Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De paashaas: folklore

Home

Jan de Bas

Hij is weer in het land, de knuffel van het voorjaar, de lentelieveling van geseculariseerd Nederland; z'n populariteit stijgt met het jaar. Maar is iedereen wel zo blij met die vrolijke paashaas, die volgens de overlevering gekleurde eieren kan leggen? En: waar komt hij eigenlijk vandaan?

Over de herkomst van de paashaas zijn de meningen verdeeld. In zijn gedateerde 'Het Paasfeest in geschiedenis en volksgebruiken' geeft A.P. van Gilst aan dat de geschiedenis van de paashaas doorspekt is van mythevorming. De paashaas zou als vruchtbaarheidssymbool voorkomen in klassieke verhalen. Een oosterse vruchtbaarheidsgodin, zo wil het verhaal, toverde een vogel om tot haas, die vanaf dat moment de gewoonte had grote hoeveelheden eieren te produceren. Zowel de haas, die zich relatief snel voortplant, als het ei duidt op vruchtbaarheid.

Op vergelijkbare wijze wordt de haas in verband gebracht met de Germaanse godin Frya, al wordt ook wel gedacht dat de haas aan de godin geofferd werd. In bepaalde streken in Duitsland werd dientengevolge rond Pasen volop hazenvlees gegeten. Men hoopte dan zo extra levensenergie te ontvangen. De paus verbood dit gebruik in de achtste eeuw omdat hij ervan overtuigd was dat dit een al te heidens gebruik was.

Een andere verklaring voor het (voort)bestaan van de paashaas is de idee dat rond Pasen in bepaalde streken werd verhaald van een haas die door de tuinen sprong om er eieren te verstoppen. In de visie van huidige cultuurhistorici en antropologen gaat het bij de paashaas vooral om het verhaal vanwege het verhaal. Dit werd eeuw in eeuw uit doorverteld en ging een eigen leven leiden.

De relatie tussen haas en ei zou kunnen worden gelegd door het gegeven dat sommige vogels, waaronder kippen, hun eieren per abuis in het leger van de haas zouden leggen, wat echter een vorm van hineininterpretieren is. De haas fungeerde in deze traditie als een soort Sinterklaas; volwassenen verstopten de eieren voor de kinderen en vertelden de fabel van de paashaas.

In katholieke kring integreerden sommige geestelijken de haas als vrolijk attribuut kritiekloos in hun prediking, zoals paasoverwegingen uit de 17e eeuw bewijzen. De eieren leggende haas paste als schakel tussen mens en natuur prima bij het verhaal van het nieuwe leven, protesten van calvinisten ten spijt. Pasen was het verhaal van de herschepping. Het graf, dat volgens sommigen associaties opriep met de vorm van een ei, was overwonnen door de eeuwige lente, het uit het ei gekropen leven.

Sommige bronnen tonen aan dat de commercie al vroeg een rol in de populariteit van de haas speelde. Het dier deed het blijkbaar, gezien zijn huidige aanwezigheid in winkeletalages, goed bij de consument. De paashaas was in de 19e eeuw voor bepaalde handelaren, wat de Kerstman was voor Coca Cola in de jaren dertig.

Het is nog lang geen Pasen als de kinderen van de protestants-christelijke Groen van Prinstererschool in Rotterdam-Zuid al volop bezig zijn met het maken van knutseltjes en tekeningen over de paashaas. En wie bij V & D of de Bijenkorf binnenloopt, ziet al weken dozen bonbon in de vorm van een haas, van takken gevlochten haasjes bij de kassa en stapels grote dozen Toffifees, met daarop een reuze paashaas. Volgens het grootwinkelbedrijf doet het diertje het prima. Mensen hebben volgens een woordvoerder na een lange winter behoefte aan vrolijke seizoensgebonden attributen.

In vrijwel elke bibliotheek staan bij de hobbyboeken veel publicaties over de meest besproken haas rond Pasen. De keus is groot, van 'Knutselen met de paashaas' van Sabine Lohf tot een themanummer van het hobbyblad voor de basisschool over 'De paashaas in de klas'. Wie andere literatuur over de paashaas zoekt, merkt snel dat hij vooral een personage voor de kinderen is; wat te denken van het informatieve 'Waarom is de paashaas geen hond?' van Leen van den Berg.

