Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De oren en ogen van Trouw in Afrika

Home

Ilona Eveleens

Trouw-correspondent Ilona Eveleens op reportage na de Keniaanse verkiezingen in 2008 © Petterik Wiggers

Ze doet ruim twintig jaar verslag vanuit Oost-Afrika en is daarmee een van de ‘trouwste’ correspondenten van deze krant, Ilona Eveleens. Een mooie, maar lastige klus. 'Slapeloze nachten zijn er nog steeds'.

"Als je een goed idee hebt, maak maar een verhaal. Dan bekijken wij of we het plaatsen." Met die belofte van de chef van de buitenlandredactie van Trouw begon ik in 1996 mijn correspondentschap in Kenia. Na twee vakanties op het continent Afrika had ik besloten daar als journalist te gaan werken. Trouw had toen alleen in enkele wereldhoofdsteden vaste krachten en daar hoorde Nairobi niet bij. Ik had jaren in loondienst gewerkt, met alle voordelen van dien. Nu werd ik freelancer, met niet meer dan een vage belofte op zak. Ik had er slapeloze nachten van.

Lees verder na de advertentie

Toen ik vertrok, was de verzuiling in Nederland nog de norm. Je was VPRO-lid of je had Troskompas, stemde links of rechts. Vanuit Afrika zag ik de Nederlandse maatschappij veranderen tot wat op mij overkwam als een eenheidsworst. Dat had ook effect op de media. Ooit was de Volkskrant links, NRC Handelsblad liberaal en Trouw heerlijk eigenwijs. Nu lijken alle kranten steeds meer op elkaar. En de lezers veranderden mee.

Hoopvolle toekomst

Ook Afrika sloeg een nieuwe weg in, een hoopvolle toekomst tegemoet. Veel Afrikaanse landen ontwikkelden zich. Maar sommige regio’s kelderden de diepte in, waar oorlog, onderdrukking en honger heersen.

De vooruitgang ondervond ik aan den lijve: zelden viel de stroom nog uit in Nairobi. Maar de corruptie is endemisch, ik word er bijna dagelijks mee geconfronteerd.

Over die ervaringen kon ik uitgebreid verslag doen in Trouw. Maar de dagbladen veranderden; het lijntjespapier, de pen en de dicteerafdeling bij Trouw zijn vage herinneringen. De krant werd ‘compact’, kreeg dus een kleiner formaat waarin kortere artikelen pasten. Eerder samenvattend dan diepgravend, want de Nederlandse lezer had het drukker gekregen met e-mails en de sociale media. Druk, druk, druk.

De maatschappij veranderde

De maatschappij veranderde, mijn onderwerpkeuzen en invalshoeken ook. Twintig jaar geleden werd het toegejuicht als er een Nederlandse hulpverlener of expert in Afrika aan het woord kwam. Inmiddels is  het doorgedrongen dat het continent zelf uitstekende deskundigen en hulpverleners heeft. Toen ik me in Kenia vestigde, was er in Trouw ruimte voor verhalen over succesvolle ontwikkelingsprojecten, vooral als daar wat westerse goeddoeners in voorkwamen die Afrika weleens op poten zouden zetten. Of achtergrondartikelen over de opkomst van een nieuwe generatie Afrikaanse leiders en wat zij betekenden voor het continent.

Goed nieuws: zelfs de redactie economie heeft nu interesse in Afrika

Nu gaat de voorkeur uit naar oorlogen, aanslagen en natuurrampen. Het is niet zelden hijgnieuws. Nauwelijks is de lezer bekomen van een aanslag of het mediacircus verplaatst zich alweer naar het volgende drama.

Wat wel goed nieuws is: Afrika heeft inmiddels de belangstelling van de economieredactie. Afrikaanse landen zijn booming, veel landen hebben groeicijfers die internationale investeerders aantrekken, gelokt door het ruime assortiment grondstoffen en andere sectoren van de economie.

