Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De orale traditie als mentale fitness

Home

Joost van Velzen

In Noord-Holland komen ouderen in groepen bijeen om hun levensverhaal aan elkaar te vertellen. Dat brengt de aloude kunst van het vertellen terug en geeft de deelnemers eigenwaarde.

’In het begin kwam-ie het huis niet in, maar toen Juliana ging trouwen moest-ie er komen”, weet mevrouw Nees nog.

Vandaag staat het fenomeen radio centraal bij de verhalengroep Alkmaar Zuid, onderdeel van Stichting Welzijnsbevordering Kern8. Deze groep telt vanmiddag negen vrouwen en de gemiddelde leeftijd is 85 jaar.

De oudste deelnemer is mevrouw Oliemans (95), die ook nog wel een radio-anekdote heeft. Ze herinnert zich nog goed dat zij en haar dochter naar bijbelvertellingen – inclusief kuchende organist – zaten te luisteren. „Mijn dochter zei toen: ’Mama, het is zo’n prachtig verhaal. En God is erbij want ik hoor Hem hoesten.”

Het zijn de kleine dingen die het doen bij deze groep, die alweer voor het vijfde seizoen samenkomt. Aan de hand van thema’s als ’radio’ en ’vrijheid’ en voorwerpen, boeken en foto’s wordt in puzzelstukjes de basis gelegd voor het levensverhaal van de deelnemers. De sfeer is gemoedelijk, er wordt geluisterd – de twee gespreksleidsters hoeven slechts één keer de orde te bewaren – maar vooral wordt er verteld.

Over distributieradio, over de oorlog, over maandag wasdag en over Matthijs van Nieuwkerk, die volgens mevrouw Oliemans weliswaar ’een schatje’ is, maar ook een voorbeeld van iemand die wel heel snel vertelt.

„We zijn de kunst van het vertellen als samenleving een beetje verleerd. Die orale traditie blazen we nieuw leven in”, zegt Anita Blijdorp van het Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling Primo. Zij maakt zich sterk voor het levensverhaal in Noord-Holland, de provincie die inmiddels ruim 40 verhalengroepen als die in Alkmaar telt, zowel met autochtone als allochtone deelnemers. „Met als doel onder meer het samenbrengen van ouderen. Mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen. In de gemeenschap, in de actualiteit en in de cultuur.”

Een van de pioniers van de verhalengroepen is Jan de Wildt (68), voorzitter van de Stichting Platform Levensverhalen Noord-Holland maar ook zelf een van de vertellers in de verhalengroep in Wijk aan Zee.

De Wildt: „In 1999 deed Wijk aan Zee mee aan het internationale project ’Cultureel dorp van Europa’, een tegenhanger van de Culturele Hoofdstad van Europa. Daarbij ontstond het idee om iets te doen met levenservaring van ouderen. We brachten twintig mensen bij elkaar die een uur lang over hun leven vertelden. Dat bracht zoveel teweeg, dat wij vonden: hier moeten we mee verder.”

Nu is de plaatselijke verhalengroep sinds 2005 serieus en blijvend actief. Niet zo gek, vindt De Wildt. Hij en andere ouderen maken immers deel uit van dé generatie van de veranderingen. Op technologisch gebied, maar ook op het terrein van politiek en religie. Er vált dus ook veel te vertellen. Die laatste twee onderwerpen kunnen gevoelig liggen, maar worden niet geschuwd. „Na een tijdje leer je vanzelf dat het niet over meningen hoeft te gaan. Dat je niet roept: ’Zo zit het’, maar dat je vertelt: ’Ik heb het zo ervaren’.”

„En het mooie is ook”, vervolgt De Wildt, „dat er allerlei dwarsverbanden ontstaan met historische verenigingen en culturele instellingen zoals theatergroepen.” Maar hoewel mooi meegenomen, is dat niet de voornaamste functie van het fenomeen. Het gaat vooral om het delen van ervaringen met anderen, het in aanraking komen met de denkbeelden van anderen, en het bieden van zingeving.

„Zingeving is voor mij de eerste betekenis van het vertellen van levensverhalen. En wie dat doet in groepsverband, voegt er terstond allerlei dimensies aan toe. Naar elkaar luisteren bijvoorbeeld. Ook iets wat we een beetje verleerd zijn.”

Zowel De Wildt als Blijdorp merkt dat het meedoen aan een vertelkring helend kan zijn. Blijdorp: „Mensen denken vaak dat hun levensverhaal er niet toe doet, dat het niet zoveel voorstelt. Door het aanhoren van het verhaal van anderen komt er vaak iets los. Herkenning, zelfbewustzijn. Waardoor aarzelende deelnemers ineens denken: ’Wacht eens even, zoiets heb ik ook meegemaakt’. Iemand die vertelt hoe hij vroeger naar school fietste en zich verheugde op de les omdat de leraar zo mooi kon vertellen; dat roept ook herinneringen op bij anderen. Dat doet een mens goed.” De Wildt: „Je ziet deelnemers soms enorm groeien in hun rol als verteller.”

