Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De romantiek van vliegen: toen het nog bijzonder was

Home

Stijn Fens

Schiphol 1949, foto voor KLM kalender © Hollandse Hoogte / Maria Austria Instituut

Redacteur en frequent flyer Stijn Fens vindt vliegen nog steeds magisch, al sinds de dagen dat hij als kind mee mocht om zijn tante Tonnie van Schiphol op te halen.

Vroeger keek je op tegen mensen die door de lucht reisden. Een van hen was mijn tante Tonnie die in Rome woonde. Twee keer per jaar kwam ze met het vliegtuig naar Nederland. Ik mocht dan mee naar Schiphol om haar op te halen. Vanuit Zandvoort reden we er in de auto naartoe. Na een minuut of twintig zagen we Schiphol liggen. Daar ging het gebeuren. De vliegtuigen in de verte leken nog het meest op een groep olifanten die bij een rivierbedding aan het drinken was. Nog mooier werd het als we de auto geparkeerd hadden en we het geluid van de vliegmachines hoorden. Hard, eentonig, maar ook geruststellend. En de hele wereld binnen handbereik.

Lees verder na de advertentie

In de aankomsthal keek ik ademloos naar het bord met de vluchtinformatie. U weet wel, met van die letters en cijfers die met vrolijk geratel kwamen en ook weer in het niets verdwenen. Na lang wachten kwam mijn tante dan achter een schuifdeur vandaan. Met de aura van een filmster betrad ze de aankomsthal. “Je hebt het weer gered”, zei mijn oom dan, alsof ze in een propellervliegtuigje de oceaan was overgestoken. Vanaf dat moment wilde ik ook vliegen.

De reis naar Londen was het begin van een liefdesband tussen mij en het vliegen die tot de dag van vandaag duurt

Mijn eerste reis moet naar Londen zijn geweest. Ik was tien jaar en herinner mij er vreemd genoeg eigenlijk bijna niets van. Alleen de zwarte taxi’s die ons op Heathrow als wolven opwachtten, staan me nog vaag bij. Toch was die reis naar Londen het begin van een liefdesband tussen mij en het vliegen die tot de dag van vandaag duurt.

Er is veel veranderd sinds de tijd van mijn tantes’ vluchten van en naar Rome, toen vliegen nog bijzonder was. Luchtvaart is massaconsumptie geworden. Van Schiphol alleen al vertrekken dagelijks zo’n 700 vluchten. En vliegen is ook al lang niet eerbaar meer, zeker niet in de ogen van nogal wat milieuactivisten, maar ook van steeds meer ‘gewone’ burgers. Je begaat nog net geen misdrijf als je voor een korte afstand het vliegtuig kiest, maar het scheelt niet veel. Van frequent flyer tot veelpleger.

Laatst moest ik voor deze krant naar Genève. Trouw moedigt vliegen niet aan en ik ging op zoek naar een alternatief vervoermiddel. Met de auto was het te ver. Dan maar met de trein. Dat kostte maar liefst 340 euro, meer dan twee keer zo veel als met het vliegtuig. Dus viel de trein af, want een krant mag dan wel hardop dromen van een duurzame wereld: kostenbeheersing is ook noodzakelijk. Ik vond het stiekem wel fijn: toch lekker vliegen.

Vliegen is een zwoele verleider die de reiziger langzaam maar zeker van zijn vrije wil ontdoet

Het feest begon al op Utrecht Centraal. Ik stapte niet in de trein naar Gouda of Almere, maar naar Schiphol Airport. Kijk, dan zit je eigenlijk al bijna in de lucht. Je voelt je op een bepaalde manier bevoorrecht. Op Schiphol zelf vindt dan een verdere scheiding plaats als je je koffer afgeeft en door de veiligheidscheck mag gaan. Ik kijk dan nog altijd even achterom naar de stakkers die niet mee mogen. Vervolgens betreed je het voorgeborchte van het niemandsland dat vliegen in wezen is. Met restaurants die veel te duur zijn en winkels die je de illusie geven dat een luchtreiziger nog altijd tot een elite behoort. Vliegen is een zwoele verleider die de reiziger langzaam maar zeker van zijn vrije wil ontdoet.

Ik liep naar de gate en het voelde allemaal goed. Om mij heen mensen die net als ik uitverkoren waren, we waren met elkaar verbonden, als in een droom. Maar het mooiste moment kwam toch toen ik in mijn - iets te krappe - vliegtuigstoel zat en mijn telefoon moest uitdoen. Nu kon niemand mij meer iets maken. Behalve dan voor even de vrouw naast mij. Maar haar zou ik toch nooit meer zien. En voor de rest: niemand die mij tijdens die anderhalf uur in de lucht kon bellen of appen. Ik bestond niet meer.

Schaduwwereld

In de jaren negentig van de vorige eeuw werkte ik bij de KRO en vloog ik de hele wereld over. Heerlijk. Prachtige tijd. Nu moet ik één ding toegeven: ik voel me op mijn gemak in vliegtuigen, maar ik heb er nooit in kunnen slapen. Ook toen al niet. Als we ’s avonds vanuit New York terugvlogen en na de maaltijd het licht uitging zodat iedereen de ogen kon sluiten, begon voor mij een nieuw leven. Ik liep dan naar de pantry, bietste een drankje van een van de stewardessen en bleef daar de rest van de vlucht hangen. Beetje ouwehoeren. Niemand die erom maalde wat ik zei.

Misschien is dat toch wel wat mij het meeste aantrekt in vliegen: je maakt deel uit van een schaduwwereld op tien kilometer hoogte waarin je dagelijkse zorgen langzaam oplossen. Je verkeert in een vacuüm.

En natuurlijk blijft de romantiek bestaan van verre bestemmingen die bijna grijpbaar zijn doordat er altijd vliegtuigen naar onderweg zijn. Ik had als kleine jongen de behoefte om, als ik een vliegtuig hoog in de lucht zag, met mijn hand omhoog te reiken en het naar me toe te halen zodat ik kon instappen. Even meeliften naar New Dehli of San Francisco. En wat denkt u: tegenwoordig kan dat, al is het virtueel.

Als ik ’s nachts niet kan slapen, pak ik mijn telefoon en ga naar Flightradar24. Ik zoem uit en zie dat er boven Amerika druk gevlogen wordt

Een vriend wees mij een tijdje geleden op de app Flightradar 24. Een heerlijke uitvinding. “Neem wel de premium versie, die is het fijnst”, zei hij erbij. Er ging letterlijk een wereld voor mij open. Je kunt met deze app al het vliegverkeer volgen, over de hele aarde. Van Nieuw-Zeeland tot Alaska. Dat kan per route, luchtvaartmaatschappij of luchthaven. Het leukst is de optie ‘nearby’ waardoor je kunt zien wat er op dat moment boven je hoofd vliegt. Er komt gewoon een wereld bij. Noem het maar zicht op de hemel.

Als ik ’s nachts niet kan slapen, pak ik mijn telefoon en ga naar Flightradar24. Ik zoem uit en zie dat er boven Amerika druk gevlogen wordt. Met mijn wijsvinger raak ik de minivliegtuigjes aan, een voor een komen de vluchten tevoorschijn. Los Angeles-New York, Dallas-Phoenix. Ik kan alles zien en voel mij de alleenheerser van het luchtruim. Dat geeft ook rust.

Ik landde op tijd in Genève en liep met mijn rolkoffer door de douane de aankomsthal in. Ik zag iemand met ballonnen staan, maar die waren niet voor mij bestemd. De droom was weer voorbij. Buiten wachtte de echte wereld, met dreigende taxi’s en ingewikkelde ov-adviezen. Mijn leven, dat anderhalf uur in de pauzestand had gestaan, staarde me weer aan.

Gelukkig mocht ik twee dagen later weer de lucht in.

Lees ook:

KLM zoekt meer duurzame brandstof, maar dat valt niet mee

Een luchtvaartmaatschappij die vecht tegen klimaatverandering bestaat niet. Of toch wel? Met kleine stapjes probeert Inka Pieter, verantwoordelijk voor duurzaamheid bij KLM, de uitstoot van de KLM-vloot te verminderen.

Het is de ondankbare maar broodnodige taak van regeringen om vliegen te gaan belasten

Het klinkt mooi: compenseren voor vliegen. Maar wat als een Afrikaans dorp moet wijken voor een stuwdam mede door jouw bijdrage ter compensatie van CO2-uitstoot? Het kan anders.

Deel dit artikel

De reis naar Londen was het begin van een liefdesband tussen mij en het vliegen die tot de dag van vandaag duurt

Vliegen is een zwoele verleider die de reiziger langzaam maar zeker van zijn vrije wil ontdoet

Als ik ’s nachts niet kan slapen, pak ik mijn telefoon en ga naar Flightradar24. Ik zoem uit en zie dat er boven Amerika druk gevlogen wordt