Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De scheiding tussen kerk en staat is in gevaar

Home

Hans Goslinga

© anp

In België oefent de koning zijn ambt uit 'bij de gratie van de wil van het volk', in Nederland regeert de koning 'bij de gratie Gods'. D66 wil deze verwijzing naar God als de bron van publiek gezag uit de koninklijke afkondiging van wetten schrappen, omdat Nederland geen christelijke natie meer is.

Voor dit motief achter het initiatiefvoorstel van het D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven valt op zich wel iets te zeggen. De woorden 'bij de gratie Gods' hebben geen staatkundige betekenis meer, zoals de ministers Van Agt en Geertsema begin jaren zeventig al erkenden, maar zij kunnen de koning als verbeelder van de nationale eenheid wel dwars zitten in zijn verbindende rol. Zeker nu de samenleving niet langer christelijk is, maar levensbeschouwelijk verdeeld en overwegend seculier, moeten staatszaken, zoals de afkondiging van wetten, niet worden vermengd met religieuze elementen.  

Veertig jaar terug bestreden de christen-democraat Van Agt en de liberaal Geertsema dat de woorden 'bij de gratie Gods' in de seculariserende samenleving verwarring schiepen. Zij hadden daarvan althans niets gemerkt. De vraag is of dat in 2016 onder de burgers zoveel anders ligt. Ook bestaat hier niet een uitgesproken indruk dat België, dankzij een monarchie die berust op de volkssoevereiniteit, een democratischer land is dan Nederland of een koningschap kent dat sterker verbindend is het onze.  

Uit de publieke discussie over het D66-voorstel blijkt, kortom, niet dat er sprake is van een geprangd rechtsgevoel over deze kwestie dat schreeuwt om codificatie. Voor zover het opwinding veroorzaakt komt die voort uit beduchtheid onder christelijke bevolkingsgroepen dat zij, in de woorden van ChristenUnie-voorman Segers, 'naar de rand van de samenleving worden gedrongen'.

Lees verder na de advertentie
De grote, betekenisvolle vraag is of de democratie en religie verenigbaar blijven

Democratie en religie
Uit het oogpunt van politiek als machtsstrijd is het verklaarbaar dat de seculiere partijen naar dominantie in de publieke ruimte streven. Maar het wordt ernstig als minderheidsgroepen zich in het nauw gedreven voelen en in hun geestelijke vrijheid beperkt. Hierbij is de steen des aanstoots niet louter de ingreep in de titulatuur van de koning, maar de reeks opeenvolgende pogingen van seculiere partijen, de liberalen meestal voorop, het publieke domein van christelijke invloed en sporen te zuiveren. Zelfs de stilte rondom kerken op zondagochtend, in 1953 met een fijnzinnig gevoel voor verhoudingen vastgelegd in de Zondagswet van de katholiek Beel, moet eraan geloven.  

Op dit punt is het zaak het beeld nog wat groter te maken en de islamitische minderheden in de beschouwing te betrekken. Net als orthodoxe christenen, dikwijls nog opgevoed onder het eigenzinnige adagium 'in de wereld, maar niet van de wereld', voelen zij zich door een verschralende verdraagzaamheid jegens al wat afwijkt naar de marge gedrongen. De democratie komt dus wel degelijk in het gedrang, zij het niet in de zin van de verstoorde staatkundige vroomheid van D66.  

Door deze grotere beweging is het niet meer dan een futiele vraag hoe het reeds van alle politieke macht gestripte koningschap tot achter het laatste stukje symbolische franje is te rijmen met de democratie. De grote, betekenisvolle vraag is of de democratie en religie verenigbaar blijven. Als gelovigen zich met hun levensstijl en heiligdommen niet meer beschermd en erkend weten in de democratie, ziet het er niet alleen somber uit voor hun, maar in een wereld met twee miljard christenen en anderhalf miljard moslims ook voor de democratie.  

Een reëel gevaar is dat de seculiere partijen hun meer­der­heids­po­si­tie aanwenden om met behulp van de staatsmacht an­ders­den­ken­den in een hoek te drukken

Oude spoken
De seculiere partijen spelen, anders gezegd, een riskant spel door religieuze bevolkingsgroepen naar de achterkant van het publieke domein te dringen of in het gelid van de moderniteit te pressen. In haar voorstel verwijzingen naar God uit het staatspapier te bannen beroept Stientje van Veldhoven zich op de scheiding tussen kerk en staat. Het is de vraag of dit beginsel hier terecht wordt ingezet, omdat het (van meet af aan) beoogt collaborerende macht van staat en kerk, zoals in het Ancien Régime in het Frankrijk van voor de Revolutie, te voorkomen. Van een dergelijk gevaar is hier in de verste verte geen sprake.  

Voor zover er oude spoken zijn die de democratie bedreigen, zoekt D66 die in de verkeerde hoek. Een reëel gevaar is dat de seculiere partijen hun meerderheidspositie aanwenden om met behulp van de staatsmacht andersdenkenden in een hoek te drukken. Er is dus alle reden de scheiding scherp te bewaken, dat wil zeggen de scheiding tussen staat en seculiere kerk.

Deel dit artikel

De grote, betekenisvolle vraag is of de democratie en religie verenigbaar blijven

Een reëel gevaar is dat de seculiere partijen hun meer­der­heids­po­si­tie aanwenden om met behulp van de staatsmacht an­ders­den­ken­den in een hoek te drukken