De onbekende massagraven van Wit-Rusland

home

REPORTAGE | MANFRED VAN EYK | MINSK en BARANAVITSJI (WIT-RUSLAND)

Iedereen kent Auschwitz, maar wie heeft er van Panerai, Baranavitsji of Ozaritsji gehoord? De meeste Joden stierven in de Tweede Wereldoorlog aan het oostfront. De verschrikkingen in de voormalige Sovjet-Unie vormen een onbekende en verdrongen geschiedenis. 'Geen land heeft zo te lijden gehad als Wit-Rusland.'

Boven op de heuvel wijst Vladimir Romanovski in de verte. We zien een kale akker en een bosrand. "Dit is de plek", hijgt de zeventigjarige Rus en wijst dan naar een onopvallend houten bordje in het veld. Er staat een woord op: 'Massagraf'. "Dit is de plaats waar er nog 10.000 liggen."

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog gaan vaak over de rol van de Amerikanen en Canadezen. Wat zich aan het oostfront heeft afgespeeld, komt minder vaak in het nieuws. Dat geldt ook voor de concentratiekampen. Auschwitz is bekend, maar van Panerai, Baranavitsji of Ozaritsji hebben velen nog nooit gehoord.

Vorig jaar verscheen het boek 'Bloedlanden' van de Amerikaanse schrijver Timothy Snyder. Hij geeft daarin aan hoezeer er in de voormalige Sovjet-Unie geleden is, met name door de bevolking. Hij schrijft daarin dat Auschwitz de bekendste executieplaats is, het 'symbool van het kwaad'. Maar veel meer Joden zijn in andere Duitse doodsfabrieken vergast en nog weer meer (Poolse, Sovjet- en Baltische) werden doodgeschoten in greppels en kuilen. De meesten in Polen, Litouwen, Letland of in de Sovjetrepublieken Oekraïne en Wit-Rusland.

"Eindelijk iemand die zich voor deze onbekende en verdrongen geschiedenis interesseert", verzucht Kosma Kozak, de directeur van de Geschiedeniswerkplaats in Minsk. "Er is geen land ter wereld dat zo te lijden heeft gehad als Wit-Rusland", zegt hij en belt onmiddellijk Vladimir Romanovski, die het me persoonlijk wel eens wil laten zien.

Romanovski werd zeventig jaar geleden in een van de werkkampen in Oost-Siberië geboren. Na veel omzwervingen kwam hij in Minsk terecht en vernam op zekere dag over een boer die met zijn tractor een paar botten had blootgelegd. Romanovski, medewerker bij het Rekeninstituut, was in zijn vrije tijd al enige tijd bezig met de geschiedenis van Wit-Rusland in de Tweede Wereldoorlog. Er volgde onderzoek, waaruit bleek dat de boer jarenlang met zijn tractor rondjes had getrokken boven op een knekelveld van 10.000 mensen.

Romanovski: "Hier, op een paar kilometer van Minsk, hebben de Russen in 1940 een begin gemaakt met de aanleg van een kanaal naar de stad. Die bouw hield op toen de Duitsers kwamen. Niets water, dachten ze, dat kanaal kunnen we ook goed voor iets anders gebruiken. En zo kwamen daar de gevangenen terecht." Onrustig loopt Romanovski heen en weer. Hij maakt een foto. "Nu willen ze hier huizen gaan bouwen, flats. De stad heeft woningen nodig. Maar dat kan toch niet! Je moet toch respect voor de doden hebben?"

De gevangenen van dit kamp (Drosdy) werden aangevoerd uit alle windstreken. Minsk was het grote overslagstation. Vanuit dit kamp trokken de meesten naar het Standard Lager (Stalag) 352. De Duitse journalist Paul Kohl schrijft erover in zijn boek 'Ich wundere mich, dass ich noch lebe'.

