourleven te verdiepen door af en toe in de verhalenbundel Son Excellence Eugene Rougon van Emile Zola te lezen. Als tegenprestatie kreeg de collega een CD van Frank Zappa. Vermey moet bijna halverwege de Tour de eerste bladzijde nog omslaan. “Ik ga graag naar de film, of een avondje bowlen. Ik lees veel en ben gek op muziek. Als ik ergens ben, wil ik iets leuks zien. Dat is het frustrerende van de Tour. Je komt nergens aan toe.”

Deel dit artikel