Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Sint is een afgod, geen kindervrind

Home

JAN DE BAS

Velen vroegen zich de afgelopen jaren af of het oer-Hollandse Sinterklaasfeest nog wel toekomst heeft, maar één groep Nederlanders worstelt al eeuwen met het feest van de goedheiligman. De orthodox-protestanten, een bevolkingsgroep van ettelijke tienduizenden Nederlanders, zijn ernstig verdeeld over de vraag of het feest van Sint nu wel of niet mag worden gevierd.

De burgemeesters F. Moree en A. C. Ph. Hardonk, van respectievelijk Kesteren en Barneveld, weigeren Sinterklaas te ontvangen. De SGP-bewindslieden lappen deze, in 1934 in Amsterdam geïntroduceerde, traditie aan hun orthodox-protestantse laars. Beiden zeggen 'grote moeite' met het sinterklaasverhaal te hebben. De Sint wordt in deze plaatsen daarom door een - niet-SGP - loco-burgemeester ontvangen.

Waar komt deze moeite, die bij verschillende orthodox-protestanten leeft vandaan en waarom denken niet alle 'zware' protestanten er zo over? Moree en Hardonk kunnen worden gerekend tot de groep protestanten die lid zijn van wat de theoloog Anne van der Meiden 'de zwarte kousenkerken' noemt. Deze gelovigen gaan vaak gehuld in zwarte kleding en zijn zowel in leer als in leven zwaar op de hand.

Van der Meiden schetst een portret van deze 'bevindelijke' protestanten: ze willen de Bijbel zo letterlijk mogelijk naleven en dit in afzondering van 'de wereld' doen, waarbij God hun leven leidt en, wanneer Hij dit wil, hen krachtdadig zal bekeren tot Christus. Dit laatste is het meest relevante in het mensenleven. Deze houding impliceert, aldus Van der Meiden, dat zaken die de mens van de bekering tot God afhouden, vermeden dienen te worden.

Daarom zijn de orthodoxen vooral 'tegen': tegen dansen, tegen tv, tegen toneel, tegen spel en tegen Sinterklaas. Nee, de zwaren hebben hier op aarde weinig aandacht voor een cultuuropdracht, om zo iets positiefs van hun geloof en kennis over te dragen; dit leven is voor hen vooral een voorportaal van het eeuwige.

H. K. van Dijk, directeur van een reformatorische basisschool, met een populatie die voor 99 procent bestaat uit kinderen van orthodox-protestantse snit, merkt op dat Sint op zijn school niet welkom is. Hij vindt het uit pedagogisch oogpunt onjuist om het gedrag van kinderen te manipuleren door met de Sint te dreigen. Hij prefereert de 'vreze Gods' als middel tot socialiseren.

De orthodox-protestanten proberen het geloof van hun voorouders uit de 16de en 17de eeuw intact te houden. Van der Meiden merkt op dat voor deze groep alle heiligen, relikwieën en beelden uit den boze (namelijk afgodendienst) zijn. Kortom: de orthodox-protestanten volgen de lijn van de 16de-eeuwse beeldenstormers. En één van de heiligen die de protestanten van weleer verwierpen was Sint Nicolaas, de bisschop van Myra.

Nicolaas leefde in de vierde eeuw en werd vanwege zijn medemenselijk handelen spoedig heilig verklaard. In de loop der tijd werden hem eigenschappen toegeschreven die de normale sterveling te boven gingen. Zo bood hij om uiteenlopende redenen bescherming aan zeelieden, reizigers, maagden, prostituees en minderbedeelden. Maar Maarten Luther gaf aan niets met deze populaire heilige van doen te willen hebben. Hij stelde: “God kent geen Sint Nicolaas.”

In de Nederlanden kregen de orthodoxen in de 16de eeuw de macht en gaven ze in de lijn van hun Luther aan dat het volksgeloof in Nicolaas not done was. Terwijl aan het einde van de Middeleeuwen sommige Hollandse steden de minderbedeelden op 5 december nog geld en brood schonken, verbood een aantal stadsbesturen aan het begin van de 17de eeuw activiteiten rond de geboortedag van de goedheiligman. Delft elimineerde in 1600 de Sint-Nicolaasmarkt en Dordrecht verbood in 1657 het publiek vieren van het feest. In de 18de eeuw verbood de gemeente Hilversum het feest na een felle, verwoestende brand, omdat zo'n teken Gods niet genegeerd mocht worden. De orthodoxen van toen waren standvastig: weg met dat beeld van katholieke illusies, weg met de verering van de volksheld uit Myra.

Veel orthodox-protestanten worstelen anno 1998 nog steeds met het Sinterklaasfeest. Maar tegenover de groep verneiners van het feest staan orthodoxen die wel aan Sint doen. Zo wordt de Sint in de 'zware gemeenten' Rijssen en Genemuiden wel ontvangen. Ook gezinnen uit de Gereformeerde gemeenten vieren vaak het feest, ondanks het feit dat Sint een toneelspeler is die op tv komt. Volgens diverse orthodox-protestantse ouders kan Sint met zijn gezelligheid een middel zijn het gezin te wapenen tegen de oprukkende ontburgelijking, die het gezin als hoeksteen van de samenleving ondermijnt.

Maar de aanwezigheid van de goedheiligman zelf wordt niet altijd op prijs gesteld. Dit laatste geldt ook voor de orthodox-hervormde basisschool Eben-Haezer in Waddinxveen. Alleen zwarte Piet is op deze school welkom, omdat de figuur van Sint te veel verwarrende associaties oproept. De school viert dus Sinterklaas zonder Sinterklaas: een wel erg 'typisch' orthodox compromis.

Deel dit artikel