"Hier zaten 80.000 tot 100.000 gevangenen. De twintig barakken konden onmogelijk alle gevangenen opnemen. 86.000 mensen zijn hier bevroren, verhongerd of gedood door uitputting, vergiftigd eten of de kogel. De meesten lagen en stonden in de sneeuw, onder de luizen en omgeven door metershoog prikkeldraad, waar ze veelal staande hun dood afwachtten."

Waarom de geschiedenis oprakelen als het heden al zo ingewikkeld is? Wit-Rusland is een straatarm land, zit in een economische recessie en is de laatste dictatuur van Europa. Het kent vele politieke gevangenen.

Kosma Kozak buigt zich naar voren. "Omdat het allemaal met vrijheid te maken heeft. Natuurlijk, twee jaar geleden is bijna de gehele oppositie gevangengezet, maar het volk heeft ook recht om zijn geschiedenis te kennen. En die is stelselmatig verzwegen of verdraaid. Overal staan monumenten, maar die bewieroken meestal de Sovjet-Russische heroïek en vooral de partizanen. Dat was natuurlijk ook allemaal heel belangrijk, maar niemand heeft het hier over de collaboratie van duizenden en nog eens duizenden Litouwers en Oekraïners. En ook over de executies van de partizanen zelf wordt niet gesproken. Daarnaast zijn er in de Tweede wereldoorlog 810.000 Russische krijgsgevangenen gedood. In 110 kampen. Daar wordt niet over gepraat. Krijgsgevangenen waren een schande. Van Stalin moest je je doodvechten. Wit-Rusland is niet alleen oorlogsfront geweest, het was vooral het land waar de bevolking heeft geleden. Hoeveel dorpen zijn er in Frankrijk verbrand? Hier waren dat er 628, met de mensen erin! Geen land heeft zo geleden. 2,2 miljoen doden zijn er gevallen. Een op de vier inwoners."

Ook Snyder komt in zijn boek 'Bloedlanden' met deze cijfers. Wit-Rusland was het middelpunt in de confrontatie tussen Duitsland en de Sovjet-Unie en Minsk was een van de centra van de vernietigingskampen, schrijft hij. Wit-Rusland heeft het meest te lijden gehad. 209 steden en 9200 dorpen zijn vernield en Minsk was het belangrijkste doelwit van de nazi-vernielzucht. Over de krijgsgevangenen schrijft hij: de Duitsers doodden tussen 1941 en 1944 meer dan drie miljoen Sovjetkrijgsgevangenen. Op een enkele dag in de herfst van 1941 stierven evenveel Sovjetkrijgsgevangenen als er Britse en Amerikaanse krijgsgevangenen zijn omgekomen in de hele Tweede Wereldoorlog. Maar daar bleef het niet bij. Zo waren daar ook de kampen rondom Baranavitsji en het moeras van Ozaritsji.

Net als Minsk was (en is) Baranavitsji, in het westen van het land, een spoorwegknooppunt. De Duitsers bouwden er drie kampen, Baranavitsji zelf, Lesnaja en Koldicewo, samen goed voor 128.000 slachtoffers, gedood door de kogel of gestikt in voor dit doel speciaal verbouwde gasauto's. Van de vernietigingskampen rondom Baranavitsji is niet veel meer over. Ze zijn grotendeels met de grond gelijkgemaakt.

Josif Gazoero, 82 jaar, heeft er altijd gewoond en heeft de Duitsers zien komen. "Ach, hier was het vroeger zo mooi! Een paradijs. Vissen en zwemmen in het meer."

Maar toen kwamen de Duitsers. Ze voerden zowel Joden, partizanen als 'verdachte' burgers aan. De Joden werden in het bos doodgeschoten, de anderen in het gevang. Gazoero: "De cellen zaten onder de grond. Het was er altijd aardedonker. De bodem was van beton. Tegen de muren stond kniehoog water, opdat de gevangenen niet zouden slapen voor het verhoor dat elke nacht om vier uur plaatsvond."

Hoe weet Gazoero dat allemaal? "Ik was tien, elf jaar en bracht de Duitsers elke dag vis uit het meer. Maar ik moest ook het terrein naast de gevangenis vegen. Er werkten ook wat Joden in het dorp. Dat waren vaklui die laarzen of kleren maakten. Als de commandant dan kwam riep hij 'Dag Joden!' Die moesten dan antwoorden met 'Dood aan Stalin!' Later werden die Joden ook doodgeschoten. Dat gebeurde in het bos. Ze moesten zich daar uitkleden, kleren netjes opvouwen en op een stapeltje leggen en knielen. Daar kregen ze dan een schot in de nek, zodat hun gezicht onherkenbaar was."

In het zuiden van het land zijn de bossen uitgestrekt en de wegen stil. Dit is niet ver meer van de Zone, een gebied dat zwaar radioactief vervuild raakte nadat een van de reactoren van de kerncentrale in Tsjernobyl ontplofte. Dat was in 1986. Ozaritsji, een dorp net noordelijk van de Zone, was eerder al een plek des onheils.

We schrijven 1944. Het Duitse leger trekt zich terug en duizenden burgers worden per trein of vrachtwagen naar kampen gedeporteerd. De jonge mannen zijn dan al merendeels weg of gedood; vrouwen, kinderen en oudjes blijven over. Een van de plekken waar deze door Duitsers benoemde 'nuttelozen' worden heengebracht is Ozaritsji en met name het moeras net buiten het dorp. Duizenden mensen arriveren in het kamp, dat uit niets anders dan een paar wachttorens en prikkeldraad bestaat. Barakken zijn er niet. De onthutste, in doeken gewikkelde menigte wordt het moeras ingedreven waar ze vier weken in de bittere kou zullen verblijven.

In Duitse documenten staat geschreven dat voedselgebrek deze deportatie noodzakelijk maakte. Maar dat was een leugen. Het waren vooral mensen met tyfus die in dit moeras bijeen werden gebracht om daarna de bevrijders, de partizanen, met deze ziekte te kunnen besmetten.

Vladimir Melnikov, een rijzige, wat dove bewoner van Ozaritsji, heeft het 'kamp' overleefd en toont ons de plek. "Daar", wijst hij met zijn stok. "Daar was het allemaal."

Om ons heen dennebos, een gedenkteken en twee blauwgeschilderde wachttorens. Melnikov: "Die zijn er later neergezet. De oude wachttorens zijn weg, net als het prikkeldraad, maar de rest is er nog." De oude man zwijgt even, loopt naar de rand van een moeras en wijst dan opnieuw. "Hier zaten we. Zo zag het eruit. Sommige sliepen op dennetakken, anderen half in het water of op de lijken. Eten kregen we haast niet. Een paar keer per week werden er wat broden over het prikkeldraad gegooid. Daar moest je snel bij zijn. Ik was snel, ik was toen 11 jaar oud."

Het moeras ligt in een uitgestrekte kuil. Het is ijskoud en bewolkt. Zachtjes begint het te regenen. Melnikov: "Zo was het toen ook. En vaak nog kouder. Er lag ook sneeuw. Om niet te bevriezen moest je steeds in beweging blijven. Slapen lukte niet. Steeds klonk er gehuil of gejammer. Luizen en teken sprongen over ons heen. Van de 22.000 mensen hebben 15.000 het niet overleefd."

Dieter Pohl, historicus aan het Institut für Zeitgeschichte in München beschouwt de massamoord in Ozaritsji als een van de grootste misdaden die de Wehrmacht ooit gepleegd heeft. Hans-Heinrich Nolte, professor Oost-Europese geschiedenis aan de Leibnitz Universiteit van Hannover schat het aantal slachtoffers in Ozaritsji op meer dan 13.000.

Melnikov: "Ik geloof dat ik erg veel geluk heb gehad."

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie