Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De tirannie van de meerderheid

Home

door Wendelmoet Boersema

Vooraanstaande Poolse homoseksuelen voeren een nieuwe solidariteitsstrijd. Zij noemen zich ’liefdesdissidenten’ en vechten voor een tolerant klimaat. De Polen worden steeds nationalistischer en maken het homo’s moeilijk.

’Toen ik een puber was in het Polen van de jaren tachtig, werd op school tijdens seksuele voorlichting gewoon verteld over homoseksualiteit. Was ik nu jong geweest, dan had ik het gevoel gehad dat er al over me geoordeeld was, dat ik meteen een politiek standpunt in moet nemen.”

Tomász Kitlinski is filosoof aan de Marie Curie Universiteit in het Poolse Lublin. Met zijn partner Pawel Leszkowicz, kunsthistoricus aan de Adam Mickiewicz Universiteit van Poznan, publiceert hij regelmatig over ontwikkelingen rond homoseksualiteit en homofobie in Oost-Europese landen, met name Polen.

Het tumult rond de homomarsen dit voorjaar in Warschau en Moskou heeft de aandacht gevestigd op de strijd voor gelijke rechten van homo’s en lesbiennes in het voormalige Oostblok. Ook het wegpesten van de Nederlandse ambassadeur uit Estland – wiens partner man en zwart is – liet zien dat homoseksualiteit in de nieuwe EU-lidstaten nog niet overal geaccepteerd wordt.

„Deze maatschappij is nog lang niet toe aan twee heren, vooral niet als er eentje zwart is”, zei ambassadeur Hans Glaubitz bij zijn onvrijwillig vertrek.

„In Polen was homoseksualiteit het afgelopen jaar voor het eerst een belangrijk verkiezingsthema. De regering die we nu hebben, bestaat uit een partij met een anticommunistisch verleden en een met een fascistische, antisemitische geschiedenis. Voor hen is de homo de nieuwe gezamenlijke vijand”, aldus

Kitlinski. Illustratief zijn de uitspraken van de ultraconservatief

Jaroslaw Kaczynski, deze week benoemd tot premier door zijn tweelingbroer, president Lech Kaczynski. Jaroslaw stelde voor homoseksuelen te verbieden in het onderwijs te werken. Roman Giertych, vice-premier en leider van de extreem-rechtse Poolse Gezinsliga, stelt homo’s openlijk gelijk aan pedofielen en pederasten. Een opvatting die ook in tv-spotjes op de publieke omroep werd geventileerd, vlak voor de homomars begin juni. „En dat terwijl Poolse en Europese wetten deze discriminatie zwart op wit verbieden”, aldus Kitlinski. „Wat ons nog het meest verontrust, is dat er dan geen tegengeluiden te horen zijn in de Poolse media. Een Pools opinieblad had onlangs zelfs een cover met daarop in chocoladeletters: Dictatuur van de Gelijkheid! Met een foto van een heterostel met plakband over de mond.” De strekking van het artikel was dat homo’s te veel aandacht trekken en te veel eisen.

Nu Polen zich meer naar het Westen richt, voelen homo’s zich vrij om voor hun rechten op te komen, maar zetten ook de tegenstanders flink aan. Volgens Kitlinski en

Leczkowicz zorgen de recente opleving van het nationalisme – en de opkomst van bijbehorende politieke partijen – in combinatie met een sovjetverleden en een militant-conservatief katholicisme – voor een onverdraagzaam klimaat voor minderheden. Polen is hiervan hét voorbeeld, maar ook Litouwen, Roemenië, en in iets mindere mate Slowakije en Kroatië passen in het rijtje.

De toetreding tot de EU, en de pijn die de voorbereiding op het lidmaatschap heeft veroorzaakt, zo stellen de Poolse wetenschappers, heeft de positie van de nationalisten versterkt en een tegenreactie op gang gebracht. „Brussel – met zijn ’liefde’ voor homo’s – staat in de ogen van deze patriotten voor decadentie en moreel verval, die de katholieke Pool of Roemeen kunnen ’besmetten’”, aldus Kitlinski. „Het is denk ik niet toevallig dat de homomars in Warschau in 2004 voor het eerst werd aangevallen, een paar dagen na de toetreding tot de EU. Terwijl deze mars al sinds 1994 jaarlijks onopgemerkt is gehouden, met een paar honderd deelnemers.”

