De risico’s van Ritalin

home

Brigitte Alfter (Kopenhagen) en Joop Bouma (Amsterdam) en Marleen Teugels (Brussel)

Het gebruik van geneesmiddelen bij ADHD stijgt onverminderd snel. In Nederland is het aantal recepten tussen 2002 en 2007 verdrievoudigd naar ruim 600.000. Maar ADHD-pillen zijn geen onschuldige snoepjes. Europa is bezig met een veiligheidsonderzoek.

De ADHD-epidemie rukt op. ADHD-pillen worden aan steeds jongere kinderen gegeven. Medicamenten als Ritalin en Concerta (met de actieve stof methylfenidaat) zijn stimulerende middelen die net zo op de hersenen inwerken als amfetamines en cocaïne.

De European Medicines Agency (EMEA) in Londen, de Europese tegenhanger van de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit Food and Drug Administration (FDA), onderzoekt de veiligheid van de in Europa goedgekeurde medicamenten die methylfenidaat bevatten. „De Europese Commissie heeft deze veiligheidsprocedure opgestart vanwege risico’s op hart- en vaatziekten en herseninfarcten”, zegt Monika Benstetter van EMEA.

In het voorjaar van 2007 drong de FDA er al bij de fabrikanten van ADHD-geneesmiddelen op aan in de patiëntenbijsluiters te wijzen op risico’s als hart- en vaatproblemen en psychiatrische nevenwerkingen die met het gebruik van de pillen gepaard kunnen gaan.

In de jaren ’60 werd methylfenidaat voor het eerst gebruikt om ’hyperactieve’ kinderen rustiger te maken. Kinderen met niet te ernstige ADHD zouden volgens Europese richtlijnen eerst met niet-medicamenteuze therapie geholpen moeten worden. Dat komt onder meer neer op een instructie aan de ouders in de omgang met hun kinderen of gedragstherapie van groepen kinderen. Terwijl in de praktijk ADHD-middelen op steeds grotere schaal worden voorgeschreven, neemt de zorg over de serieuze bijwerkingen toe.

De belangrijkste verklaring voor de ADHD-epidemie is volgens Trudy Dehue, hoogleraar theorie en geschiedenis van de psychologie in Groningen, dat mensen het beste willen voor hun kind in een maatschappij waar de prestatie-eisen steeds groter worden. „Kinderen moeten in westerse samenlevingen, net als volwassenen, al heel jong presteren”, zegt Dehue. „Als je daar als ouder niet alles aan doet, faalt het kind en faal jij mee. Nu de biologie maakbaar lijkt te zijn geworden, is die ook je eigen verantwoordelijkheid.”

Dehue wil het ADHD-probleem niet bagatelliseren. „Er zijn kinderen en volwassenen die werkelijk grote gedragsproblemen hebben. Maar daarnaast geldt dat er veel stoornissen onder het begrip ADHD zijn ondergebracht die daar eigenlijk niet thuishoren.’’

ADHD is volgens Dehue niet veel meer dan een naam voor een tekort aan concentratie, te druk gedrag en wat andere kenmerken. „Toen Amerikaanse psychiaters in de jaren zeventig ruim 300 namen bedachten voor allerlei onwenselijke emoties en gedragingen, wilden ze in feite alleen maar afspraken maken, zoals: ’we gebruiken deze ziektenaam alleen als iemand aan criteria a, b en c voldoet”, stelt Dehue. „Sommige psychiaters spraken toen al de vrees uit dat al die namen in de praktijk zouden worden aangezien voor de interne oorzaak van de problemen: de stoornis maakt dat je druk en ongeconcentreerd bent.’’

En dat is volgens haar precies wat er wereldwijd en op grote schaal is gebeurd. Niet alleen leken, maar ook hulpverleners praten over de psychiatrische indelingen alsof het oorzaken zijn. Dehue: „Als ADHD een stoornis is die in iemand huist, hoef je immers niet te vragen naar en niet te werken aan de eventuele redenen of externe oorzaken van de problemen. Nog belangrijker: dan kun je zo’n ziekte ook ’een beetje’ hebben, zonder aan het officiële lijstje van criteria te voldoen.’’

