Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De onopgesmukte historie ligt op straat in Leipzig.

Home

door Eric Brassem

Onze jongens spelen er op 11 juni hun eerste WK-wedstrijd. De stad zal vol Nederlanders zijn. Voor Nederlanders ga je niet helemaal naar Leipzig. En voor voetbal moet je hier normaal ook niet zijn, al kan de stad bogen op een rijke voetbaltraditie. De Duitse voetbalbond DFB werd hier opgericht, in 1900. De VfB Leipzig was de eerste landskampioen, in 1903. Voorbij, voorgoed voorbij: de roemrijke FC Lok Leipzig is afgezakt naar de zevende divisie, FC Saksen Leipzig naar de vierde.

Ga dus vooral naar Leipzig als het WK voorbij is. Mooi in klassieke zin is de stad niet, afgezien van het (kleine) centrum, met zijn beroemde winkelpassages. Dat is de schuld van ‘onze’ bommen, die de historische kern verpulverden. Hier en daar valt nog wel te genieten van stedelijk schoon: niet-getroffen wijken en panden.

Wat in Leipzig niet mooi is, is vaak van een fascinerende, ontroerende lelijkheid. De DDR-architecten hebben hun blokkendozen slordig rond tochtgaten neergekwakt. Sommige daarvan zijn nog te bewonderen, maar de meeste zijn in de bouw-‘boom’ van de laatste jaren gesloopt.

Historische panden raakten onder het communisme in verval. De meeste zijn sinds de hereniging opgeknapt. Maar even buiten het centrum stuit je al op haveloze graffiti-rotsen, leeg bij gebrek aan huurders. De stad leed lang aan ernstige leegloop. Tegenwoordig slaagt Leipzig erin moderne industrieën aan te trekken (Porsche, BMW), maar de werkloosheid schommelt nog steeds rond de 20 procent.

Dé toeristentrekker van Saksen (de deelstaat waarin ook Leipzig ligt) is Dresden. Die stad werd in de oorlog nog zwaarder verwoest dan Leipzig, maar is in haar barokke luister hersteld. Veel verwoeste gebouwen, inclusief de Frauenkirche, werden nagebouwd. Net echt, allemaal.

Maar Leipzig is écht echt. Het is een werkstad, die al in de Middeleeuwen faam genoot wegens haar markten en beurzen. Voor de auto-, boek- en andere beurzen is in 1996 een prestigieus beurzencomplex gebouwd.

Leipzig is ook een boekenstad. In 1481 werd hier het eerste boek gedrukt, in 1650 verscheen ’s werelds eerste dagblad er. Het museum voor boekdrukkunst, met zijn antieke letter-matrixen en persen, is smullen voor bibliofielen en techneuten.

Vóór alles is Leipzig een muziekstad. Johann Sebastian Bach werkte hier 27 jaar lang als kantor in de Thomaskirche. Hier componeerde hij zijn Mattheüs-passie en zijn Weihnachtsoratorium. Beroemd is het Thomanerkoor van deze kerk, waar regelmatig concerten te horen zijn. Alles over Bach vind je in het Bachmuseum. Felix Mendelssohn Bartholdi’s geboortehuis in Leipzig is omgebouwd tot museum, evenals het woonhuis van Clara en Robert Schumann. ‘Onze’ Riccardo Chailly dirigeert in het Gewandhaus.

Leipzig is ook de jongste geschiedenis ingegaan als stad van verzet. De val van de Berlijnse muur werd in belangrijke mate ingezet in Leipzig. In de imposante Nikolaikerk (gebouwd in 1175) werden in het voorjaar van 1989 gebedsdiensten voor democratie en vrede gehouden. Die liepen uit op massale betogingen, waarvoor het regime later dat jaar moest wijken.

Trek voor Leipzig rustig een dag of twee, drie uit. De stad is het absoluut waard.

