Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De succesformule van het Evangelisch Manifest

Home

COKKY VAN LIMPT

SPIJKENISSE - Maar liefst 800 jongeren voegden zich zaterdag 13 juni op de EO-jongerendag bij dominee Hans Eschbach op het podium, om gehoor te geven aan zijn oproep 'een nieuwe start te maken'. De evangelische beweging heeft de wind steeds krachtiger in de zeilen, zo lijkt het. Niet alleen in de speciaal daarvoor gestichte evangelische gemeenten, maar ook binnen de traditionele protestantse Samen-op-weg-kerken groeit de aandacht voor deze stroming.

Thuis in Spijkenisse, waar hij als evangelisch-hervormd predikant twee gemeenten leidt, maakt ds Eschbach de balans op, drie jaar na de oprichting van het 'Evangelisch Werkverband binnen de Verenigde protestantse kerk in Nederland i.w.' dat hij voorzit. Hij kan tevreden zijn met de oogst: binnen de Sow-kerken functioneren inmiddels 200 evangelische gebedsgroepen; 150 hervormde, gereformeerde en lutherse predikanten komen maandelijks bijeen om samen te bidden, elkaar te 'bemoedigen' en ervaringen uit te wisselen; voor het einde van de zomer rolt er een evangelische liedbundel van de pers; in het hele land steken evangelische 'groeigroepen' de kop op en er liggen vergaande plannen voor kerkelijk-evangelische 'proefpolders'.

Eschbach en zeven andere hervormde en gereformeerde predikanten kwamen elkaar vóór de oprichting van het binnenkerkelijke Evangelisch Werkverband (EW) dikwijls tegen op conferenties van evangelische, pinkster- en charismatische signatuur. Eschbach: “Wij voelden ons daar verbonden en tegelijkertijd vervreemd, omdat de traditionele kerk ver weg was. Het moest toch mogelijk zijn, overwogen wij, om binnen de kaders van de eigen, vertrouwde kerk, die we geen van allen de rug willen toekeren, een weg te vinden voor de evangelische geloofsbeleving.” De acht sloegen de handen ineen, richtten het EW op en schreven het Evangelisch Manifest, dat zij op 31 mei 1995 aanboden aan de hervormde, gereformeerde en lutherse kerkbesturen. Al werden ze niet door alle kerkbestuurders enthousiast onthaald - volgens Eschbach omdat velen een diepe angst koesteren voor scheuring en sektarisme - de kerkleiding erkende het EW wel als legitieme stroming binnen de Samen-op-weg-kerken.

Volgens Eschbach en de zijnen is dat maar goed ook, want van de 70 000 mensen die jaarlijks de protestantse kerken verlaten, worden er te veel in de armen gedreven van evangeliegemeenten. Met hun verlangen naar de 'blijde geloofsbeleving' voelen zij zich, gefrustreerd door verboden en onverschilligheid van kerkenraden en controlecommissies, over de rand geduwd van hun eigen hervormde of gereformeerde kerk. “Wij willen deze mensen behouden voor de kerk”, zegt Eschbach, die ervan overtuigd is dat een op evangelische leest geschoeide 'geestelijke vernieuwing' van de kerk de dramatische leegloop van de kerken kan afremmen.

“Veel kerkelijke gemeenten zijn middle of the road, zijn kleurloos en slinken eerder dan dat ze groeien. Kerken met een duidelijke identiteit daarentegen, die de kerkgangers op een bepaalde manier in hun geloofsbeleving aanspreken, of dat nu hoogliturgisch is of evangelisch of gereformeerde bonds-, bewijzen wél te kunnen groeien. Niet dat dat altijd eenvoudig is. Het is natuurlijk moeilijk om elkaar in liefde vast te houden, als de één de evangelische richting uit wil en de ander de hoogliturgische. Ook in mijn eigen gemeente in Spijkenisse heb ik dat gemerkt. Niet iedereen kon mee in de evangelisch-hervormde richting die ik vier jaar geleden ben ingeslagen. Maar toch groeit de kerkgang bij mij met zo'n tien procent per jaar. Het afgelopen jaar heb ik zelfs twintig nieuwe lidmaten kunnen inschrijven.”

De evangelische succesformule om een gemeente op te bouwen heet 'groeigroepen'. Worden in de traditionele kerkelijke gemeente bijbel- en gesprekskringen doorgaans geleid door de predikant, groeigroepen zorgen voor zichzelf. Het zijn kleine kringen van ongeveer tien mensen, die periodiek samenkomen voor bijbelstudie en 'gemeenschappelijk leven'. De rol van de predikant is beperkt tot 'toerusting' van de gespreksleiders, aan de hand van evangelisch studiemateriaal. De bijbelstudie is praktisch gericht. Drie vragen staan bij elk gespreksonderwerp centraal, namelijk wat denk je zelf, wat zegt de Bijbel erover en wat kun je daar vandaag meer?

