Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De tekst als onbeschreven blad in ’Wachten op Godot’

Home

Sander Hiskemuller

’Wachten op Godot’ van Toneelgroep Oostpool. Huis Oostpool Arnhem t/m 24/10 en van 1/12 t/m 13/12. Daartussen tournee, zie www.toneelgroepoostpool.nl

Het is verleidelijk het brein te kraken op Samuel Becketts ’Wachten op Godot’ (1952). Want wie is toch die Godot op wie protagonisten Vladimir en Estragon de godganse dag onder een boom zitten te wachten? Steeds maar weer die ijselijk stilstaande repetitie van existentie, tot de maan de donkerslag inleidt – elke dag weer, tot in oneindigheid. Het meest gespeelde stuk aller tijden – en in Nederland het meest geliefde, zo bleek onlangs uit een verkiezing van theatervakblad TM en theatersite Moose – kent daarom zoveel opvoeringen als interpretaties.

Burgemeester Matser van Arnhem wilde in 1955 de eerste Nederlandse opvoering verbieden wegens zogeheten homoseksuele tendensen. Hoe hij daar op kwam, is vandaag de dag niet voor te stellen, feit is dat een speciale commissie moest beoordelen of het stuk inderdaad indruiste tegen de goede zeden. Commissievoorzitter Anton van Duinkerken, katholiek essayist, oordeelde van niet. Hij beschouwde Becketts tekst juist als daad van zingeving, als wachten op verlossing, terwijl in kunstkringen het stuk vooral werd gezien als verwoording van het naoorlogse levensgevoel. Overigens was Beckett er zelf altijd helder over: ’Er staat wat er staat’.

Regisseur Erik Whien neemt zich in zijn ’Wachten op Godot’ van Toneelgroep Oostpool de woorden van de in 1989 overleden Ierse Nobelprijswinnaar ten harte. Met onbevangen scherpte gaan zijn jonge acteurs de tekst te lijf: puur en helder. In een mooi toneelbeeld van grijs gravel, een scheve witte wand en een naar één kant doorgewaaide berk, speelt Sanne den Hartogh de onnozele maar zwaarmoedige Estragon, die steeds weer op zoek gaat naar een touw om zich op te knopen. Maar ook steeds weer door zijn kameraad-tegen-wil-en-dank Vladimir, door Stefan Rokebrand met de bête blik van eeuwige optimist gespeeld, terug in de sleur van de tijdloep gedirigeerd – ze wachten immers op Godot. Die komt niet, maar „Morgen komt hij zeker.”

Het zijn tragikomische clowns, poëtische landlopers, slapstickachtige uithalen laten de stiltes tussendoor schreeuwen. Het humoristische absurdisme in de tekst krijgt alle lucht. De mooiste momenten zijn die als Pozzo met zijn knecht Lucky de sleur doorbreekt. Ali Ben Horsting speelt Pozzo onvoorspelbaar tiranniek, zijn vette lach en bulderende commando’s zijn angstaanjagend tragisch. Lucky, gespeeld door Lard Adrian, is onnavolgbaar als hij zich van hijgend serviel tot niet te stoppen ’denker’ ontpopt. Een rendier dat maar doordraaft.

Erik Whien is naar eigen zeggen in ’het wit’ gaan zitten – de tekst als onbeschreven blad. Geen denkraam van waaruit wordt geredeneerd; het is wat het is. Als in het tweede bedrijf alles van voren af aan begint, op twee groene blaadjes aan de berk na, is duidelijk dat niets anders dan het niets van de verstrijkende tijd regeert. „Op een dag ga je dood, op een dag ben je geboren”, zegt Vladimir. „Is dat niet voldoende?” In deze sterke ’Godot’ werkt die vraag nog troostend ook.

Lees verder na de advertentie
Stefan Rokebrand als Vladimir in Becketts 'Wachten op Godot'. (FOTO SANNE PEPER)
(Trouw)

Deel dit artikel