Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De PvdA heeft haar ideaal van volksverheffing verkwanseld

Home

Sebastien Valkenberg

Diederik Samsom als straatcoach in Amsterdam © Hollandse Hoogte
Opinie

Het fatsoensoffensief van de PvdA is mooi, vindt filosoof Sebastien Valkenberg. Maar haar ideaal van volksverheffing heeft de partij verkwanseld.

Taal en rekenen zijn belangrijk, maar uiteindelijk moet het in het onderwijs draaien om Bildung. Verrassend is dat dit pleidooi afkomstig is uit een recent rapport van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Het had natuurlijk moeten komen van de PvdA.

De sociaal-democratie heeft zich immers altijd hardgemaakt voor een brede vorming. Tot niet zo lang geleden dan. De laatste jaren heeft de partij haar achtergrond flink verloochend.

Een zekere gewichtigheid lijkt onvermijdelijk als dit onderwerp ter sprake komt. Hoe zegt de Teldersstichting het in het persbericht bij haar rapport? "Onderwijs dient primair een hoger doel in de vorm van persoonlijke, geestelijke en moreel-praktische ontwikkeling van het individu."

Het komt erop neer dat scholing meer is dan een voorbereiding op een baan. Een accountant wordt niet beter in zijn vak als hij basale kennis heeft van de letteren en zijn weg enigszins weet in de klassieke muziek. Het (onmiddellijke) economisch nut van deze algemene ontwikkeling blijft met andere woorden onduidelijk. Toch is de aanname dat ze je verrijkt als mens.

Ook de confessionelen en in mindere mate de liberalen hebben zich ingezet voor dit ideaal. Zo bracht de Paulusvereniging in de jaren vijftig 'Uit de levens van grote mannen' uit, een serie monografieën over (christelijke) erflaters aan wie het rooms-katholieke smaldeel zich kon spiegelen. Maar voor geen enkele zuil is verheffing van haar achterban zo'n speerpunt geweest als voor de sociaal-democraten. Voor de arbeidende klasse, grofweg de doelgroep van de PvdA, maar ook de Vara en andere cultuurdragers, was het verre van vanzelfsprekend dat ze in aanraking kwam met cultuur. Thuis ontbrak vaak het geld hiervoor, evenals de affiniteit ermee.

Dus zetten de sociaal-democraten zich in voor volksverheffing. Een breed palet aan initiatieven moest helpen dit doel te verwezenlijken.

Zo werd in 1905 de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur opgericht, later omgedoopt tot de Wereldbibliotheek. Bellettrie voor een schappelijke prijs, waardoor ook de gewone man hiervan kennis kon nemen: dat was de even simpele als ambitieuze doelstelling van deze uitgeverij.

Ik kan me de rij met 'premie-uitgaafjes' bij mijn opa en oma, beiden afkomstig uit een rood nest, nog goed herinneren. H.G. Wells, Herman Gorter. Jean-Jacques Rousseau, Trots konden mijn grootouders hun vingers langs de boekruggen laten gaan.

Dezelfde vorm van verheffing, maar dan op muzikaal gebied beoogde de Vara-matinee. In 1960 werd de vrije zaterdag ingevoerd: een mooie gelegenheid, vond de rode omroep, om arbeiders naar het Concertgebouw te lokken. Daar konden ze tegen gereduceerd tarief luisteren naar Bach, Beethoven en Brahms.

Dat was toen. In de jaren nadien is het ambitieniveau steeds lager komen te liggen. Alle politici hebben zich hieraan schuldig gemaakt, maar in het bijzonder die van PvdA-huize. Meer dan hun confessionele en liberale collega's hadden zij immers een traditie hoog te houden. Die ongegeneerde ambitie van weleer: kom daar nu nog eens om.

Volgens de gangbare visie zou de PvdA onder Diederik Samsom haar ideologische veren weer (enigszins) terug hebben.

Wim Kok zei nog in 1995 dat hij ze gelukkig had afgeschud.

Soms lijkt het er inderdaad op.

Recentelijk deed minister van binnenlandse zaken Ronald Plasterk een appèl op ouders om hun kinderen beter op te voeden. Meerdere kranten, waaronder Trouw, vonden dat hij zich hiermee in de traditie plaatste van het sociaal-democratische verheffingsideaal. Maar een oproep à la Plasterk blijft steken in vrijblijvendheid. Bovenal laat de brede verheffingsagenda die de Wereldbibliotheek en de Vara-matinee inspireerde zich niet terugbrengen tot een lesje in fatsoen.