Eschbach: “Deze groepen willen groeien in geloof, in gemeenschapszin en in getal. Ze bemoedigen elkaar, luisteren naar elkaar, bidden samen, helpen elkaar, zorgen voor elkaar bij ziekte. Ze zijn elkaar en de gemeente tot zegen. In Spijkenisse draaien nu 15 groepen van in totaal 150 mensen. Groepen die groter zijn dan 10 mensen worden gehalveerd en kunnen dan weer groeien, bijvoorbeeld in nieuwe stadswijken. Dankzij dit groei-principe gaan er in mijn gemeente het komende seizoen 18 groepen van start.”

Ook de gereformeerde ds. J. de Kok uit Drachtstercompagnie werkt met deze groeigroepen. In zijn gemeente van 400 zielen draaien zes groeigroepen van in totaal 70 mensen. Ook bij hem in de omgeving zijn zo'n tien gemeenten met de formule aan de slag gegaan. “Dan praat je toch al gauw over 700, 800 mensen”, aldus De Kok.

Groeigroepenenplan

Wat het EW als ideaal voor ogen staat is een landelijk netwerk van groeigroepen, dat over de gemeentegrenzen heenreikt. Eschbach geeft een voorbeeld. “Een kerklid in Rozenburg wil een evangelische groep starten en zoekt daarvoor contact met ons. Wij adviseren hem dan om eerst met zijn kerkenraad te gaan praten. Als de raad achter het initiatief staat, dan zorgen wij van het EW voor de coaching en voor de toerusting met evangelisch materiaal. Met andere woorden, wij nemen de verantwoordelijkheid voor die groep op ons.”

Het is de bedoeling binnenkort ook in Utrecht te gaan experimenteren met het gemeentelijke groeigroepenplan - de evangelische wijze van gemeenteopbouw. Het verschil met Drachtstercompagnie en Spijkenisse is, dat in Utrecht de coaching niet door het EW wordt verzorgd, maar door de provinciale toerustingsorganen van de Samen-op-weg-kerken. Eschbach is benieuwd hoe het uitpakt als de kerken voor de begeleiding gaan zorgen in plaats van het Evangelisch Werkverband zelf. Eind dit jaar, begin volgend jaar moet het Utrechtse plan concreet gestalte krijgen.

Ook in de theologie-opleiding zou verandering moeten komen, vindt het EW. “De opleiding is nog steeds heel Duits georiënteerd. De angelsaksische wereld heeft meer te bieden voor de evangelische theologie”, meent Eschbach. In Kampen lijkt men overigens de evangelische uitdaging al voorzichtig op te pakken. Het magnum opus 'Christelijke theologie' van de evangelische anglicaan Alister McGrath staat daar inmiddels op de boekenlijst. Eschbach geeft toe dat de evangelische beweging zich niet kenmerkt door een diepzinnige theologie. Theologische discussies zoals in de Sow-kerken worden gevoerd over de verzoening (de kwestie-Den Heyer) of de opstanding zal men er niet aantreffen. “Mensen bereiken met het evangelie is de hoofdzaak. De ontwikkelingen in de anglicaanse kerk geven ons daarin gelijk. De leegloop daar is gestopt door de evangelische vernieuwing.”

Ook het idee van de evangelische 'proefpolders' heeft het EW afgekeken van de anglicaanse urban mission. “In Engeland heeft een bisschop een leegstaande kerk in plaats van haar te verkopen of te slopen, aan een evangelische predikant gegeven. Deze is volgens evangelisch recept een gemeente gaan opbouwen en het resultaat is een kerk die weer helemaal vol zit. Zoiets wilden wij”, vertelt Eschbach, “ook in Den Haag proberen. Daar zijn drie stadswijken - de Schilderswijk, het Laakkwartier en Transvaal - van elk 19 000 inwoners, die per wijk nog maar over twee protestantse kerken beschikken. Mede uit zorg voor kaalslag van de kerk in de grote steden wilden wij daar een nieuw begin maken met een Sow-gemeente volgens de evangelische opbouwprincipes. De Haagse kerken durfden dat echter niet aan helaas. Het Bezuidenhout heeft al een kerkelijke evangelisch-charismatische gemeente; men heeft angst voor een tweede.”

Mensen als EO-coryfee prof. W. Ouweneel, de op de evangelischen gepromoveerde godsdienstsocioloog Hijme Stoffels en de vorige hervormde synodevoorzitter ds W. Beekman dichten de evangelische beweging een grote rol toe voor de toekomst van de Sow-kerken. Eschbach en De Kok hebben ondanks hun grote plannen de behoefte zich hierover wat bescheidener uit te laten. De Kok: “We moeten het nog maar zien. Het moet nog blijken of de kerk hiervoor openstaat.” Eschbach: “Alles wat we doen is embryonaal. We zijn een baby, met een grote mond, toegegeven, maar ook nog met vieze luiers.”

Deel dit artikel