De kerk ondersteunt de ’morele revolutie’, die de Poolse nationalisten in de politiek willen doorvoeren. In Rusland, Oekraïne, Bulgarije en Servië is de oosters-orthodoxe kerk zelfs nog conservatiever en militanter dan de katholieke. Zo heeft de Russisch-orthodoxe kerk openlijk contacten met nationalistische, haast fascistische milities – groepen gewelddadige jongeren. „Dezelfde die onlangs de deelnemers aan de allereerste homomars in Moskou belaagden. Tsjechië, Slovenië, Hongarije en ook Estland zijn aanmerkelijk liberaler (zie kader). Kitlinski en Leszkowicz schrijven dat deels toe aan grote invloed van de protestantse kerk in die landen.

„Religie is in veel Oost-Europese landen niet los te zien van kwesties rond seksualiteit”, zegt Leszkowicz, die momenteel een expositie van moderne kunst organiseert onder de titel ’Liefde en Democratie’ in Polen. „Voor een Nederlander is dat vast moeilijk voor te stellen. We hebben in Amsterdam gezien dat daar de homocultuur een apolitiek, areligieus en soms zelfs een commercieel karakter heeft. In de tentoonstelling heb ik elke verwijzing naar religie vermeden. Ik wil kunst laten zien in het kader van de Verlichting, vrijheid en seksuele pluriformiteit. Dat is voor Polen en Oost-Europeanen revolutionair, terwijl West-Europa die ontwikkeling al in de jaren zestig doormaakte. Het zegt toch veel dat ik vorig jaar nog geen enkele galerie of museum in Polen kon vinden die deze expositie aandurfde. Moderne kunst is hier nog een vorm van verzet.”

Volgens Leszkowicz verhindert de starre houding van de (katholieke en orthodoxe) kerk – of de ’taal van de kerk’ zoals hij het noemt – een gezonde dialoog in de samenleving. „Voorvechters van gelijke rechten spreken in termen van vrijheid, gelijkheid, of discriminatie. Terwijl tegenstanders van homoseksualiteit het hebben het over ’afwijking, zonde, of ziektebeeld’. Dat gaat volkomen langs elkaar heen. Het is toch onvoorstelbaar dat in die termen over Joden of zwarten gepraat zou worden?”

Maar dat is de donkere kant van het verhaal. Leszkowicz en Kitlinski vinden zichzelf geen pessimisten. Ze constateren dat de ’liefdesdissident’, zoals zij de homoactivist hebben gedoopt, nieuwe bondgenoten maakt. „Polen heeft een traditie van sterk verzet, van dissidentschap. Vroeger streden ze tegen de communisten, nu vecht de ’liefdesdissident’ voor gelijke rechten voor iedereen, man en vrouw. Overigens zijn de dissidenten van toen, zoals vaak gebeurt, de gevestigde orde van nu.”

Kitlinski trekt een vergelijking met de strijd voor homorechten in de VS in de jaren tachtig onder president Reagan. „Dat waren echte culturele oorlogen en die voeren we nu hier. Het zorgt voor een nieuwe solidariteit, ook met minderheden over de grenzen.”

Hij noemt het voorbeeld van de Roma-activisten die onlangs meeliepen in een Roemeense homoparade. In Warschau steunde de liberale Joodse gemeenschap de homomars onder het motto ’minderheid voor minderheid’. De homostrijd krijgt steun van milieubeweging, van nieuw-linksers en vooral van de feministische beweging. „Want de huidige politieke elite is antifeministisch”, stelt Kitlinski. „Abortuspraktijken worden doodgezwegen, discussies belanden al snel in de sfeer van ’onze natie gaat ten onder als we niet genoeg kinderen baren’. Traditionele familiewaarden gaan boven alles.”

De liefdesdissidenten gebruiken informele netwerken en moderne media voor hun communicatie. „Internet is de plek waar het protest bloeit”, aldus Leszkowicz. „Toen Roman Giertych in Polen minister van onderwijs werd, gingen in een mum van tijd in alle grote steden scholieren uit protest de straat op. Sms’jes en e-mails deden het werk. Geen wonder dat Giertych voorstander is van internetcensuur.”

Naast de druk van de protestbewegingen hopen Kitlinski en Leszkowicz dat de steun van de Europese Unie doorslaggevend zal zijn in de strijd. „De Roma, de milieubeweging in het Oostblok, allemaal hebben ze veel bereikt mede dankzij Brussel”, aldus Kitlinski. „De homofobie in het voormalig Oostblok is in het Europees Parlement al gesignaleerd, en onlangs veroordeeld. Het lidmaatschap van de Unie zal ervoor zorgen dat democratie langzamerhand ’geïnternaliseerd’ wordt in het voormalige Oostblok. Mensen beseffen dat democratie geen tirannie van de meerderheid mag zijn.” Leszkowicz ziet daarvan al de eerste signalen. „Zo zag ik een Poolse jezuïet op tv die zei: ’Katholiek zijn betekent geen stenen gooien naar homo’s’. Kijk, dat soort dingen geeft me hoop.”

Deel dit artikel