Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De negatieve spiraal van kleine musea

Home

RIANNE OOSTEROM

subsidieleed | Terwijl grote musea succes hebben, snakken veel kleintjes naar adem. De kloof groeit, zien deskundigen. Zo brokkelt openluchtmuseum Heilig Land letterlijk af. Wat is er aan de hand?

Klusjesman Carlo Duijghuisen (50) crosst in zijn beige golfkarretje door het heilige land. Of eigenlijk: het nagebootste heilige land in de bossen rond Nijmegen, het vroegere Bijbels Openluchtmuseum dat nu Museumpark Orientalis heet. Het is hem ter ore gekomen dat een muur in het Romeinse dorp op instorten staat. Duijghuisen gaat poolshoogte te nemen.

Met zijn baard, grijze krullen en weelderige borsthaar boven een kleurige blouse, misstaat het bijbelse decor hem niet. De klusser uit Cuijk drukt het gaspedaal in. Hij ontwijkt een aantal kuilen professioneel. Van een afstand ziet hij het al: er is geen redden meer aan. Brokken witte muur liggen in het gras. "Dat zat eraan te komen", zegt hij. "Als we nou wat meer geld hadden, was er niet zoveel achterstallig onderhoud."

Het zijn zware tijden voor het oudste openluchtmuseum van Nederland. Na een sluiting van twee jaar opende het vroegere pelgrimsoord in 2012 zijn deuren opnieuw. Hoewel de bezoekersaantallen stijgen, draait het museum de laatste twee jaar verlies. Doordat meerdere subsidieaanvragen door de provincie werden afgewezen, en de gemeente minder geld geeft aan het park, is er weinig geld.

Garage vol theepotten

Museumpark Heilig Land Stichting Orientalis, zoals de volledige naam luidt, is niet het enige kleine museum dat hiermee worstelt. Terwijl de bezoekersaantallen van grote musea stijgen, snakken veel kleintjes naar adem.

Nederland heeft naar schatting 1200 musea, van een garage vol theepotten tot het Rijksmuseum. Van ongeveer 350 cultuurhuizen heeft belangenorganisatie de Museumvereniging cijfers verzameld. Bijna 200 van deze instellingen zijn 'klein', wat betekent dat zij jaarlijks minder dan 400.000 euro omzet draaien.

In een flink kantoorpand op het terrein van Orientalis in Nijmegen wacht communicatiemedewerker Julia Siahaija. De bureaus in de verschillende ruimtes zijn vrijwel leeg, Siahaija vervult 0,8 van de 2,5 voltijdsbanen die het museum kan ophoesten. In de hoek van de vergaderruimte staat een beeld van een geknielde engel met een geldpotje in zijn hand. Een afgebroken vleugel ligt ernaast op de vloerbedekking.

Aan de muur hangt een poster uit de jaren negentig. 'Hier komt de kleurrijke wereld van jodendom, christendom en islam samen', staat er in koeienletters op. Dat is wat het Museumpark beoogt, aldus Siahaija: de wortels van de Abrahamitische religies tonen, hun gemeenschappelijkheid. "Een heel actuele boodschap, zou ik zeggen. Maar daar denkt de provincie anders over."

Wie iets langer in de buurtbus vanaf Nijmegen naar het Museumpark blijft zitten, komt bij het Afrikamuseum. "Zij krijgen wel flinke bedragen aan subsidie, omdat ze een rijksmuseum zijn, dat soort musea ontvangt structureel geld van de overheid", vertelt Siahaija. "Dat steekt af en toe wel. Wie geld heeft, komt gewoon verder. Het is niet zo dat wij stilstaan, maar we kunnen gewoon heel weinig doen met ons kleine budget."

Wat Siahaija aanstipt, zien zowel museumadviseurs als de Museumvereniging in het hele veld gebeuren: de kloof tussen klein en groot groeit. Museumconsulent Liesbeth Tonckens: "Wie grote musea met kleine vergelijkt, vergelijkt steeds vaker appels met peren." De grote bevinden zich een opwaartse spiraal, ziet zij. "Zij kunnen hun bestaansrecht makkelijker aantonen en hebben meer personeel, alleen daarom al krijgen ze makkelijker geld, kunnen ze spannender tentoonstellingen maken en meer aandacht trekken. Het een versterkt het ander."

Aan de andere kant ziet Tonckens veel kleine musea door een combinatie van factoren in een 'neerwaartse spiraal' belanden. De vraag is of het succes van de grote de ondergang van de kleine in de hand werkt. In Utrecht klinkt bijvoorbeeld dat verwijt. Een externe cultuurcommissie adviseert de gemeente een klein museum als het Nederlands Volksbuurtmuseum niet te subsidiëren, maar wel behoorlijke sommen geld aan muziekpaleis TivoliVredenburg toe te kennen.