Persoonlijke groei, zingeving, eigenwaarde, leren luisteren, sociaal-culturele dwarsverbanden; hier lijkt het ei van Columbus voor de nieuwe oudere te zijn gelegd. Maar is zoiets als naar elkaar luisteren ook op te brengen als het verhaal van een deelnemer wat minder spannend is?

Hier komt de rol van de gespreksleider om de hoek kijken.

„Je hebt de grootse levens, verhalen die zichzelf bijna vertellen, en de levens waar schijnbaar onbelangrijke details te horen zijn. Maar vergroot die details nu eens uit. Ga er eens wat dieper op in. Dan zie je dat dat ogenschijnlijk gewone verhaal rijker wordt”, zegt Anne van Delft, die de gespreksleiders traint voor ze de verhalengroepen gaan leiden.

Van Delft, neerlandica van oorsprong, is professioneel vertelster, docent en regisseur van vertelvoorstellingen. Die ervaring zet zij in als trainer.

Van Delft leert de gespreksleiders vooral hoe de structuur van een verhaal in elkaar zit. „En dat ze klein moeten beginnen, met korte verhalen. Ik vraag ook nooit om een levensverhaal. Ik vind dat een te grote vraag en eerlijk gezegd ook een onbeleefde vraag. Het gaat erom dat de deelnemers aan de groepen ervaringen vertellen die zij waardevol vinden om over te dragen. En na een aantal rondes worden de verhalen steeds interessanter. Voor de mensen zelf, maar ook voor de begeleider. Je krijgt er voor je gevoel zo veertig jaar levenservaring bij.”

Niet iedereen is evenwel een geboren voordrachtskunstenaar. Vertellen voor publiek vereist talent. Het ontbreken daarvan moet haast wel leiden tot verveling bij de toehoorder.

Maar Van Delft gelooft dat de kracht van het verhaal bij deze groepen niet schuilt in de techniek. „Een goed verhaal is als een zorgvuldig gegeven cadeautje. Daar spreekt uit wat de verteller belangrijk vindt. Geloof me; als jij een mooi cadeautje hebt, dan kom jij vanzelf over.”

In de groepen wordt gewerkt in verschillende vormen. Van Delft: „Laat iemand nu eens twee uur lang aan het woord. Ononderbroken. Dat is raar, hoor. Maar zó spannend. Omdat het ongewoon is in deze snelle tijden.”

Die gehaaste tijdsgeest verklaart wellicht een deel van het succes van het Noord-Hollandse project. Maar, meent Anita Blijdorp, de verhalengroepen lijken ook af te willen rekenen met de tunnelvisie van het ouderenbeleid. „We hebben een tijd gehad – en nog steeds wel – dat ouderen vooral fysiek achter de broek werd gezeten. Fitness, fietstochten, zwemclubs; als het lichaam maar in beweging kwam. Maar dat weten we inmiddels wel. Wij vinden en merken dat er ook behoefte is aan ’mentale fitness’. Er zijn talloze ouderen die helemaal geen affiniteit hebben met bingo of klaverjassen. Die willen hun sociale contacten op een andere manier onderhouden. Meer op het geestelijke vlak, met meer diepgang. Wij willen het nu eens niet hebben over de gebreken van ouderdom maar over de rijkdom van ouderen. Dat is hun levenservaring, die tot uiting komt in hun verhalen.”

Wat heus niet altijd betekent dat het in de praktijk niet over gezellige dingen mag gaan. De Wildt: „Er is genoeg ruimte voor luchtigheid en humor. Als het bij ons over verliefdheid gaat, zijn we verzekerd van een vermakelijke middag.”

Blijdorp en De Wildt vinden het daarom jammer dat de overheid het enthousiasme voor verhalengroepen maar mondjesmaat deelt. De provincie Noord-Holland steunt tijdelijk het opleiden van begeleiders en het verspreiden van deze werkwijze, maar, zegt Blijdorp: „Subsidie krijgen is moeilijk. De levenswereld van ouderen past kennelijk niet ’binnen de beleidskaders’. Wil je vertelkringen structureel binnen het ouderenwerk aanbieden, dan moet je blijvend investeren in opleiding van de begeleiding.”

Maar subsidie of niet; de verhalengroep Zuid in Alkmaar blijft. Inmiddels zijn de vrouwen van de distributieradio beland bij de waterleiding. Mevrouw van Heugten: „Wij hadden geen waterleiding vroeger in Akersloot. Ik ben zo dik geworden van het regenwater.”

Lees verder na de advertentie
Mevrouw Vaalburg vertelt. De andere vrouwen van verhalengroep Zuid luisteren aandachtig. (FOTO JEAN-PIERRE JANS) © Jean-Pierre Jans

Deel dit artikel