Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De oplossing voor wie een vrije val zónder doodsangst wil meemaken

Home

Jonah Kahn

"Ik voel me als een kind dat net zijn laatste ritje in de achtbaan heeft gehad: ik wil nóg een keer!" © RV

Als kind sprong Trouw-redacteur Jonah Kahn van het dak omdat hij zo graag wilde vliegen. Nu durft hij dit soort dingen niet meer, maar geen nood: wie een vrije val zónder doodsangst wil meemaken kan terecht bij City Skydive.

Je hebt mensen die regelmatig sterke prikkels nodig hebben om te voelen dat ze leven. Ze duiken van rotsen, gaan bungeejumpen, paragliden, abseilen, parachutespringen, wildwaterkanovaren of voor de stieren uit rennen in Pamplona. Als die adrenaline maar door hun lichaam giert: YOLO, you only live once. En je hebt mensen zoals ik.

Lees verder na de advertentie

Het is niet dat ik bang ben voor dit soort risicovolle activiteiten. Ik ben er héél bang voor. Wat als die parachute niet openklapt? Of dat touw bij het bungeejumpen nét iets te lang is? Waarom zou je jezelf in die positie brengen als je het ook gewoon niet kunt doen?

Even waan ik me in Arjen Lubachs ‘The Netherlands second’-pa­ro­die, maar al gauw wordt het serieuzer

Als kind had ik nooit zo’n last van dergelijke angsten. Sterker, ik had een enorme fascinatie voor vliegen. De drang om rond te fladderen als een vogel was blijkbaar zo hevig dat ik als 5-jarige op het dak van mijn ouderlijk huis in Israël klom en van een meter of drie naar beneden sprong. Een dag later bekende ik aan mijn moeder dat het vliegen heerlijk was geweest, maar de landing in het dorre gras nogal pijnlijk. Toen we enkele jaren later op dertien hoog in de Bijlmermeer woonden, droomde ik nog steeds over vliegen, tot wanhoop van mijn ouders.

Die jeugdfantasie waaide over en inmiddels ben ik liever zuinig op mijn ene leven, maar zo’n vliegkick zou ik toch graag nog eens willen voelen. En dan wel graag mét de zekerheid dat ik het kan navertellen.

Mensen zoals ik

Voor mensen zoals ik staat er sinds een tijdje een bijzonder gebouw langs de A2 bij Utrecht. Bij City Skydive kun je ervaren hoe het is om te skydiven, zonder daarvoor uit een vliegtuig te hoeven springen. Toen ik mijn dochter daar onlangs op haar verjaardag zag ‘vliegen’ wist ik: dat kan zelfs ik een keer proberen.

Op een druilerige septemberochtend meld ik me voor mijn debuut als indoor skydiver. Ik word opgevangen door instructeur Joeban, die zichzelf een ‘echte tunnelrat’ noemt. Waarmee hij wil zeggen dat hij nog nooit uit een vliegtuig is gesprongen; hij doet het alleen in de twee verticale glazen windtunnels die naast ons staan. Joeban zegt dat hij bang is om uit een vliegtuig te springen. Aha, denk ik, hij dus ook, zelfs hij. Maar Joeban blijkt niet bang om te springen, “ik ben bang dat ik er dan nóg een hobby bij heb…”

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

"De belangrijkste tip die iedereen meekrijgt: ontspan je!" © RV

Vliegen bij City Skydive is minutenwerk. Elke vlucht duurt ook echt één minuut, net zo lang als doorgaans de vrije val uit een vliegtuig. Maar voordat je daaraan kunt beginnen krijgen we duidelijke instructies: het mag dan hartstikke veilig zijn, je moet natuurlijk wel weten hoe het werkt.

In een bioscoopachtige ruimte start Joeban een gelikt instructiefilmpje inclusief dramatische voice-over Nederlands historische gevecht tegen de elementen. Even waan ik me in Arjen Lubachs ‘The Netherlands second’-parodie, maar al gauw wordt het serieuzer. Ik krijg te zien wat de ideale lichaamshouding is en leer de handgebaren die de instructeur straks zal gebruiken om me te helpen die houding zo dicht mogelijk te benaderen; in de windtunnel is er namelijk zoveel herrie dat gewoon praten onmogelijk is. De belangrijkste tip die iedereen meekrijgt: ontspan je!