Als het vroegere ideaal echt een bron van inspiratie zou zijn, hadden de sociaal-democraten zich anders moeten opstellen tegenover de eisen die Rutte I stelde aan het verkrijgen van het Nederlanderschap. Bij deze status, vond het vorige kabinet, hoort dat je de Nederlandse taal machtig bent. Onnodig, vindt de PvdA kennelijk: deze wet sneuvelde immers vrijwel onmiddellijk toen de liberaal-socialistische tandem Rutte II aantrad.

Zulke vrijblijvendheid ten aanzien van iemands taalbeheersing zou je eerder verwachten uit liberale hoek. Meer precies: van het Veronica-liberalisme uit de jaren tachtig, zoals Nijpels dat uitdroeg met de slogan 'Gewoon jezelf zijn'. In elk geval níet van de sociaal-democraten. Als geen ander zou de PvdA zich moeten inzetten voor spreek- en schrijfvaardigheid in het Nederlands. Een wezenlijker vorm van verheffing is nauwelijks denkbaar. Analfabetisme is een recept - vermoedelijk hét recept - voor maatschappelijke achterstelling en maakt zelfredzaamheid bijkans onmogelijk.

Op lokaal niveau onderkende Lodewijk Asscher dit wel. Toen hij nog geen vicepremier en minister van sociale zaken was, maar wethouder van onderwijs in Amsterdam, zat de taalachterstand bij jonge - veelal allochtone - kinderen in zijn portefeuille. Zijn oplossing: stuur ze naar een voorschool. De sanctie als ouders hieraan niet meewerken: een boete.

En dan toch op landelijk niveau die afrekening met de taaleis van Rutte I. Wellicht wil de PvdA alles wat herinnert aan de PVV zo snel mogelijk uitwissen, maar vermoedelijk laat de houding van de partij zich niet reduceren tot wraakoefening op Wilders. Eerder is ze een symptoom van een veranderd wereldbeeld. Dat maakt dat de tegenwoordige PvdA het Bildungsideaal van de vroegere PvdA niet langer overtuigend kan uitdragen.

Hier wreekt zich de erfenis van de jaren zeventig. Toen onderging vooral het progressieve gedachtengoed een transformatie die doorwerkt tot op de dag van vandaag. Gaandeweg veranderde het marxisme van een economische in een culturele theorie, onder invloed van filosofen als Georg Lukács en Herbert Marcuse. Gelijkheid bleef de hoeksteen van hun denken, maar dit beginsel werd voortaan toegepast op culturen. Het gevolg: een blinde vlek voor cultuurverschillen. Hooguit kunnen we zeggen dat cultuur A anders is dan cultuur B. Maar op de suggestie dat hiertussen ook een kwalitatief onderscheid kan bestaan, kwam een taboe te rusten.

Het cultuurrelativisme bleek een succesnummer. Het sloeg aan bij menig politicus, niet alleen bij die van rode signatuur, maar wel voornamelijk. Zo vond Marcel van Dam, inmiddels SP'er maar in de jaren zeventig als prominent Nieuw Linkser een van de vormgevers van de PvdA: "Wie bereid is over de grenzen van de eigen cultuur en de eigen generatie heen te kijken, moet tot de conclusie komen dat culturen nooit beter of slechter zijn dan andere culturen." Ander geval: de politicoloog en (ex-)marxist Siep Stuurman, die betoogde dat cultuurrelativisme voortvloeit "uit het basisprincipe van de gelijkwaardigheid van alle mensen".

Deze gedachtengang maakt duidelijk waarom vooral de PvdA zich steeds moeizamer is gaan verhouden tot het vroegere Bildungsideaal. Het cultuurrelativisme staat namelijk op gespannen voet met een culturele canon waar iedereen kennis van zou moeten nemen - zeker mensen voor wie dit van huis uit niet vanzelf spreekt.

Wat deed de Wereldbibliotheek in de eerste helft van de twintigste eeuw anders dan een corpus aan teksten selecteren die beter waren dan andere?

Op dezelfde manier ging de Vara-matinee te werk, door uit de klassieke muziek een luistermenu samen te stellen. Tegen de achtergrond van een consequent doorgevoerd cultuurrelativisme sneuvelen zulke beschavingsoffensieven. Ze devalueren ze tot misplaatste uitingen van superioriteit. Standsverschillen zijn immers niet langer te rechtvaardigen.

Het laten varen van de taaleis voor het Nederlanderschap is slechts één knieval voor het cultuurrelativisme. Niet zo lang geleden stelde zowel Rotterdam als Amsterdam forse subsidies beschikbaar om rapworkshops te organiseren, onder meer aan rapgroep OVC.

