Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De plaats van trage vragen in een snelle wereld

Home

Florentijn van Rootselaar

Zingeving? Dat moet niet in de kerk en in levensbeschouwelijke organisaties gebeuren, maar op de werkvloer - zo betoogde Harry Kunneman, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. In zijn 'profetische' Socrateslezing gaf Kunneman dinsdagavond een vooruitblik op het snelle leven in de 'technopool': de toekomst van het humanistisch verbond, dat de lezing organiseerde, de toekomst van de filosofie en van zingeving in het algemeen liggen niet in een veilige wereld buiten dat snelle leven, maar in die technopool zelf.

De wereld gaat volgens Kunneman steeds meer lijken op het Californische Silicon Valley, de eerste technopool en de plaats waar de computer werd ontwikkeld. De mentaliteit van hard werken, ondernemen en zeer harde concurrentie en individualisme, die zo bepalend is voor Silicon Valley, is naast de pc het belangrijkste exportproduct van deze computervallei.

Een probleem in de technopool zijn de zingevingsvragen. Hoe ga je om met ziekte, lijden en dood? Met relaties, ontrouw en geweld? Kunneman noemt deze vragen 'trage vragen'. Ze vormen het tegendeel van de versnelling die de technopolen kenmerkt. ,,Het belangrijkste voorbeeld daarvan'', meent Kunneman, ,,is de confrontatie met onze sterfelijkheid, die tijdens onze jeugdjaren met gemak en onbekommerd op afstand gehouden kan worden, maar die zich vroeger of later hoe dan ook opdringt.'' Verder, zegt Kunneman, zijn deze vragen traag omdat ze nauwelijks beroerd lijken te worden door de snelheid van de technopool, maar een traag en bijna onveranderlijk leven onder die snelle stroom behouden.

De trage vragen leiden maar een marginaal bestaan in de techno-maatschappij. Ze laten zich immers niet inpassen in de ideologie van versnelling: ,,Een trage vraag wordt bij voorkeur getransformeerd in een snelle vraag, een vraag die met behulp van versnellende technieken en dus met toenemende efficiency opgelost kan worden. Het gebruik van psychofarmaca bij psychische problemen vormt daar een goed voorbeeld van, of het genetisch modificeren van gewassen zodat ze bestand zijn tegen landbouwgif, of het recente voorstel van Peter Sloterdijk om het probleem van de agressie en het geweld langs eugenetische weg tot een oplossing te brengen.''

Als de vragen zich niet laten versnellen, zegt Kunneman, worden ze vaak teruggeduwd in de leefwereld, ,,naar het gebied van de religieuze en levensbeschouwelijk kaders en de sociale en politieke bewegingen.'' Kunneman is niet enthousiast over het beantwoorden van de 'trage vragen' in de 'leefwereld'. Vaak staat die nauwelijks in verbinding met de snelle technopool, waardoor de antwoorden uit de leefwereld nauwelijks relevant zijn voor de technopool. Belangrijker probleem is volgens Kunneman dat het beantwoorden van die vragen in de leefwereld niet werkt omdat de collectieve antwoorden niet interessant zijn voor mensen die in toenemende mate een individualistisch leven leiden.

Hier ligt het centrale probleem van de technomaatschappij: hoe kan een verbinding worden gemaakt tussen de trage vragen en de versnelling in de technopolen? Kunneman stelt voor dat die vragen niet meer gesteld moeten worden in een afgescheiden sacrale wereld van kerken of in sociale bewegingen, maar dat ze binnen die snelle wereld zelf opgelost moeten worden. Niet door die snelle wereld de normen op te leggen uit het humanisme, het christendom of de islam, maar door in te gaan op de concrete vragen die bestaan in bijvoorbeeld een ziekenhuis of het onderwijs.

De filosofe Heleen Pott ziet in Kunnemans betoog de zelfkritiek van de voormalige kritische intellectueel, die na het falen van de grote ideologieën afziet van elke vorm van filosofisch engagement, van utopieën en van visie. Ze vraagt zich af of het humanisme nog wel bestaansrecht heeft als we Kunnemans aanwijzingen opvolgen. Pott ziet de kracht van het humanisme in de volgende eeuw juist in een afstand tot die wereld van de technopool, in een kritische afstand. Want er mogen nog zo veel goede bedoelingen zijn op de werkvloer, er zijn ook tegenkrachten die het beantwoorden van de trage vragen op de werkvloer tegengaan of zelfs onmogelijk maken: ,,We stellen'', zegt Pott, ,,te veel vertrouwen in de goedheid van de mens. Er is iets wat sterker is dan de goede bedoelingen: Het feit dat het efficiënt moet zijn, de logica van het systeem.''

Deel dit artikel