Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Stopera is een 'supertheater'

Home

HENNY DE LANGE

De veelbesproken Stopera (Stadhuis en Opera) in Amsterdam, bestaat 25 jaar. Architect Cees Dam kreeg voor, tijdens en na de bouw veel te verduren. 'Alle kritiek op dit supertheater is onterecht gebleken.'

Via de artiesteningang van Het Muziektheater in Amsterdam loopt architect Cees Dam (79) meteen door naar de ruimte achter het toneel. Spontaan schudden toneeltechnici die bezig zijn met het opbouwen van decors, hem de hand. Dam geniet zichtbaar. "Zo leuk, dat deze mensen me ook herkennen. En weet je, toneeltechnici zijn veel belangrijker dan de solisten die hier optreden." De architect heeft de smaak te pakken en loopt het toneel op. Daar wordt geoefend voor het feestlied dat gemaakt is ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Stopera en dat dit feestweekeinde regelmatig zal klinken. De architect stelt zich voor aan het gezelschap - "Ik heb dit mooie gebouw 25 jaar geleden gemaakt" - en maakt met brede armgebaren duidelijk dat vanaf deze plek het beste is te zien 'hoe mooi het toneel de zaal omarmt'.

Het is duidelijk: Dam is trots op zijn schepping en draagt dat ook uit, al gebruikt hij zelf liever het woord 'fier'. "Dit is een supertheater."

Consequent gebruikt de architect de benaming Stadhuis en Opera. Het woord Stopera zal hij nooit in de mond nemen. Jarenlang duldde hij zelfs niet dat mensen in zijn nabijheid dat woord hardop uitspraken. "Ik associeer het nog steeds met Stop Opera, de kreet waarmee de tegenstanders te hoop liepen tegen de bouw." Nooit ontwierp hij iets dat zoveel protesten losmaakte. Ook in de Nederlandse architectuurgeschiedenis is dit misschien wel één van de meest bediscussieerde gebouwen.

Alleen de voorgeschiedenis is al haast een boek op zich. Nadat er jarenlang gebakkeleid was over de bouw van een nieuw stadhuis en een muziektheater, werd in 1979 besloten een combinatie van stadhuis en opera te bouwen in de oude Jodenbuurt, die toen al de rellen rond de metrobouw achter de rug had. Ook de bouw van de Stopera was vanaf het begin omstreden. Dam werd aangewezen als architect samen met de Oostenrijker Wilhelm Holzbauer, die eerder een prijsvraag voor het ontwerp van het stadhuis had gewonnen. In eerste instantie hadden de architecten Bernard Bijvoet en Gerard Holt (de schoonvader van Cees Dam) de opdracht gekregen. Maar toen Bijvoet overleed en Holt zich terugtrok, werd Dam aangewezen.

Dam kreeg meteen het verwijt dat hij om deze opdracht in de wacht te slepen, nog gauw even getrouwd was met Josephine Holt. Ook dat paste in de sfeer van roddel en achterklap die er volgens de architect destijds hing. "Ik wás al met Josephine getrouwd. Er was een lijst opgesteld van architecten en daaruit ben ik gekozen."

De bouw ging gepaard met veel 'narigheid', vertelt Dam. Bouwmaterialen en machines werden gesloopt en er moesten hekken worden geplaatst om het bouwterrein. Ook in culturele kringen was volgens de architect het 'gejammer' niet van de lucht. "Het nieuwe operagebouw zou leiden tot de sluiting van Carré en zelfs het Concertgebouw zou er last van krijgen. Daar is niets van uitgekomen. Dit gebouw is juist een aanjager geworden en heeft het culturele leven een enorme oppepper gegeven."

Ook zijn eigen vakgenoten probeerden het plan te torpederen. "Een groep van 25 architecten, onder wie ook vrienden van mij, heeft een brief gestuurd naar de Hoge Raad om het besluit van de gemeenteraad nietig te laten verklaren. Maar diezelfde mensen zitten nu op de eerste rij en sturen bloemen vanwege het 25-jarig jubileum. Nee, namen noem ik niet. Ik val nooit collega's af."

Het gebouw was een politieke oplossing, benadrukt Dam, om de kosten te drukken. "Maar ik zag ook de voordelen van deze nieuwe combinatie. Overdag zou het stadhuis voor levendigheid zorgen op deze plek en 's avonds zou dat worden overgenomen door de opera."