Achterliggende gedachte: alleen zo bereik je probleemjongeren, vaak van allochtone komaf. Die spreek je aan op waar ze goed in zijn. Een nobel streven, maar zoals een van de leden van OVC zelf al toegeeft:"De echte probleemjongeren uit de wijken, die komen niet."

We hadden ons de experimenten met rapworkshops in Nederland kunnen besparen. Al in 2007 waarschuwde de Catholic Association of Racial Justice (CARJ), die hiervan studie had gemaakt, tegen de slechte invloed van de straatcultuur op zwarte scholen in Londen.

Kinderen met een Afrikaanse of Caribische achtergrond lopen een flink risico op vroegtijdige schooluitval. Hun slechte vooruitzichten hangen sterk samen 'met hoe de kinderen zich gedragen', zei Tracey Carvey-White van CARJ, zelf trouwens zwart.

Haar conclusie was helder: verwacht geen heil van de zwarte zelfexpressie, zoals streetdance en rap (Trouw, 12 februari 2007).

Maar sowieso had de PvdA zich niet met rapworkshops moeten inlaten - deze partij met haar historie van volksverheffing nog minder dan de andere partijen in de colleges van b. en w. Wat is er verheffend aan het oeuvre van de rappers van OVC? Een van hun nummers heet 'Bankoverval' en begint als volgt: 'Zeg wat! Dit is een bankoverval. Paas me al die doekoe voordat ik je neerknal.' Voor de niet-ingewijden: 'paas' is straattaal voor 'geef', 'doekoe' voor 'geld'. De begeleidende videoclip laat een vier minuten durend vuurgevecht zien tussen een legertje bivakmutsen en politieagenten.

Groter contrast kan er amper zijn met de oorspronkelijke Bildungsgedachte: een set waarden van eerbiedwaardige statuur in het vooruitzicht stellen waaraan iedereen zich kan optrekken. Subsidiëring van rapworkshops gaat uit van precies de omgekeerde werkwijze: integratie via de eigen cultuur van probleemjongeren. Deze benadering is een hardnekkige constante in het beleid van de PvdA, hoewel er dus uitzonderingen zijn zoals Asscher. We herkennen haar ook in het pleidooi voor koranlessen op school dat Ahmed Marcouch, inmiddels PvdA-Kamerlid, hield toen hij nog stadsdeelvoorzitter was in Amsterdam-Slotervaart.

Stel dat de Wereldbibliotheek en de Vara-matinee waren uitgegaan van de veronderstelling dat mensen onbereikbaar blijven als je ze niet aanspreekt via hun eigen cultuur. De boekenkast van mijn opa en oma had er heel anders uitgezien. Ook was hun op die manier een aanleiding tot trots ontnomen.

Begrijpelijk is het trouwens wel, dat de sociaal-democraten de weg van de rapworkshops en koranlessen inslaan. Wie zich bekeert tot het cultuurrelativisme maakt het zichzelf lastig, zo niet onmogelijk, een duidelijke keuze maken ten faveure van de high culture met een canon. De sociaal-democraten hebben zichzelf de pas afgesneden.

Vaak wordt de PvdA verweten dat ze zich te bevoogdend opstelt. Dit verwijt is slechts gedeeltelijk terecht. Zolang het om euro's draait, durft de partij zich inderdaad directief op te stellen. Een goede overheid is in haar optiek een herverdelende overheid die geld doorsluist van rijk naar arm. Om het met PvdA-voorzitter Hans Spekman te zeggen: nivelleren is een feest. Dikwijls - niet altijd - wordt verheffing verengd tot een economische kwestie.

Als het daarentegen op culturele kwesties aankomt, zou je willen dat de partij zich juist bevoogdender zou opstellen dan ze nu doet. Volksverheffing is namelijk meer dan een toename van het besteedbaar inkomen. Dat wisten de sociaal-democraten van het eerste uur heel goed. Het valt alleen te vrezen dat door het cultuurrelativisme een terrein braak is komen te liggen.

Vertonen andere partijen tekenen dat ze zich het thema serieus willen toe-eigenen? Natuurlijk gaan de verschillende verkiezingsprogramma's - van SP, CDA, D66 - in op onderwijs, maar zoeken op 'verheffing' of Bildung levert nul treffers op. Vooralsnog spreekt alleen de VVD, bij monde van haar wetenschappelijk bureau, expliciet over Bildung. Hopelijk krijgt het klassieke ideaal zo weer iets van het aureool van trots waarmee het zo lang omgeven was. Niets wees er namelijk op dat het was uitgewerkt.

Daar herinnerden mijn opa en oma mij telkens weer aan als we samen voor de boekenkast stonden.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie