Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De politie is waakzaam en dienstbaar, maar is ze ook integer?

Home

Han Koch

© ANP

Waakzaam en Dienstbaar, op elke politiewagen staan die twee woorden geschreven. Het zijn de waarden waar het 60.000 zielen tellende politiekorps het liefst op wordt afgerekend. Deze week ging het echter over maar een eigenschap: integriteit, en dan vooral het gebrek daaraan.

De commissie-Ruys had dinsdag een goede en een slechte boodschap over het functioneren van de Centrale Ondernemingsraad van de Nationale Politie. De club onder voorzitterschap van Frank Giltay hield er een uitbundige levensstijl op na, met volstrekt ongepaste uitgaven. Er werd gefeest op kosten van de zaak. Dat was de slechte boodschap. Het goede nieuws was dat de inmiddels overleden korpschef Gerard Bouman de besluiten van de ondernemingsraad niet heeft 'gekocht' door de bonnetjes voor die uitbundige levensstijl goed te keuren.

Lees verder na de advertentie

De schade aan de integriteit was desondanks groot. En de gewone agent, zo valt te zien in een reactie op het interne communicatienet van de politie, vindt het moeilijk om op straat uit te leggen dat hij normoverschrijdend gedrag in de dagelijks praktijk moet aanpakken, ook als bij de handhaver zelf de normen met voeten zijn getreden.

Geen zelfcorrigerend vermogen

De commissie-Ruys had in het nawoord bij het onderzoek nog een extra vervelende boodschap voor de politie. Het ontbreekt de organisatie bij het handhaven van de integriteit aan zelfcorrigerend vermogen. En die conclusie was niet gericht op een onderdeel van de politie, maar gold organisatiebreed.

Elkaar aanspreken op fout gedrag is nog lang geen onderdeel van de be­drijfs­cul­tuur

Nog geen twee dagen later wordt die kritiek in een onderzoek van het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie, herhaald. 256 signalen – verspreid over vijf jaar –  van ernstige ambtsschendingen in relatie tot de georganiseerde misdaad, zijn onder het vergrootglas gelegd, vooral bij de politie, maar ook bij de douane, de marechaussee en de fiscale inlichtingen en opsporingsdienst (FIOD). Bij tachtig van de 256 signalen worden bewijzen gevonden dat er contact is met criminele netwerken. Die zijn bijvoorbeeld geïnformeerd over toekomstige invallen, het open zetten van de slagbomen of het achterwege laten van controles op drugs. In de helft van die tachtig gevallen gaat het om zaken die lopen bij de politie.

De onderzoekers stellen ook hier vast dat elkaar aanspreken op fout gedrag nog lang geen integraal onderdeel is van de bedrijfscultuur. Bij opsporings- en handhavingsorganisaties is volgens de WODC-onderzoekers traditioneel sprake van een vrij hechte cultuur. Dat levert collegialiteit en loyaliteit op, maar de keerzijde is dat men ook elkaar de hand boven het hoofd wil houden. Positief voor de politieorganisatie is dat er geen aanwijzingen zijn dat het aantal  inbreuken op integer handelen stijgt. En dat ondanks de constatering dat criminele organisaties steeds dichter tegen de politie aan proberen te kruipen. 

Niet-westerse achtergrond

De politie heeft er als het op niet integer handelen aankomt wel een nieuw probleem bij. Bij de veertig voorvallen van integriteitsschendingen zitten zestien dossiers waarbij een politiemedewerker betrokken is met een niet-westerse achtergrond. 

Dat betekent zeker niet dat korpschef Erik Akerboom zijn wens laat varen om voor het einde van dit jaar een op de vier aspirant-agenten die instromen te laten bestaan uit mensen met een niet-westerse achtergrond. Een meer divers politiekorps is wat hem betreft onvermijdelijk. Dat druk van buitenaf op de groep niet-westerse agenten een apart probleem is, beseft hij. Hij waarschuwt zijn organisatie dat dit niet mag leiden tot onderlinge achterdocht  en onbegrip.

Lees ook: De ene agent corrigeert de andere bijna nooit.

Deel dit artikel

Elkaar aanspreken op fout gedrag is nog lang geen onderdeel van de be­drijfs­cul­tuur