Bijna alle boeken over de haas zijn bedoeld om de fantasie van de kinderen te bevredigen of prikkelen. Titels als 'Sproetje en de paashaas. Kaboutervertellingen', 'De paashaas weet het zeker' en 'Haas Huppel en de Paashaas' leveren het bewijs.

Huib van der Steen, hervormd predikant te Rotterdam en oud-docent godsdienstige vorming aan de Ichthus-pabo te Rotterdam en Dordrecht, ziet de paashaas als een onbeduidende kindervriend. Als grootvader meldt hij: ,,Mijn kleinzoon zal een dezer dagen wel met zo'n chocolade haasje thuis komen.'' Als theoloog kent hij de haas geen enkele religieuze waarde toe; de commercie is volgens hem met het fenomeen aan de haal gegaan. De paashaas plaatst hij in het rijtje: kerstman, Valentijnsdag, moederdag en vaderdag.

Prof. dr. Gerrit Schutte, hoogleraar geschiedenis van het protestantisme aan de VU, deelt de mening van Van der Steen. Hij schrijft de opmars van de haas louter toe aan zijn economische betekenis en ziet het beestje verder als volledig onschuldige folklore.

De Nijmeegse hoogleraar kerkgeschiedenis Peter Nissen vindt dat we de paashaas serieus moeten nemen: ,,Paaseieren en de paashaas staan scherper op het netvlies van onze cultuur gegrift dan de ikoon van de Verrijzenis.'' En, voegt hij hieraan toe, ,,de kerk is er zich ook steeds van bewust geweest dat zij er verstandig aan doet zich bij de seizoensgebonden symbolen van de cultuur aan te sluiten.''

Schutte vindt dit onzin: ,,Een concurrent voor het Opstandigsverhaal is het dier beslist niet. Je moet je in onmogelijke bochten wringen om een relatie te leggen tussen het feest van Jezus' opstanding uit de doden en de verzinsels rond die sympathieke, maar o zo slungelige figuur die de paashaas is.''

In orthodox-protestantse kring ziet men ook niets in de gedachte van Nissen. Drs. Evert Blauwendraad is werkzaam als pedagoog op de reformatorische Hogeschool De Driestar. Hij constateert dat de paashaas volledig buiten de beleving van de evangelische en reformatorische christenen valt: ,,Ook op basisscholen met een orthodoxe signatuur is geen spoor van de paashaas te vinden.'' De haas wordt gezien als fabeldier en van zulk soort onbijbelse fantasiedieren moet men in orthodox-protestantse hoek niets hebben.

De opmars van de haas als contemporaine mascotte van het feest van het nieuwe leven zet niettemin door. Vele basisscholen -christelijke, katholieke en openbare- hebben de haas als grappige figuur op de kleurplaat liefdevol geaccepteerd om de lege momenten aan het einde van het dagdeel mee te vullen. Geseculariseerd en multicultureel Nederland heeft behoefte aan een onschuldige imagemarker met Pasen. Vooral voor de jeugd moet het lentefeest een gemeenschappelijke herkenning bezitten. De commercie is er als de kippen bij om het feest toe te voegen aan de canon van profane nationale feesten.

Christenen lijken door de bank genomen niet al te veel moeite met het dier te hebben: de haas is geen serieuze pendant van de Christusfiguur. De redelijk anonieme haas biedt inderdaad aanzienlijk minder aanknopingspunten voor religieuze waarden dan de Kerstman. Deze beschikt bovendien inmiddels over een aansprekend cultureel repertoire, waartoe liederen, verhalen en rituelen kunnen worden gerekend.

Op de reeds genoemde Groen van Prinstererschool kreeg de haas een poot tussen de deur. Op het bureau van de juffrouw van groep 6 ligt een 'Paasknutselwerkje' van ABN-AMRO, dé bank. De kinderen worden opgeroepen het te maken om zo de paashaas -die inderdaad veelvuldig een klungel blijkt te zijn- te helpen met het repareren van kapotte eieren. Lukt dat, dan krijgen ze van de bank een aardigheidje uit de grabbelton.

De kinderen van groep 6 werken eerst nog vrolijk aan een kleurplaat waarop de haas een eitje aan het verven is. Onschuldig vertier, lijkt het. Maar één meisje geeft de opdracht terug. Het mag niet van haar ouders, want 'ze zijn van de Jehova en die doen niet aan de paashaas'.

Deel dit artikel