Ver van mijn bed-show

Toch blijft Afrika nog vaak voor velen een ver van mijn bed-show. En dat zint me niet. Ik snap wel dat slachtoffers van IS aandacht krijgen, maar ik kan het moeilijk verkroppen dat er bijvoorbeeld zo weinig in de media doordringt over de miljoenen Congolezen die al decennia kampen met onmenselijke omstandigheden. Een collega merkte op: “De lezers kunnen zich nu eenmaal makkelijker vereenzelvigen met de oma, de dochter, het meisje uit Irak of Syrië dan die uit Congo of Somalië.”

Is dat echt zo? Ik ben geen verdediger van Afrika. Wel een correspondent die de oren, ogen en neus is voor de lezer. Die over gebeurtenissen bericht die relevant zijn. Gebeurtenissen die, wie weet, uiteindelijk ook effect hebben op de Nederlandse lezer.

De lezer heeft zich door de jaren heen ook geregeld laten horen, in boze of instemmende lezersbrieven. In betrokkenheid ook: zo schreven lezers me of ze financieel konden bijspringen voor minderbedeelden die ik had geïnterviewd. Ik vraag me soms af of die belangstelling aan het wegebben is, de laatste lezersbrief over een artikel van mij dateert uit 2016. Druk, druk, druk, vermoed ik.

Minder mensen

Zeker is dat de gehaaste samenleving het contact tussen redactie en correspondent heeft geraakt. Op redacties werken minder mensen dan toen ik begon, de werkdruk nam toe en mijn relatie met de redactieburelen is zakelijker geworden. Zelf ben ik ook veranderd: vroeger ondertekende ik mijn berichtjes met ‘hartelijke groeten’. Nu sluit ik mijn e-mail af met ‘groet’.

Een goeie verhouding met de redactie is essentieel, merkte ik in 2002. Ik zag toen hoe een politieman werd doodgeslagen door woedende demonstranten. Een collega en ik kwamen tussenbeide, maar de aanvallers dreigden ook ons te vermoorden als we ons niet koest hielden. We dropen af.

Ik meldde me bij Trouw in het verre Amsterdam. De dienstdoende buitenlandredacteur vroeg me het verhaal op te schrijven ook al zou een dode bij verkiezingsrellen in Kenia normaal gesproken de krant niet halen. Ze begreep dat ik iets van me af moest schrijven. En ja, het hielp.

Wat vinden ze bij Trouw van mijn artikel? Briljant? Had het beter gekund?

Eenzaamheid

Waar ik nooit aan heb kunnen wennen is de eenzaamheid die bij een correspondentschap hoort: je hebt geen collega’s aan een ander bureau om even mee te brainstormen. Op enkele suggesties van een redacteur na, moeten alle ideeën voor artikelen uit jezelf komen. En dan is er de onzekerheid. Wat vinden ze bij Trouw van mijn artikel? Briljant? Had het beter gekund?

En dan de typisch Hollandse vraag: kun je ervan leven? Eerlijk gezegd valt het niet mee. Uit de hele wereld stromen bij redacties verhalen binnen, de beschikbare ruimte is beperkt. Bovendien: het leven in Nairobi was in 1996 nog heel betaalbaar, nu doen de prijzen denken aan die van Amsterdam. Dus de slapeloze nachten zijn gebleven.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Ilona Eveleens in Afrika aan het werk in een sloppenwijk van Nairobi. © Petterik Wiggers

Laatst beklaagde ik me erover bij een vriendin, dat een correspondentschap geen broodwinning is, maar een dure hobby. “Jij moest toch zo nodig naar Afrika?”, zei ze. En ze heeft gelijk. Want laten we wel wezen, ik mag voor Trouw al die jaren de ontwikkelingen in Afrika gadeslaan vanaf de eerste rij.

Trouw bestaat 75 jaar. Om dat te vieren, maakten we een speciale bijlage. We blikken terug op de afgelopen jaren en we kijken vooruit.Lees hier meer artikelen uit de bijlage. 

Deel dit artikel

Goed nieuws: zelfs de redactie economie heeft nu interesse in Afrika

Wat vinden ze bij Trouw van mijn artikel? Briljant? Had het beter gekund?