Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Nijntje Passion is in aantocht

Home

Kees Koudstaal is eigenaar van speciaalzaak Prelude in Baarn

De Matthüuspassion wordt geweld aangedaan met ’hertalingen’, popversies en kinder--uitvoeringen.

Het is weer lijdenstijd en daarmee is het wat muziek betreft vooral de Matthüuspassion van Johann Sebastian Bach die er klinkt. Ik hoef niet uit te leggen wat een meesterwerk dat is. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn rond de Matthüus. We leven namelijk in een tijdsgewricht waarin velen vooral de makkelijkste weg willen bewandelen. Zelfs Bach ontkomt niet meer aan debilisering.

De eerste (sterk ingekorte) opvoering vond plaats in Rotterdam op 22 april 1870. Het was de Duitser Wildemar Bargiel die daar de baton zwaaide voor het koor en orkest van de Rotterdamse afdeling van de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst. Vier jaar later was de Matthüuspassion, ook gecoupeerd, voor het eerst in Amsterdam te beluisteren. Dirigent en componist Johannes Verhulst stond voor een gigantisch koor van ruim driehonderd vocalisten, daarbij nog niet eens meegerekend het zestig leden tellende kinderkoor. Het moet letterlijk een overweldigende gebeurtenis zijn geweest, daar in de Amsterdamse Parkzaal.

De ware traditie rond Bachs Matthüuspassion is in gang gezet door Willem Mengelberg. In 1895 kreeg de toen 24-jarige dirigent een aanstelling als ’Muziek-directeur van de Naamloze Vennootschap Het Concertgebouw’. De eerste uitvoering van het passiewerk onder Mengelberg vond plaats op 8 april 1899. Van dat evenement bestaat geen opname, maar de klank van het grote orkest en de zang uit meer dan vierhonderdvijftig kelen moet kolossaal zijn geweest.

Tegenwoordig weten we dankzij de leer van de authentieke uitvoeringspraktijk wel beter en kent de Matthüuspassion kleinschaliger bezettingen en andere tempi. Sommigen beklagen zich daarover. Het zou allemaal té snel gaan en té klein bezet zijn. Het is interessant te weten wat Bachkenner Gerardus van der Leeuw al in 1937 optekende in zijn ’kleine studie’ over de Matthüuspassion: „De structuur van Bachs werk is onlosmakelijk gebonden aan de structuur van zijn vocaal en instrumentaal koor. Verandert dit, dan doet men die structuur geweld aan. Het moderne orkest, met zijn talrijke strijkers en kleine houtbezetting, kan de partituur van de Matthüuspassion eenvoudig niet spelen. De geweldige koren, waarover wij dankzij het zangverenigingswezen beschikken, drukken de orkestpartituur helemaal dood, in ieder geval verpletteren zij het fijne weefsel van de orkeststemmen.”

In Trouw van vorige maand prijst schrijver Eppie Dam niet alleen de door Jan Rot in het Nederlands ’hertaalde’ Matthüus de hemel in, maar en passant ook zijn eigen Friese vertaling van Rots ridicule arbeid. Schreven in 2006 nog journalisten lofzangen op de ’hertaalde’ Matthüus, nu is het de leverancier van een vertaling zélf die de loftrompet mag steken over eigen werk.

Destijds heb ik al de nodige aanmerkingen geventileerd over het infantiliseren van Bachs meesterwerk. De tekst van Jan Rot heeft een monument van zijn hart ontdaan.

De Friese Matthüus van Eppie Dam ou ik hier niet hebben genoemd als hij zelf het begrip ’elitair’ – dat de voorstanders van debilisering van klassieke muziek graag gebruiken– niet in zijn eigen lofprijzing had opgenomen. Zo schrijft Dam: „Bachs meesterwerk is voor elitaire fijnproevers vooral betoverend.”

Het moet toch niet gekker worden. Waar haalt iemand het lef vandaan om liefhebbers van een Matthüuspassion in originele vorm af te schilderen als elitair? Zijn het niet juist de ver- en hertalers die ervan uitgaan dat het ’gewone volk’ geen Matthüus in het Duits zou kunnen verdragen? Volgens mij is dat pas elitair.

We zijn in Nederland afgezakt naar een bedenkelijk niveau. Het zijn niet alleen de hertalers die de Matthüuspassion hebben ontmanteld. De EO zendt momenteel een tv-serie uit waarin te zien is hoe popsterren als Rob de Nijs, Hind en Carola Smit zich onder leiding van Maarten Koningsberger mogen vergrijpen aan Bachs meesterwerk.

Maar het kan allemaal nóg beroerder. Trouw van 25 maart kondigt een ’vertienerde’ versie van Bachs MP aan. Citaat uit dat verhaal: „Stel je eens voor dat Jezus de Romeinen met wonderen op hun nummer had gezet. Dan zou het passieverhaal heel anders aflopen en was Judas niet als verrader de geschiedenis in gegaan. [...] DE JONGE MATTHüUS is een muziektheatervoorstelling waarin de Matthüus Passion is bewerkt tot een muziekstuk van een uur. Een voorstelling met alle hoogtepunten van Bachs muzikale meesterwerk. Geschikt voor iedereen van 10 jaar en ouder.”

Voorwaar, ik zeg u, volgend jaar komen ook de kinderen van onder de tien aan de beurt. Die krijgen dan eindelijk hun eigen MP, of beter gezegd NP: de Nijntje Passion.

Deel dit artikel