Bij de opening van het complex moest de architect vanwege de felle protesten door een achterdeur naar binnen, net als koningin Beatrix, die daarbij de toenmalige burgemeester Ed van Thijn als volgt 'complimenteerde': "Burgemeester, wat hebt u toch een fijne stad". Dam: "Ik mocht bij de opening niet eens een smoking dragen, want dat zou te veel het establishment uitstralen".

In de foyer ligt nog steeds de zalmroze vloerbedekking waar meteen bij de opening al het nodige over te doen was. Na afloop van de festiviteiten zat het tapijt onder de vlekken. Zo'n besmettelijke kleur, hoe kwam de architect erbij? Dam heeft geen seconde overwogen alsnog te kiezen voor een donkere kleur. "Het tapijt wordt gewoon vervangen als het te vies wordt. Dit is al de derde vloerbedekking. Ik houd vast aan deze kleur omdat die zo'n mooie overgang vormt naar het rode pluche in de zaal. En de reflectie is ook zo mooi. Kijk maar, de witte trappen krijgen een zacht roze gloed."

Toen het tapijt drie jaar geleden werd vervangen, koos Dam voor een zalmroze vloerbedekking met cirkels erin. Een verwijzing naar de cirkelvorm die de basis vormt van het ontwerp. "Toen ik mijn eerste krabbeltjes maakte voor dit gebouw, vaak doe ik dat tijdens lange vliegreizen op de kotszakjes, ontstond er meteen een cirkel als basisvorm. Het ontwerp bestaat uit verschuivende cirkels op één as." Hij maakt een snelle tekening om zichtbaar te maken wat hij bedoelt. "Ik houd van de cirkelvorm vanwege de vloeiende vormen. Als je samen in een cirkel staat, heb je altijd met elkaar te maken, anders dan in een rechte doos, waar je in de hoek gezet kunt worden."

Kritiek was er ook op de akoestiek, al zijn er naderhand extra platen aangebracht in het plafond om die te verbeteren. "Daar moest een professor in de akoestiek aan te pas komen.

Maar je kunt nog zo'n perfect gebouw ontwerpen, helemaal volmaakt zal het nooit zijn. De oude Gerrit Rietveld zei ooit over ons vak: '75 procent van wat je doet, is gewoon goed, 20 procent is talent en over de resterende 5 procent praat je niet'. Het leven is ook nooit compleet, maar ik kijk van nature liever naar de mooie dingen."

De Stopera mag in zijn visie een 'supertheater' zijn, het is niet zijn allermooiste gebouw. Dat is het huis in Frankrijk dat hij ontwierp voor zijn inmiddels overleden vrouw Josephine. Zijn mooiste ontwerpen zijn allemaal woonhuizen en dat verklaart hij uit de band die je als architect kunt opbouwen met een particuliere opdrachtgever. "Met vier verschillende projectontwikkelaars ligt dat toch wat ingewikkelder. Ik heb dit gebouw ook alleen maar kunnen voltooien door me niets aan te trekken van alles wat er over werd gezegd."

Het budget van 230 miljoen gulden werd met 120 miljoen overschreden. Dam: "Grote bouwprojecten kunnen ze eigenlijk niet aan in Amsterdam, dat zie je ook bij de Noord-Zuidlijn en het Rijksmuseum. Ze begroten ze ook altijd te laag. Toch vind ik de bouwkosten van Het Muziektheater vergeleken bij andere grote projecten niet extreem, als je kijkt naar wat je ervoor gekregen hebt. En dan heb ik het ook nog op de toekomst gebouwd, zodat het zonder grote ingrepen aangepast kan worden aan de veranderingen in de samenleving."

Ondanks alle 'narigheid' die hij als architect heeft meegemaakt met dit gebouw, heeft hij er als gebruiker alleen maar goede ervaringen mee. Allereerst als bezoeker van de voorstellingen van De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet. Maar ook vierde hij er zijn 75ste verjaardag met familie en vrienden. Eén van zijn mooiste herinneringen is de keer dat hij met zijn oudste kleindochter naar een balletvoorstelling ging. "Toen ze aan mijn hand met haar zwarte lakschoentjes de grote trap opging, dacht ik: Daar heb ik het voor gedaan."

Op weg naar de uitgang kan hij het niet laten om nog even een kleedkamer binnen te lopen om het interieur te laten zien. "Vind je die spiegels met lampjes niet prachtig. Ook zo'n fraai ontwerp."

Deel dit artikel