Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De stopperspil, een puur negatieve vondst

Home

Matty Verkamman

Al in de jaren twintig had de legendarische Arsenal-manager Herbert Chapman in Engeland het stopperspilsysteem ingevoerd. Grote voetballanden als Italië, Frankrijk en Duitsland volgden spoedig deze tactische ingreep in het spel, maar in Nederland werd voor de oorlog alleen door KFC en SC Enschede de aanvallende spil veranderd in een defensieve (stopper)spil. Hier te lande werd de stopperspil vrijwel unaniem afgedaan als een puur negatieve vondst.

Terwijl de nationale ploeg van Engeland in 1946 met professionals het stopperspilsysteem speelde, togen de amateurs van Oranje vrolijk met een aanvallende spil naar Huddersfield. De Engelse midvoor Tommy Lawton wist niet wat hem overkwam. Engeland won met 8-2 van Nederland en Lawton scoorde vier maal. ,,Zo veel vrijheid heb ik nog nooit gehad. Nederland heeft goede voetballers, Faas Wilkes is zelfs een speler met internationale allure, maar wanneer het Nederlands elftal iets wil bereiken, moet onmiddellijk op het stopperspilsysteem worden overgegaan'', aldus Lawton.

De adviezen van Tommy Lawton wogen zwaar. Juist in 1946 leverde hij aan het KNVB-blad 'De Sportkroniek' zijn wekelijkse rubriek 'Voetballessen van Tommy Lawton'. Op 27 november 1946 werd Oranje in de pan gehakt en een week later waren de Keuze Commissie en trainer Jese Carver het er al over eens dat de aanvallende spil uit de tijd was. Niet iedereen was het hier overigens mee eens. Maanden lang vormden de dagbladen, maar ook 'De Sportkroniek' de podia voor scherpe polemieken tussen voor- en tegenstanders van het stopperspilsysteem.

Eén der belangrijkste tegenstanders van het 'stopperen' was oud-international Dirk Lotsy. Deze stoere DFC'er was er in 1905 als speler al bij geweest toen Oranje officieel aftrapte. Lotsy was niet helemaal met zijn tijd meegegaan, maar wel strijdbaar gebleven. In Huddersfield was de jonge spil Arie Vermeer van Excelsior als aanvallende spil in het diepe gegooid. Vermeer was een debutant, die met name oog had voor het 'voeden' van de aanval. Om het gevaar Lawton bekommerde hij zich nauwelijks. Dat was ook geenszins zijn opdracht geweest. Na de monsternederlaag schreef Dirk Lotsy: ,,Vooral na de rust was Vermeer ruim voldoende. Zijn goede kopwerk viel op en ook zijn onvermoeid zwoegen. Als geheel was het een debuut met een belofte.''

Arie Vermeer had nog de grootste moeite gehad om vrij te krijgen voor de trip naar Engeland. Hij was slagersknecht en zijn baas vond dat voetballen maar niks. Vermeer was ook onverwacht in het Nederlands elftal gekozen. In 1946 was eerst de dertigplusser Henk Pellikaan - in het begin van de jaren dertig al international - als spil opgesteld en nadien mocht de lange, eveneens voor-oorlogse international Gerard Kuppen het twee keer tegen België proberen. Voorts waren in de eerste na-oorlogse Oranje-selecties voor de spilpositie Jany van der Veen (Ajax) en Henk Schijvenaar (EDO) opgeroepen. Maar Vermeer werd dus plotseling op de Engelsen los gelaten. De reden waarom was kenmerkend voor het gebrek aan tactische realiteitszin, kort na de oorlog. Op 17 november 1946 had het voorlopige Oranje op Spangen voor de Gouden Onafhankelijkheidsbeker gespeeld tegen het Rotterdams Elftal. Bij de Rotterdammers was Vermeer de spil. En hoewel de 'voorlopigen' met 5-0 wonnen, waren de Keuzeheren toch buitengewoon tevreden over de aanvallende aspecten in het spel van Vermeer.

De arme Arie Vermeer werd na het pak slaag in Huddersfield nooit meer voor Oranje gekozen. Bij Excelsior ging het spelsysteem ook om. Van aanvallende spil werd Vermeer omgeschoold tot rechtshalf. Hij bleef de club van Kralingen nog tien jaar lang in het eerste elftal dienen. Oranje schakelde in de lente van 1947 over op de stopperspil. Hennie Möring van SC Enschede had al voor de oorlog in zijn club gestopperd en werd tegen de Belgen aan midvoor Decleyn gekoppeld. In België werd overigens schande gesproken over dit schaduwwerk. Decleyn ergerde zich in het veld dusdanig aan zijn bewaker, dat hij hem op zeker moment in het gezicht schopte.

Hennie Möring hield het niet lang vol als stopper bij Oranje. In 1948 werd hij opgevolgd door de Spartaan Rinus Terlouw. Dit brok beton was nog net iets krachtdadiger dan Möring.

Deel dit artikel