Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De richtlijn voor mensenhandel werkt verwarrend

Home

Hans Marijnissen

Belangstellenden bekijken de voormalige prostitutieboten aan het Zandpad in Utrecht. De gemeente trok in 2013 de vergunning in voor de exploitatie van de prostitutieboten, wegens verdenking van mensenhandel. © ANP

Als slachtoffers van mensenhandel al zelf kunnen kiezen bij wie zij zich met hun verhaal melden, dan kunnen ze het beste voor de politie gaan. Bij de Koninklijke Marechaussee en de inspecteurs van het ministerie van sociale zaken zijn ze slechter af.

De drie diensten gaan volstrekt anders om met de behandeling en verwerking van de eerste meldingen door slachtoffers, blijkt uit een onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Om die kwetsbare groep uit de klauwen van smokkelaars te redden, is in 2000 vastgelegd dat de politie ‘bij de geringste aanwijzing’ van mensenhandel, het vermoedelijke slachtoffer direct een ‘bedenktijd’ van drie maanden moet aanbieden.

Lees verder na de advertentie

In de periode kunnen de vaak illegale slachtoffers niet worden uitgezet, en hebben ze recht op zorg en een kleine uitkering. Ze kunnen in die tijd tot rust komt en nadenken over een eventuele medewerking aan opsporing en vervolging van de daders. Slachtoffers van mensenhandel kunnen vaak pas na wat langere tijd hun traumatische ervaringen uiten, blijkt uit eerder onderzoek.

De grootste on­dui­de­lijk­heid blijkt de term ‘bij de geringste aanwijzing’ van mensenhandel te zijn

De ‘bedenktijd’ zou daarop een antwoord moeten zijn. Die beschermt slachtoffers, maar helpt ook bij de opsporing: omdat slachtoffers langer beschikbaar blijven voor politie-onderzoek en gedetailleerder getuigen, neemt de kwaliteit het recherchewerk toe. Naast de politie, kunnen ook de Koninklijke Marechaussee en de inspectie van het ministerie die rustperiode afkondigen.

Willekeur

Uit het onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat vandaag uitkomt, blijkt echter dat er in die regeling sprake is van grote willekeur, tussen de organisaties, maar ook binnen die diensten handelen medewerkers volstrekt verschillend. De grootste onduidelijkheid blijkt de term ‘bij de geringste aanwijzing’ van mensenhandel te zijn. De politie en de inspectie houden zich over het algemeen aan die term, maar bij de marechaussee krijgen vermeende slachtoffers alleen steun als ‘voldoende signalen van mensenhandel’ bestaan, wat een veel zwaarder criterium is. De aanwijzingen worden als het ware ‘gewogen’, en daarvan mag volgens de regeling nou juist geen sprake zijn. Een lage drempel, is het uitgangspunt.

Ondervragers maken de toekenning van een bedenktijd afhankelijk van de vraag of een zaak kan leiden tot een succesvolle vervolging. Ze gaan het slachtoffer als het ware als ‘business case’ zien, en overleggen zelfs met de officier van justitie of ze de bedenktijd moeten toekennen. Terwijl de minister van veiligheid meermalen te kennen heeft gegeven dit uiterst onwenselijk te vinden.

Ook binnen organisaties zijn er verschillen. Voor marechaussees aan de landsgrenzen is het verlenen van bedenktijd slechts een formaliteit, terwijl dezelfde dienst op Schiphol mogelijke slachtoffers eerst helemaal uithoort om te kijken of er een onderzoek kan volgen, terwijl deze vraag separaat moet staan en pas na een eventuele aangifte gaat spelen.

Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel ontstaat rechts­on­ge­lijk­heid die bij zulke kwetsbare slachtoffers grote gevolgen kan hebben

Met deze verschillen ontstaat er volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel rechtsongelijkheid die bij zulke kwetsbare slachtoffers grote gevolgen kan hebben. Ze stelt daarom voor de regels rond het verlenen van bedenktijd nauwkeuriger in de wet te omschrijven.

Gemeenten schieten tekort in aanpak mensenhandel

Nederlandse gemeenten laten het te vaak afweten bij de aanpak van mensenhandel. In 35 procent van de gemeenten heeft men geen idee of mensenhandel voorkomt. Hoe kleiner de gemeente, hoe vaker het aan zicht ontbreekt. Dit vindt Corinne Dettmeijer-Vermeulen, Nationaal Rapporteur Mensenhandel zorgwekkend, omdat mensenhandel niet alleen in grote steden, maar ook in kleinere gemeenten voorkomt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg en opvang van slachtoffers. Ook kunnen zij slachtoffers van mensenhandel signaleren en met gemeentelijke bevoegdheden daders aanpakken. Toch geeft ruim 95 procent van de gemeenten aan geen specifiek beleid te hebben. “Uit eerder onderzoek blijkt dat 1 op de 6 slachtoffers buiten zicht blijft”, zegt Dettmeijer-Vermeulen. Zij vindt dat gemeenten een actieve rol moeten spelen bij de aanpak van mensenhandel.

Lees ook:
In de strijd tegen mensenhandel is elke veroordeling een overwinning
Een geheime ontmoetingsplaats voor slachtoffers van mensenhandel
Aandacht voor opsporing mensenhandel verslapt

Deel dit artikel

De grootste on­dui­de­lijk­heid blijkt de term ‘bij de geringste aanwijzing’ van mensenhandel te zijn

Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel ontstaat rechts­on­ge­lijk­heid die bij zulke kwetsbare slachtoffers grote gevolgen kan hebben