Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De stamboom van de mens blijft nattevingerwerk

Home

Joep Engels

Lucy, in 1974 een van de grootste ontdekkingen uit de paleoantropologie.

Dat het allemaal in Afrika is gebeurd, zo'n zeven miljoen jaar geleden, daar is iedereen het nu wel over eens. Maar verder blijft de menselijke stamboom een kwestie van speculeren. Martin Meredith schreef er een boek over. 'Op sommige fronten zijn we niet veel verder dan Darwin.'

Raymond Dart was al op 29-jarige leeftijd benoemd tot hoogleraar anatomie aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, maar erg blij was de jonge arts er niet mee. Hij was liever medewerker gebleven op het University College in Londen waar hij met de groten uit de Britse geneeskunde had samengewerkt. Johannesburg was in 1923 niet meer dan een uit de kluiten gewassen mijnstadje en op de universiteit was een gebrek aan alles.

Maar een jaar later lachte het geluk hem toe. Dart kreeg de fossiele resten van een schedel in handen, die bij het opblazen van mijnwanden met kalksteenbrokken omhoog waren gekomen. Zulke vondsten waren niet uitzonderlijk. De mijnwerkers gebruikten de fossielen als woningdecoratie of presse-papier, in de veronderstelling dat het botten of schedels van apen waren.

Maar Dart, die van zijn nood een deugd had gemaakt en zijn takenpakket aan de universiteit wat had uitgebreid, zag onmiddellijk dat deze schedel menselijke trekken had. Na drie weken voorzichtig bikken en schaven brak de kalksteen open en kwam het gezicht van een kind tevoorschijn. Een goed bewaarde schedel met beide kaken intact, en alle twintig melktandjes nog aanwezig. Enkele volwassen kiezen stonden op doorbreken.

Uitgestorven apenras
Aan de vorm van de schedel zag Dart nog iets: het kind moest rechtop hebben gelopen. Hij schreef meteen een artikel voor het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat hij in zijn enthousiasme opende met de bewering dat dit kind 'tot een uitgestorven apenras behoorde dat tussen de levende mensapen en de mens' in stond.

De wetenschappelijke gemeenschap deelde zijn enthousiasme niet. Er was kritiek op de on-academische snelheid waarmee Dart zijn vondst had gepubliceerd en op de onzorgvuldige wijze van opgraven. Maar wat er vooral niet bij de heren professoren inging was dat het hier om een mensachtige zou gaan. Daarvoor was de schedel veel te klein - het was gewoon een aap, dachten zij - en hij kwam niet uit Azië. Daar immers lag de oorsprong van de mens.

Het zou nog een kwarteeuw duren voor Raymond Dart erkenning kreeg voor zijn vondst - die hij Australopithecus had gedoopt. Zijn lot is kenmerkend voor de paleoantropologie, zegt Martin Meredith, die een boek schreef over de zoektocht naar de oorsprong van de mens: 'Afrika: De bron van ons bestaan'. "De eerste jaren van die zoektocht werden gedomineerd door eenzame onderzoekers. Mannen, en een enkele vrouw, die in afzondering ploeterden in het veld. Als ze iets vonden, riepen ze dat van de daken. 'Ik heb de missing link gevonden'. Zo'n wilde claim moesten ze ook wel verkondigen, al was het maar om fondsen te verwerven. Maar het thuisfront reageerde veelal sceptisch, vastgeroest als men was in de eigen denkbeelden, die vaak niet meer waren dan wilde speculaties."

Darwin
Dat speculeren was al met Charles Darwin begonnen. In 1871 had hij in 'The Descent of Man' geschreven dat levende zoogdieren altijd en overal verwant waren aan uitgestorven soorten in dezelfde streek. Aangezien de mens nauw verwant was aan de gorilla en de chimpansee, was het iets waarschijnlijker dat 'onze vroege voorlopers op het Afrikaanse continent woonden dan elders'. Darwins suggestie dat de mens afstamde van de apen wekte ontzetting bij zijn victoriaanse tijdgenoten. "Laten we hopen dat het niet waar is", zei de vrouw van een Anglicaanse bisschop tegen haar man. "Maar als het wel zo is, laten we dan bidden dat het niet algemeen bekend wordt."

Wetenschappers zetten eerder vraagtekens bij het idee dat de oorsprong van de mens in Afrika lag. De Duitse bioloog Ernst Haeckel vond bijvoorbeeld dat de mens meer verwant was aan Aziatische apen - orang-oetans en gibbons - en plaatste diens wieg dus daar. Ook was het Haeckel die een evolutionaire stamboom had ontworpen waarbij de hoogste tak ontsproot aan de apenfamilie en via een aapachtige zijn weg vond naar de mens. Toen de Nederlandse arts Eugène Dubois in 1891 op Java een schedeldak vond met menselijke trekken maar toch ook weer niet, was de conclusie snel getrokken: deze javamens was Haeckels missing link.

Terug in Europa bleken sommige wetenschappers Dubois - een beetje - gelijk te geven, maar anderen hielden de javamens voor niet meer dan een grote gibbon. Velen hadden intussen een andere favoriet voor de ontbrekende schakel: de Neanderthaler. Aan Darwins suggestie om in Afrika te gaan zoeken dacht vrijwel niemand meer.

Grotten
Op die eenzame pioniers na. Fossielenjagers als Raymond Dart, Robert Broom of het echtpaar Louis en Mary Leakey. Tegen de gevestigde opvattingen in volhardden zij in het idee dat het in Afrika te vinden was. En ze vonden ook van alles. En elke vondst kreeg een prominente plek in de stamboom. Australopithecus, Paranthropus, Homo habilis. "Achteraf is het een wonder dat ze überhaupt wat vonden", zegt Meredith. "Op een gegeven moment werd wel duidelijk waar je moest zoeken. In Zuid-Afrika moest je in grotten zijn, terwijl in Oost-Afrika de fossielen juist dicht onder het oppervlak lagen. Maar ja, dan had je nog wel geluk nodig. Na de toevalstreffer van Dart duurde het tien jaar eer de volgende grote ontdekking werd gedaan. Hoe vaak zullen ze niet naar de rechterkant van het pad hebben gekeken terwijl ze aan het moois links voorbijliepen? De ontdekkingsreis ging gepaard met honderden missers, dat kan niet anders."

De drijvende kracht achter dit graaf- en spitwerk was de grootte van het brein. Het ging immers om de oorsprong van de mens en dat beginpunt werd gemarkeerd door de inhoud van de schedel. Pas bij 800 kubieke centimeter - het brein van de moderne mens vult zo'n 1300 cc - mocht je zeggen dat de eigenaar de 'cerebrale Rubicon' was overgestoken, en mocht je hem tot het geslacht 'Homo' rekenen. Al die vondsten uit de eerste helft van de vorige eeuw haalden de limiet niet. Meredith: "Het duurde tientallen jaren voordat de gevestigde wetenschap accepteerde dat deze kleine breinen mensachtige capaciteiten konden hebben. Dat ging alleen via een omweg. Dan werden er bijvoorbeeld kleine schedels gevonden in de buurt van stenen gereedschap. Aha: kennelijk was dit brein toch groot genoeg voor zo'n menselijk slimmigheidje. Heel moeizaam stapte de wetenschap af van dit breincriterium en begon men er oog voor te krijgen dat het rechtop gaan lopen wel eens beslissend kon zijn geweest."

Lucy
Zo lag het veld er ongeveer bij toen Meredith er zelf bij betrokken werd. Hij was in de jaren zeventig correspondent in Afrika voor enkele Britse kranten en zat daardoor op de eerste rij bij een van de grootste ontdekkingen uit de paleoantropologie: de vondst van Lucy. Eind 1974 groef het team van de Amerikaan Donald Johanson bijna de helft van een volledig skelet op. Daaraan konden ze zien dat Lucy rechtop had gelopen en met hun datering van drie miljoen jaar schoven ze die mijlpaal ver terug in de tijd.

"Het was een fascinerende vondst", vertelt Meredith. "Ik begon erover te schrijven, maar kreeg vrij snel door dat de kennis flinterdun was. In de jaren zeventig wist men eigenlijk nog bijna niets. Later besefte ik dat sindsdien het inzicht enorm is gegroeid." Die vooruitgang is niet alleen te danken aan de enorme hoeveelheden fossielen die zijn opgegraven. Het vakgebied breidde ook uit. Men besefte dat klimaatverandering een enorme impact had op het gedrag van de vroege mens en daarmee ook op diens ontwikkeling. De genetica bood de mogelijkheid om verbanden tussen en binnen de soorten te leggen. En betere dateringstechnieken legden de vondsten strakker vast in de tijd.

