Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Plaats, de Geest en Pulchri - waar Vincent van Gogh zijn vorming kreeg

Home

Cees Straus

Den Haag en Vincent van Gogh (1853-1890) hebben meer met elkaar te maken gehad dan algemeen wordt aangenomen. Van Gogh wordt meestal vereenzelvigd met de landschappen en de zonnebloemen die hij diep in het zuiden van Frankrijk met zoveel brille heeft geschilderd.

Dan wordt toch vergeten dat in de Hofstad de sporen van een aantal belangrijke momenten liggen die bepalend zijn geweest voor hoe Van Gogh zich als schilder zou gaan ontwikkelen. Dat begon er al mee toen Van Gogh als zestienjarige zijn eerste stappen op het beroepspad zette door een baantje te aanvaarden in de kunsthandel Goupil. Die zaak was opgezet door zijn oom Vincent van Gogh, die in de familie vanwege zijn vrekkige aard de bijnaam Cent had.

Bij Goupil kwam de jonge Vincent onder de indruk van wat zijn tijdgenoten allemaal aan prachtige kunst maakten. Dat was echter nog geen aanleiding om het kunstvak in te gaan. Integendeel zelfs, want de handel lag de jongeman allerminst. Dat was ook de reden dat Oom Cent de jonge Vincent naar het Londense filiaal van de oorspronkelijk in Parijs opgezette kunsthandel stuurde. In 1881 kwam hij opnieuw in de Hofstad. Nu begerig om het tekenen onder de knie te krijgen, kwam hij terecht bij zijn oom Anton Mauve.

Wie op de Plaats zoekt naar enig bewijs van de vermaarde kunsthandel, vindt ter hoogte van nummer 20 (nu een herenkledingzaak) in de voorhal een plaquette die het feit vermeldt dat Vincent van Gogh hier van 1869 tot 1873 werkzaam was. De Haagse binnenstad kan tegenwoordig zeker nog schilderachtig worden genoemd. In Van Goghs tijd liep hier echter de grens tussen het chique stadsdeel en een wat verloren volkswijk.

Van de Plaats loop je via de Papestraat naar de Oude Molstraat en dan ben je midden in wat in Van Goghs tijd een drukke volksbuurt was. Op het adres Oude Molstraat 25 staat het voormalige oudemannenhuis, waar Van Gogh de bejaarde mannen vond van wie hij vond dat ze zulke 'oude doorleefde koppen' hadden.

Van Gogh had van meet af aan een grote bekommering met de 'gewone man'. Ook in zijn Haagse periode zocht hij steevast naar volkse typen, die hij met hun dagelijkse zorgen wilde weergeven. Hij deelde die opvatting met Breitner die hij vaak ophaalde op zijn atelier in de Juffrouw Idastraat om gezamenlijk op pad te gaan. Met Breitner had hij ook gemeen dat hij zijn schildersmaterialen betrok in het soort winkels voor 'kunstschildersbenoodigdheden' waarvan er nog altijd één is te vinden in de Molenstraat 43.

Met zijn schetsboek onder de arm moet Van Gogh van de Juffrouw Idastraat en de Molenstraat via de Korte Molenstraat en de Torenstraat terecht zijn gekomen in de Geest. Bijna op de hoek van de straat, op nummer 32A, zag Van Gogh een volgens hem opmerkelijke bakkerszaak (later een bekende Haagse hoedenzaak), die hij met rake lijnen heeft vereeuwigd.

De omgeving van de Geest is om nog andere redenen een interessante plek in Van Goghs leven geweest. In deze buurt waren de lichtekooien te vinden die Van Gogh als model zocht. Met Sien heeft hij zelfs een poosje samengewoond (en hield er een geslachtsziekte aan over, waarvoor hij in het ziekenhuis aan de Zuidwal werd opgenomen). In de omgeving van de Geest waren dagmarkten te vinden waar de groenten en aardappelen uit het naburige Westland werden aangevoerd.

Wie de Geest verlaat en via de Torenstraat en de Kleine Nobelstraat terug naar het 'chique' Den Haag loopt, vindt nog wat terug van die levendige volksbuurt die hier ooit was. Met name de lage huizen in de Nobelstraat heeft Van Gogh waarschijnlijk gezien.

In deze buurt woonde ook Siens moeder die niet veel ophad met haar schoonzoon. Hoewel ze wist dat Vincent niet van arme afkomst was, vond ze het raar dat haar dochter het leven deelde met een man die zelf in nog meer kommervolle omstandigheden leefde. En dus begon ze op haar dochter in te praten met als gevolg dat Sien weer de baan op ging. Dat betekende het einde van hun relatie én van Vincents verblijf in Den Haag: in september 1883 vertrok hij naar Drenthe.

Zijn vorming tot tekenaar kreeg echter in Den Haag haar beslag, niet in het minst door de lessen van zijn oom Anton Mauve. De voorman van de Haagse School was ook bestuurslid van de kunstenaarssociëteit Pul chri Studio. In die tijd was dit voor de kunstenaars in Den Haag de enige mogelijkheid om wekelijks naar klassiek model te werken. Bovendien bood de sociëteit ook de mogelijkheid om te exposeren (het Haagse Gemeentemuseum ging pas in de jaren dertig open). Je moest wel lid worden om in aanmerking voor alle geneugten te komen, maar de armlastige Vincent werd er door zijn oom gratis binnengehaald.

In Vincents tijd was Pulchri Studio gevestigd aan de Prinsengracht, pas in 1902 verhuisde de instelling naar het Lange Voorhout. Op de begane grond van het pand waar nog steeds meer exposities tegelijk zijn te zien, staat een borstbeeld van Hendrik Willem Mesdag die ervoor heeft gezorgd dat Pulchri hier een riant onderkomen kreeg.

Mesdag keek toen al met voldoening terug op het grootste schilderij dat hij ooit heeft gemaakt. In de Zeestraat staat het Panorama Mesdag dat op 1 augustus 1881, dus kort voor Vincents komst naar Den Haag, werd geopend. Van Gogh was danig onder de indruk van de 'optische illusies' die Mesdag met het stads- en zeegezicht had gecreëerd. Misschien was hij ook wel enigszins jaloers op zijn collega's. Mesdag had voor de enorme klus tal van jonge schilders ingehuurd. Onder hen waren behalve Theophile de Bock en B.J. Blommers ook Vincents vriendje Breitner.

Met die vriendschap met Breitner liep het trouwens nog tijdens Van Goghs verblijf in Den Haag helemaal mis. De aanleiding lag in de door hen beiden bedreven tekensessies in de wachtkamer derde klas van het Rijnspoorstation (nu het Centraal Station). De zachtmoedige Breitner stond daar onopgemerkt de koppen van de treinpassagiers te tekenen, maar Van Gogh maakte er een hele act van door zich midden in de zaal als schilder op te stellen.

Deel dit artikel