Het andere deel van de verklaring voor de ADHD-epidemie is dat de psychiatrie een hechte band is aangegaan met de farmaceutische industrie. „Die komt het goed uit als gedragsproblemen het imago van een ziekte hebben. Een psychiater die zich door een bedrijf laat betalen, zal zelf denken dat hij of zij desondanks een onafhankelijke mening heeft; maar ik zie hen soms regelrecht reclame maken, verpakt als wetenschappelijke feiten.”

De verwevenheid tussen farmaceutische firma’s en de ADHD-behandelaars is groot. „Neem de lancering van het relatief nieuwe ADHD-medicament Strattera”, zegt psychiater Walter Vandereycken van de Katholieke Universiteit Leuven. Vandereycken publiceerde in 2007 een kritisch boek over de verwevenheid van de psychiatrie en de industrie (’Psychiaters te koop?’). „Strattera lijkt chemisch op een antidepressivum, maar werd gelanceerd door Eli Lilly als een middel tegen ADHD zonder de mogelijk nadelige eigenschappen van stimulerende middelen zoals Rilatin. Maar de lancering kwam op een slecht moment. De kritiek binnen de Amerikaanse FDA was net op gang gekomen in verband met zelfdestructief en impulsief gedrag bij kinderen en jongeren die antidepressiva namen. De FDA werd plots strenger en in Europa was men nog veel sceptischer geworden.”

Een half jaar na de marktintroductie in Nederland moest Eli Lilly op last van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg een waarschuwingsbrief aan alle artsen sturen nadat bij een meta-analyse van klinische onderzoeken naar Strattera een ’significante’ toename van suïcidaal gedrag bij kinderen en jongeren aan het licht kwam.

Tegenover deze kritiek moest Eli Lilly opboksen met forse marketing. „Om artsen voor het product te winnen, haalde Eli Lilly de ADHD-goeroe Russell A. Barkley naar Amsterdam voor een promotietournee door Europa”, aldus hoogleraar Vandereycken. „Een hele bus vol psychiaters en kinderpsychiaters reed naar Schiphol om de lezing bij te wonen.”

In Nederland is Eli Lilly verwikkeld in een rechtszaak tegen minister Klink van volksgezondheid, omdat tot ergernis van de fabrikant Strattera maar beperkt wordt vergoed. Klink besloot daartoe nadat zijn adviseurs bij herhaling hadden vastgesteld dat de fabrikant geen wetenschappelijke bewijs kon leveren dat het dure Strattera effectiever is dan de bestaande ADHD-pillen.

De ADHD-middelen geven veel bijwerkingen, vooral middelen met als werkzame stof methylfenidaat, zegt Bruno Toussaint, hoofdredacteur van het Franse geneesmiddelenbulletin Prescrire. „Gebruikers van deze middelen kunnen plots een psychose krijgen, manisch worden, last krijgen van hallucinaties en agressiviteit. Dat zijn veel voorkomende ernstige bijwerkingen. Daarnaast zien we ook groeivertraging en neurologische afhankelijkheid. Kinderen met aangeboren hartaandoeningen lopen een verhoogd risico op plotse sterfte en acute hartklachten als ze ADHD-pillen nemen.”

Nieuwe richtlijnen van het Britse National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) raden ADHD-pillen af voor kleuters jonger dan vijf. Behandeling moet volgens NICE bij voorkeur beperkt blijven tot kinderen met ernstige ADHD.

Dit is het derde van vier artikelen over geneesmiddelveiligheid in Europa, een productie van Irene (Investigative Reporters Network Europe, www.irene-reporters.org). De eerdere artikelen werden geplaatst op 2 en 8 oktober 2008 en zijn na te lezen op www.trouw.nl/veiligepillen. Het project kreeg financiële steun van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten in Amsterdam en het Fonds Pascal Decroos in Brussel.

Lees verder na de advertentie
Kinderen met ADHD zijn vaak moeilijk handelbaar. Ze hebben concentratieproblemen en zijn hyperactief. (FOTO PETER HILZ ) ©  /Hollandse Hoogte
(Trouw)

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie