Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De RVD: het AC Milan van de voorlichters

Home

HELENE BUTIJN

De nieuwe directeur van de Rijks Voorlichtingsdienst (RVD), opvolger van drs. H. van der Voet, heet Eef Brouwers. Een transfer die Brouwers ook verraste. Hij was voorlichter bij Philips in een van de meest onrustige perioden uit de geschiedenis van de onderneming: Brouwers moest de operatie 'Centurion' aan het publiek verkopen. Een taak die hem door president Jan Timmer voor een groot deel uit handen werd genomen. Timmer brak met het verleden van openheid bij Philips. Een verandering die Brouwers met spijt moet hebben gadegeslagen - hardop zal hij het niet zeggen. Hij was jarenlang journalist en presentator van onder meer Studio Sport en het NOS Journaal. De financiële journalisten voor wie hij bij Philips gedurende ruim twaalf jaar persconferenties organiseerde, noemt hij liefkozend 'mijn bloedbroeders'.

De vijftiger Brouwers begon (in 1956) als journalist bij de toenmalige Nieuwe Provinciale Groninger Courant. Daar leerde hij het echte handwerk. Na drie jaar bij de Courant werkte hij korte tijd als freelancer, schreef even voor het Utrechts Nieuwsblad en gedurende zes jaar voor het Nieuwsblad van het Noorden. Intussen kreeg hij interesse voor de omroep. Zijn eerste radio-ervaring deed hij op bij de Regionale Omroep Noord. Verder werkte hij mee aan programma's van de toenmalige jeugdomroep van de Avro, Minjon. Het meer serieuze omroepwerk begon voor hem bij Avro's Radiojournaal. Brouwers: “Daar heb ik een aantal jaren gezeten. Ik deed allerlei dingen, ook bijvoorbeeld het parlement. Samen met de Friese cabaretier Rients Gratama had ik nog het familie-radioprogramma 'Mobiel', dat de treffende ondertitel 'een degelijk programma van en voor de degelijke mens' droeg'.”

Min of meer bij toeval kwam Brouwers eind jaren '60 bij de NOS terecht. “Ik was privé erg in sport geïnteresseerd. De Avro heeft me toen op een soort uitleenbasis aan de NOS gegeven, aan Langs de Lijn. Al vrij snel ben ik ook Studio Sport gaan presenteren, een combinatie die ik een aantal jaren gedaan heb. Het was in de gouden tijd van Ajax en Feyenoord en ook van Ard Schenk en Kees Verkerk. De meeste mensen konden toen alleen kiezen tussen Nederland 1 of Nederland 2. Iedereen keek in die tijd naar sport.”

Na een paar jaar bij Studio Sport stapte Brouwers over naar het NOS-journaal, waardoor hij definitief toetrad tot de schare van bekende Nederlanders. “Op zich is dat heel leuk, maar in het begin weet je niet wat je overkomt. Het is vreemd als je in een plaats, waar je nog nooit bent geweest, een rolletje drop koopt en bij je naam wordt genoemd. Het blijft ontzettend lang hangen. Het overkomt me nu nog wel een enkele keer dat mensen in een vreemde plaats mijn stem herkennen.” Maar daar zijn ook nadelen aan verbonden. Brouwers: “Mensen bekijken je toch vooral op het verschijnen van je gezicht op de beeldbuis. Natuurlijk is dat het meest herkenbare facet van je doen en laten, maar het is wel vreemd om vooral dáárop bekeken te worden, in plaats van op dingen die voor jou als journalist misschien interessanter en belangrijker zijn.”

Als bekende Nederlander leerde Brouwers zich de alerte houding aan die hem nog steeds kenmerkt. “Je moet natuurlijk erg oppassen met je reacties, in een periode dat je behoort tot een bepaalde groep bekende Nederlanders. Want alles wat je doet wordt dan meteen door een vergrootglas bekeken.”

Na zeven jaar televisie maakte Brouwers de stap terug naar het Nieuwsblad van het Noorden, om daar al snel hoofdredacteur te worden. Die overstap kwam als een verrassing. Kijkers schreven de presentator emotionele brieven, waarin ze hem vroegen bij het journaal te blijven, en ook Brouwers zelf vond het jammer bij de televisie weg te gaan. Maar hij maakte er geen geheim van dat het salaris dat hij in Groningen kon krijgen een belangrijke rol speelde bij zijn besluit. Bij het Nieuwsblad hield Brouwers het opnieuw maar een aantal jaren vol. In 1982 werd hij voorlichter bij Philips. “Waarom ik ben overgestapt naar de voorlichting is voor mij altijd nog de vraag. Ik kan alleen zeggen dat ik min of meer toevallig meneer Dekker ontmoette, die toen president van Philips was. Het klikte meteen en voor ik het wist zei ik: ja.”

Journalisten beschouwen de overstap naar het voorlichterschap vaak als een vorm van verraad. Eef Brouwers ziet echter geen scherpe scheiding tussen de twee beroepen, meer een vage grens, een breed vlak. In zijn hart voelt de voorlichter zich nog altijd een verslaggever, een echte kranteman. Toch is hij door zijn werk als voorlichter anders tegen de journalistiek gaan aankijken, al verpakt hij zijn visie voorzichtig. “Ik heb bij Philips een kijkje kunnen nemen in de keuken. Ik weet nu wat de beweegredenen zijn van ondernemingen en de mensen die daar werken. Ik heb mijn oude bloedbroeders op een andere wijze ontmoet en gezien wat zij doen met informatie. Dat is in een aantal gevallen goed, in een aan aantal gevallen minder goed en in sommige gevallen ronduit slecht. Maar dat mag je journalisten niet altijd kwalijk nemen. Misschien zijn ze niet voldoende gegidst. Niet dat me dat nou overdreven aan het denken zet, maar het brengt me terug naar mijn eigen periode als journalist. Waarbij je je dan wel eens afvraagt bij welke categorie je zelf hoorde.”

“Je draait natuurlijk wel eens als katten om de hete brij. Maar het is net als bij voetballers. Wanneer die spelen, gaat het met twee partijen tegen elkaar. Als voetballer van de ene club heb je respect voor die van de andere. Wèl zou je het liefst bij het winnende elftal zitten. Ik zie mezelf als voorlichter niet altijd als de winnende partij, het gaat me er om dat je respect en begrip moet hebben voor elkaar. Voor de wijze waarop je werkt. Het kan zijn dat een journalist met een verhaal komt dat ik voor Philips op dat moment liever niet zou hebben gehad. Het komt te vroeg, of wat dan ook. Dat wil niet zeggen dat je er vanuit professioneel oogpunt geen respect voor kunt hebben, dat de journalist dat dan toch maar heeft kunnen achterhalen, en vaak ook voor de wijze waarop hij het brengt.”

Dat het klikte tussen Philips-president Wisse Dekker en hoofd voorlichting Eef Brouwers was voor iedereen zichtbaar. Ze vormden in de jaren tachtig een team dat met uitzonderlijke openheid de pers te woord stond. Dekker trad de journalisten met enthousiasme tegemoet, waarbij Brouwers de regie in handen had. Ook de opvolger van Dekker, Cor van der Klugt, gaf Brouwers veel vrijheid. Met de komst van Jan Timmer als president veranderde dat. Timmer nam een voorbeeld aan andere Nederlandse multinationals als Akzo, Shell en Unilever, die contacten met de pers tot het minimum beperkten. Brouwers moest de toelichting voornamelijk aan Timmer overlaten en zich verder houden bij 'Geen commentaar'. Toch zegt Brouwers dat Timmer hem niet in zijn bewegingsvrijheid beperkt. “Ik praat niet anders met de pers dan vóór zijn aantreden. Misschien wel wat minder. Maar de periodes waarin Dekker en Van der Klugt optraden waren duidelijk anders dan de tijd waarin de heer Timmer president was. Iedere president heeft natuurlijk zijn eigen opvattingen - daar wil ik verder niets over zeggen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Maar dat wil niet zeggen dat intern bij Philips, de adviseurs en mensen zoals ik, niet gewoon net zo opereren en adviseren als anders. Naar buiten toe kan dat best minder waarneembaar zijn.”

