Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De olievlek rond LiRo-archief groeit

Home

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Het onderzoek naar de verkoop van kostbare kleinoden van vermoorde Joden aan ambtenaren van financiën, moet eind januari klaar zijn.

Een tweede onderzoek, dat langer mag gaan duren, moet vooral uitsluitsel geven over de wijze waarop de diverse Joodse claims afgewikkeld zijn. “Alle feiten moeten boven tafel komen”, beloofde onderzoeksleider Kordes gisteren.

Kordes, oud-president van de Rekenkamer, was zich gisterenmiddag duidelijk bewust van de gevoeligheid van de onderzoeksopdracht die minister Zalm hem een uurtje eerder had verstrekt. “We hebben nu al drie keer moeten constateren dat er méér aan het licht kwam dan we wisten. Dat kan ook een vierde keer gebeuren.”

Vooral vertegenwoordigers uit de Joodse gemeenschap, daarin gesteund door de historicus Lipschits, drongen gisteren op een parlementaire enquête aan. Deze komt er vooralsnog niet, maar Kordes sloot gisteren niet uit dat zijn onderzoek alsnog tot een parlementaire enquête zou kunnen leiden. Het voordeel van een enquête is dat getuigen verplicht zijn te verschijnen en onder ede kunnen worden gehoord.

Minister Zalm wil dat Kordes inzicht geeft in de wijze waarop de verkoop aan de ambtenaren plaatsvond én dat hij verklaart hoe het heeft kunnen gebeuren dat dit nooit naar buiten is gekomen. Meer in het algemeen moet uit het nieuwe onderzoek naar de archieven die vorige week in een Amsterdams grachtenpand 'opdoken', blijken of de afwikkeling van de claims die na de oorlog door Joden zijn gelegd “destijds correct plaatsvond”.

- Vervolg op pagina 3.

Gemeentearchief en Nederlandsche Bank kochten ook Joodse bezittingen VERVOLG VAN PAGINA 1

Ook van andere relevante archieven moet Kordes, die hulp krijgt van drie medewerkers van het accountantskantoor KPMG, nagaan of zij mogelijk een nieuw licht op de onthullingen van de laatste weken kunnen werpen.

Het weekblad Vrij Nederland (VN) bracht gisteren het nieuws dat sommige bezittingen van Joodse burgers al tijdens de oorlog zijn verkocht aan onder andere de Nederlandsche Bank, het Gemeentearchief van Amsterdam en het Duitse bedrijf Degussa. VN maakt dit op uit tweehonderd zogeheten systeemkaarten die afkomstig zijn uit hetzelfde Liro-archief waar ook het weekblad de Groene Amsterdammer al delen van in handen kreeg. Op deze handgeschreven kaarten, getiteld Herrenloses Jüdisches Gut, staat niet alleen de aard van het goed uiterst nauwkeurig omschreven, maar ook de datum van de verkoop en de namen van de kopers. Volgens VN kocht de Nederlandsche Bank een muntencollectie en schafte het Amsterdams gemeentearchief oude prenten aan. Beide instanties, die zich gisteren erg overvallen voelden door het nieuws dat hun naam op de lijst van kopers voorkomt, lieten gisteren weten grondig te zullen uitzoeken wat er meer dan vijftig jaar geleden is gebeurd.

De naam Degussa - Deutsche Gold- und Silberanstalt, inmiddels een chemieconcern - komt zo vaak op de lijsten voor dat een slimme bankmedewerker op het idee kwam daar een stempel van te maken. Ook individuele burgers, zo blijkt uit de systeemkaarten, kochten af en toe iets.

De betreffende kaarten zijn overigens na de oorlog al in opdracht van de overheid door het ministerie van financiën en door de Raad voor het rechtsherstel onderzocht. De namen van de kopers van de bezittingen zijn toen niet in de openbaarheid gekomen. De lijst werd meegenomen in de onderhandelingen over een 'wiedergutmachung' die de Nederlandse overheid met de Duitse regering voerde. Individuele claims van Joden op bezittingen waren toen niet mogelijk.

Deel dit artikel