Leipzig heeft zo veel te bieden, dat het geen kwaad kan wél te rade te gaan bij een reisleider. Bij de uitstekende toeristeninformatie kun je terecht voor stadswandelingen (onder leiding, met plattegrondje of audiotour) en voor allerlei programma’s, toegangskaarten en brochures. Maar dan nóg:

Naar het Völkerschlachtdenkmal kun je fijn met zijn allen in de rooie, origineel-Franse bus. Niet doen, die bus. Maar ga vooral op eigen gelegenheid naar dit bizarre monument, dat herinnert aan de slag die Napoleon hier in 1813 verloor. Neem een vest of jas mee, want binnen de metersdikke muren is het koud.

Dit monsterlijke geval kan zich meten met het megalomane Chiang Kai-shek mausoleum in Taipei en het Zuid-Afrikaanse Taalmonument in Paarl. Of er een gigantische klok uit een buitenaardse toren is gelazerd.

Dit bouwtechnische hoogstandje ligt op een kunstmatige, destijds nog stinkende afvalberg. Vergaap je in de crypte aan de kolossale ridderfiguren, die neerkijken op een plastic krans, ter nagedachtenis aan de 160.000 mensen (meest Fransen) die bij de slag het leven lieten. Wie in redelijke conditie verkeert, kan 91 meter omhoogklimmen en genieten van een geweldig uitzicht.

In 1913 opende de laatste keizer Wilhelm dit staaltje Teutonen-esthetiek; nota bene pal voordat hij de volkerenslacht van de Eerste Wereldoorlog zou ontketenen. In de Duits-nationalistische mythologie speelde de slag om Leipzig een belangrijke rol. Hier versloeg de Duitse proto-natie vreemde overheersers. Ook Hitler gebruikte in 1933 de 300.000 ton graniet en beton als decor voor een toespraak. En het communistische DDR-regime maakte er een Duits-Russisch vriendschapsmonument van: Duitsers en Russen hadden immers zij aan zij de imperialist Napoleon bevochten.

Fijnzinniger architectuurgenot beleef je pal bij het stadion, in en rond de Waldstrasse. Kloeke Pippi Langkous-huizen uit de Gründerzeit (eind 19de, begin 20ste eeuw), soms met Jugendstil-elementen, zoals het glas-in-loodraam in de Liviastraat 8.

Mooi is ook de Waldstrasse 86, café-restaurant Mückenschlösschen. Deze villa uit 1892 dankt zijn naam aan het afgeblazen plan van de Saksische vorst August de Sterke (1670-1733) om hier een slot te bouwen. Toen hij het ruwe terrein van het Rosental bezichtigde, werd hij besprongen door zwermen muggen. Van zich afslaand viel hij van zijn paard. Toen gaf hij het slot op.

De cappuccino in het Muggen-slot smaakt alsof die in een originele sok van August de Sterke is gezet. Maar er is ook een biertuin, en bier kun je niet verprutsen.

Leipzigs beroemdste Gründer-architect is Arwed Rossbach (1844-1902). Diens pronkstuk staat zuidelijk van de Waldstrasse-buurt: het paleis Rossbach in de Beethovenstraat.

Niet missen: het stukje geschiedenis van recentere datum, geconserveerd in het Stasi-museum Runde Ecke. Dit voormalige hoofdkwartier van de geheime dienst ruikt nog naar de DDR. Het museum wordt bestierd door het burgercomité dat het gebouw in 1989 bezette.

De expositie, geplakt op het ribkarton dat toevallig voorhanden was, moest de burgers tonen hoe ze waren begluurd en afgeluisterd. ,,Wij willen zelfstandig blijven”, legt een comité-medewerkster uit. Geld voor fatsoenlijke presentatie hebben ze daarom niet. Maar juist de authentieke, knullige activistensfeer maakt dit museum een bezoekje waard. De plaksnorren, afluister-, brieflees- en andere spionageapparatuur zijn om te lachen én te huilen. Negeer de tekstlappen waarmee de muren zijn behangen.

Oud, nieuw en toekomstig Leipzig raken elkaar op het Augustusplein, voorheen het Karl Marxplein. Dat wordt gedomineerd door het gebouw dat ook de skyline van de stad overheerst: het gebouw van de Mitteldeutsche Rundfunk. De term ’middenduits’ in de naam van deze omroep herinnert aan de vooroorlogse tijd, toen Duitsland nog doorliep tot in het latere Polen.

Interessant is het universiteitsgebouw aan het plein. Communistische pracht-architectuur, met een bronzen voorkwab van sociaal-realistische snit. In 2009, als de universiteit 600 jaar bestaat, wordt de voorgevel voorzien van een nieuwe jas, naar een ontwerp van de Nederlandse architect Erick van Egeraat.

De glazen voorpui krijgt ruwweg de vorm van de 13de-eeuwse kerk, die ooit verbonden was aan deze universiteit (de op twee na oudste van Duitsland). In 1968 werd deze Paulinerkerk opgeblazen door de communistische autoriteiten. Dit tot verdriet van de Leipzigers, die hiermee een historisch gebouw verloren dat de oorlog redelijk had overleefd. Maar ja: religie en wetenschap gingen niet samen, al helemaal niet op het plein dat vernoemd was naar de grondlegger van het wetenschappelijk socialisme.

Binnen functioneert nog een heuse paternoster. Leuk, ook voor de kinders! Glip langs de portier. Stap op de eerste etage in deze lift van rammelende houten hokken, tot we mis’lijk van ’t draaien en de limonade zijn.

Nog meer fascinerend oud en nieuw en lelijk en mooi beleef je tijdens een superkort alternatief wandelingetje. Bewonder op de hoek Grünewald-/Leplay-strasse de dakreclames uit de DDR-tijd. Wandel langs de spoorweg-bouwputten naar de Petrussteinweg, waar je op nummer 10 (nagemaakte) DDR-prullaria kunt kopen.

Rechts op de hoek is de straat van de 17de juni, vernoemd naar de opstand van 1953 tegen de communistische alleenheerschappij. Hier werd destijds een betogende arbeider doodgeschoten. Opmerkelijk is dat de naam van deze straat, met op de hoek een razend modern gebouw van KPMG, wel omstandig wordt uitgelegd. Naar wie de Karl Liebknechtstrasse, even verderop, is vernoemd behoeft kennelijk geen betoog. Je loopt daarheen langs enkele slooppanden die er uitzien als apenrotsen, en typische exemplaren van Oost-Duitse Plattenbau.

Links is onder in zo’n blokkendoos een winkel-ruimte ingebouwd, met het hippe ’Bike department Ost’. Rechts staat het niet minder hippe ’Volkshaus’, waar in de DDR-tijd, en ook nu, vakbondskantoren zijn gevestigd. Maar onder in het gebouw huist een café-restaurant annex disco, met een geslaagde persiflage op DDR-interieur. Let op het grauwe behang en de mobiles die aan de vergeelde plafonds hangen. Lekkere koffie, heerlijke maaltijdsalades voor geen geld.

Even verderop zit de VEB-Feinkost, in de DDR-tijd een fabriek waar groenten werden ingemaakt, nu een hal waar tuttige punks en hippies alternatieve mode, wierook en boeddhabeeldjes proberen te slijten. Na verbouwing moet hier ook een cultuurcentrum komen.

Liefhebbers van moderne kunst en oude gebouwen moeten absoluut naar de Spinnerei, al ligt het een eindje buiten het centrum. Op dit uitgestrekte terrein vol vergane fabrieksglorie, ooit een grote katoenfabriek, is een dozijn galeries gevestigd.

Beeldend kunstenaars uit Leipzig die het nationaal en internationaal goed doen, en ook enkele buitenlandse kunstenaars, hebben er nu hun werk- en expositieterrein. De galeries zijn gevestigd in schilderachtige gebouwen, soms mooier dan de werken die er hangen.

Deel dit artikel