Tijd om te vliegen

Het is bijna tijd om te vliegen, maar eerst moeten we ons nog omkleden. Skydiven doe je met een speciaal pak, een helm, bril, oordoppen. En niet vergeten: veters extra stevig vastknopen, we zouden niet de eersten zijn bij wie de schoenen zijn weggeblazen.

Een andere instructeur - Jos - neemt ons groepje van vijf mee naar één van de windtunnels. Buiten de tunnel zit iemand die zo mogelijk nog belangrijker is dan de instructeur: de driver. Dit is de persoon die de knoppen bedient, dat wil zeggen degene die bepaalt hoe krachtig de windstroom is waarop wij straks komen te liggen. De driver moet heel goed opletten en er vooral voor zorgen dat je niet te hoog de tunnel in wordt geblazen, want wat naar boven gaat komt ook weer naar beneden.

En niet vergeten: veters extra stevig vastknopen, we zouden niet de eersten zijn bij wie de schoenen zijn weggeblazen

Op een display zie ik dat ik het spits mag afbijten. Ik hou me nog snel even die prachtige levenswijsheid van Pippi Langkous voor (‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’) en ga in de opening van de tunnel staan. Terwijl de windsnelheid wordt opgevoerd tot rond de 130 kilometer per uur wacht Jos me binnen op. Jos staat op een strak gespannen net. Ik breng mezelf in positie - buik naar voren, armen naar achteren - en laat me zoals afgesproken langzaam op de windstroom vallen.

Een fractie van een seconde is het spannend, omdat ik niet weet wat me te wachten staat, maar de sensatie die volgt is zo overweldigend dat de spanning meteen plaatsmaakt voor opwinding, blije opwinding. Daar drijf je dan op windkracht 12, oftewel een orkaan van de eerste categorie. Nou ja, drijven, ik fladder een beetje op en neer, doe alsof ik al jaren uit vliegtuigen spring, maar heb weinig invloed op wat er gebeurt. Alleen dankzij de aanwijzingen van Jos (‘kin omhoog, benen strekken, ontspan’) en zijn corrigerende handen lijkt het nog ergens op. Die minuut is zo voorbij. Man, wat is dit leuk.

Iets meer controle

Bij mijn volgende twee vluchten merk ik dat ik iets meer controle krijg, met de nadruk op ‘iets’. Jos hoeft minder bij te sturen en ik kan de wind al een klein beetje bespelen. De gouden tip blijkt toch om je te ontspannen: als dat eenmaal lukt voel je dat het vliegen veel beter gaat.

Als de groep is uitgevlogen is het tijd voor een demo van de pro om te laten zien wat er allemaal mogelijk is in zo’n windtunnel. Wat Jos laat zien, is nauwelijks met woorden te beschrijven. De driver voert de windsnelheid op tot 230 km/uur, zeg maar de kracht waarmee orkaan Irma in het Caribisch gebied en Florida heeft huisgehouden. Jos wordt regelrecht gelanceerd naar de nok van de twintig meter hoge tunnel, om even later met een noodvaart weer terug te keren. Hij zweeft door de tunnel in allerlei posities, danst op de wind zoals het hem uitkomt. We kijken met open mond toe.

Ik lever mijn uitrusting in en voel me als een kind dat net zijn laatste ritje in de achtbaan heeft gehad: ik wil nóg een keer!

Praktisch

City Skydive in Utrecht is geopend sinds april. Het is het enige indoor skydivecentrum van Europa dat over twee windtunnels beschikt. Behalve dagjesmensen komen er ook veel sportvliegers en parachutisten om aan hun skills te werken.

Vliegen is geweldig, maar het kost wel een paar centen. Voor drie skydives van elk één minuut betaal je 65 euro, voor dat bedrag ben je ongeveer twee uur zoet. Wie vaker vliegt, is relatief voordeliger uit.

Lees ook de eerdere aflevering uit deze rubriek: Nooit meer snoozen, eerder opstaan!

Deel dit artikel

Even waan ik me in Arjen Lubachs ‘The Netherlands second’-pa­ro­die, maar al gauw wordt het serieuzer

En niet vergeten: veters extra stevig vastknopen, we zouden niet de eersten zijn bij wie de schoenen zijn weggeblazen