Daar heeft het dan ook niet rechtstreeks mee te maken, dat Brouwers besloten heeft bij Philips weg te gaan. Zijn overstap naar de RVD ziet hij, nu 56 jaar, als een buitenkans, te vergelijken met voetballen op Europees topniveau op je dertigste. “Het komt me als PSV-supporter natuurlijk wat moeilijk uit de mond, maar je zou misschien de volgende vergelijking kunnen maken. Stel je bent een speler van tussen de 20 en de 24, 25 jaar, die bij een topclub in Nederland, laten we zeggen Ajax, speelt. Bovendien speel je ook nog in het Nederlandse elftal. Dan kan ik me voorstellen, dat je verwacht dat er wellicht eens een andere club komt, niet uit de eerste divisie, maar bijvoorbeeld een AC Milan, een Real Madrid of een Barcelona. Wanneer je als voetballer in Nederland met 32 of 33 jaar nog steeds bij Ajax en in het Nederlands elftal speelt, denk je toch niet meer aan een uitdaging die je kunt vergelijken met AC Milan. Dan denk je 'Ik wil zo lang mogelijk nog op dit niveau blijven'. En als zoiets dan komt, ja, dat takes you by surprise.”

Over zijn toekomstig werk bij de RVD wil Brouwers nog niets kwijt - hoewel hij weet dit een van de laatste kansen is, eenmaal bij de RVD kun je er niets meer over zeggen. Brouwers wil in eerste instantie goed rondkijken en ontdekken welk beleid de RVD precies voert. “Ik ben natuurlijk erg benieuwd om de komende maanden te horen hoe dat beleid tot stand is gekomen en hoe dat er uitziet. Want wat ik er in krant A over lees hoeft natuurlijk niet altijd overeen te komen met wat er in krant B staat. Ik weet dan niet precies wie ik moet geloven. Dus laat ik bij de basis beginnen.” Zijn ervaring met de koninklijke familie is nu nog beperkt. Als radioverslaggever, maar ook als televisiemedewerker, heeft hij een aantal staatsbezoeken meegemaakt en reisde hij geregeld met ministers mee. Hij kan zich, uit eigen ervaring, voorstellen dat grote aandacht van de pers voor mensen niet prettig is. “Niemand is bij machte om vierentwintig uur per dag op de top van de tenen te lopen en zich permanent ervan bewust te zijn dat alles wat je doet wordt vastgelegd. Ik denk dat ieder mens, in welke functie dan ook, recht heeft op een bepaalde mate van privacy. Maar ik erken dat het in bepaalde functies en op bepaalde posities moeilijk is om daar heel veel ruimte voor te krijgen. Over de vraag waar mensen wat dat betreft recht op hebben kun je aardig met elkaar van mening verschillen. In hoeverre je mensen eigenlijk zou moeten beschermen ook. Daar zijn spanningsvelden.”

Hoe Brouwers zelf over deze kwesties denkt vertelt hij ook niet. De ex-radioman weet als gepokt en gemazeld voorlichter wanneer hij zijn mond moet houden. “Ik denk dat een woordvoerder, zowel bij Philips als bij de RVD, moet weten dat hij niet altijd en overal over van alles en nog wat kan praten. En als hij wat zegt, moet hij weten waarover hij praat, wanneer hij praat, waarom hij praat en hoe hij praat.”

Deel dit artikel