Het grote verhaal is daardoor nu wel duidelijk geworden. "Het is allemaal in Afrika gebeurd, daar is iedereen het over eens", zegt Meredith. "Daar heeft zich zeven miljoen jaar geleden een mensachtige van de apenlijn afgesplitst. In Afrika zijn de eerste gereedschappen bedacht, zoals vuistbijlen en vishaken. Daar zijn de eerste kunstwerken gemaakt. Is taal ontstaan, bewustzijn. En vandaaruit heeft Homo sapiens de wereld veroverd."

Nattevingerwerk
Over de details is minder overeenstemming. "Al die schema's waarin onze voorouders een plaatsje hebben gekregen, zijn nattevingerwerk", schampert hij. "Er zitten vele gaten in die stambomen. Van sommige soorten hebben we maar één botje, en toch krijgen ze soms een prominente plek in het geheel. De bewijzen zijn nog altijd dun, en dat opent de weg voor speculaties. Op basis van hetzelfde bewijs kunnen twee wetenschappers tot geheel verschillende verhalen komen. Dat zie ik in de fysica nog niet zo snel gebeuren."

Neem nu zo'n Richard Wrangham, een Britse paleoantropoloog aan de universiteit van Harvard. Deze Wrangham beweert dat de ontwikkeling van de mens een grote sprong voorwaarts maakte toen hij leerde koken. In zijn boek 'Catching fire' (Nederlandse titel: 'Koken - Over de oorsprong van de mens') legt hij dit historische moment ver terug in de tijd: twee miljoen jaar geleden. Meredith: "Daar heeft hij geen enkel bewijs voor. Het oudste, geaccepteerde bewijs dat de mens vuur kon maken is 800.000 jaar oud. Het oudste kookbewijs 160.000 jaar. Twee miljoen jaar! Het is een gerespecteerd wetenschapper hoor, die Wrangham, maar het boek is pure speculatie. En het wordt geweldig verkocht. Wat dat betreft zijn we nog net zo ver als met Darwin."

Martin Meredith. Afrika: 'De bron van ons bestaan'. (Engelse titel: 'Born in Africa: The Quest for the Origins of Human Life'.) Uitgeverij Omniboek. 253 blz., 19,95 euro.

Lees verder na de advertentie

Belangrijke voorouders van de mens

Sahelanthropus tchadensis
De oudste bekende hominide, zes à zeven miljoen jaar. Is alleen een schedel (350 cc) van die in 2002 in Tsjaad werd gevonden. Onduidelijk of Toumai (zo is hij genoemd) rechtop liep.

Ardipithecus ramidus
In 1994 is één redelijk compleet maar beschadigd skelet gevonden. Herstel duurde vijftien jaar. 'Ardi' leefde 4,4 miljoen jaar geleden, klom in bomen maar liep ook rechtop.

Australopithecus
Vallen veel soorten onder (onder andere africanus, afarensis, sediba en boisei). Veel exemplaren van gevonden. Lucy (afarensis) is de bekendste. Vier à twee miljoen jaar geleden. De in 2008 ontdekte A. sediba wordt door sommigen (haar ontdekkers) gezien als overgangsvorm naar geslacht Homo.

Homo habilis
De handige mens, 2,4 tot 1,5 miljoen jaar. Dankt naam aan gereedschappen die in zijn buurt gevonden werden. Herseninhoud: 650 cc.

Homo erectus
1,8 miljoen à 300.000 jaar. Grote herseninhoud: 900-1100 cc. Bleef niet in Afrika maar trok naar Europa en Azië. Pekingmens en javamens waren ook H. erectus. Volgens sommigen waren dwergen op Flores, Homo floresiensis (ontdekt in 2003), een verkleinde variant van erectus.

Homo heidelbergensis
500.000 à 200.000 jaar. Verspreidde zich over Europa en Azië. Volgens sommigen de voorouder van de Neanderthaler, die 230.000 tot 30.000 jaar geleden in Europa woonde. De gedrongen Neanderthaler was een uitstekend jager, had zich goed aangepast aan het klimaat van de ijstijd, maar was niet opgewassen tegen Homo sapiens.

Homo sapiens
Verscheen 200.000 jaar geleden op het toneel, en begon 60.000 jaar geleden aan zijn expansie. Vroeger dachten sommigen dat H. sapiens op veel plaatsen was voortgekomen uit de uitgewaaierde H. erectus. Maar nee: alle moderne mensen stammen af van Homo sapiens uit Afrika.

Deel dit artikel