Maar volgens museumadviseur Taco Pauka is het niet altijd eerlijk de grote de schuld te geven: "Wat ik zie bij veel kleine musea, is een soort calimerogedrag: ze geven de grote musea de schuld, die slokken al het geld op. Ik vrees dat kleintjes zich vaak door hun beleid of juist door de afwezigheid daarvan uit de markt geprezen hebben. Het is een vicieuze cirkel: als kleine musea een goed verhaal hadden naar subsidieverstrekkers, zaten ze misschien niet in de problemen."

Siahaija is er echter van overtuigd dat Museumpark Orientalis een goed verhaal heeft. Niet alleen op museaal niveau, maar ook als maatschappelijke organisatie. Het park geeft arbeidsgehandicapten en Wajongers een plek, laat vluchtelingen in bijbelse kostuums met bezoekers converseren om hun Nederlands te verbeteren, kunststudenten schilderen fresco's in het Romeinse dorp, en voor tuinbouwstudenten is het park een oefenplaats.

Siahaija: "Het voelt onrechtvaardig. We hebben een grote maatschappelijke betekenis en doen daarnaast aan cultureel ondernemerschap, zoals de overheid graag wil, we redden onszelf al een aantal jaar net aan. Dat ondernemerschap mag ook beloond worden, vinden wij. Kleine musea zijn vaker dan grote de dupe van de overheidsbrede cultuurbezuinigingen in 2013. Terwijl de grote zich makkelijker zelf kunnen redden."

Dat onderschrijft Belle van den Berg, directeur van Museum Hoekse Waard, een geschiedenismuseum van de streek. Zij zit in het bestuur van de museumvereniging van Zuid-Holland en ziet dat gemeenten soms 'botte keuzes' maken. "Op grote musea wordt ook bezuinigd, maar die kunnen de klappen beter opvangen. Kleine musea hebben sneller last van bezuinigingen, omdat ze al zo weinig middelen hebben."

Volgens een onderzoek dat de landelijke Museumvereniging twee jaar geleden onder 351 musea deed, zijn kleine musea inderdaad vaker de dupe van bezuinigingen. De subsidies voor kleine musea daalden gemiddeld met 30 procent tussen 2011 en 2014, terwijl de grote er 3 procent op achteruitgingen in dezelfde periode. Grote musea hebben volgens hetzelfde onderzoek gemiddeld genomen tien keer zoveel personeel als kleine, hun omzet is negentig keer zo groot en ze ontvangen honderd keer zoveel subsidie.

Volgens een woordvoerder van de Museumvereniging heeft het succes van de grote musea niets te maken met de neergang van de kleine. "Wij gaan niet mee in dat soort verwijten. Musea moeten draagvlak hebben, en een oorzaak van de subsidietekorten kan zijn dat de waarde van een instelling te weinig zichtbaar is, of dat er te weinig oog is voor kwaliteit. Alle musea moeten sinds de bezuinigingen hun eigen inkomsten vergroten, en kleine musea slagen daar over de gehele linie slechter in."

Museumadviseur Pauka, die veel bij kleine musea over de vloer komt, ziet dat ook gebeuren. "Al voordat de ijzige bezuinigingswind door het museumlandschap waaide, waren grote musea meer bezig met hun eigen broek ophouden. Daarin slagen ze, anders dan kleine musea, met toenemend succes." Van den Berg uit Hoekse Waard heeft daar een verklaring voor: "Kleine musea hebben het altijd te vanzelfsprekend gevonden dat ze bestonden."

Museum Hoekse Waard heeft na een tijdelijke sluiting overleefd door goed na te denken over zijn bestaansrecht. Volgens Van den Berg is dat een noodzaak voor ieder klein museum. "De grote hebben hun strepen al behaald, de kleine moeten zich nog bewijzen. Je hoeft niemand uit te leggen waarom het Mauritshuis bestaat, maar wél waarom de Hoekse Waard een museum nodig heeft."

Marketing en sociale media

Waarom lukt het veel kleine musea vaak niet hun waarde zichtbaar te maken? Siahaija van Orientalis: "Voor grote musea is marketing geen kunst, zij hebben er geld voor. Wij niet." Daar komt volgens adviseur Tonckens nog een probleem bij. "Marketing en sociale media zijn steeds belangrijker geworden in de museumwereld. Vijftien jaar geleden zat je safe als je een inhoudelijk verhaal had, maar nu moeten musea dat verhaal kunnen vermarkten." Dat gaat soms mis, ziet Tonckens. "Door de bezuinigingen zijn kleine musea afhankelijker van vrijwilligers; die moeten essentiële taken uitvoeren, zoals pr, terwijl de museumwereld voor hen compleet nieuw is."

Museumpark Orientalis werkt met veel vrijwilligers. "Dat is heel fijn", zegt Siahaija, "maar het is ook weleens lastig: je kan ze namelijk heel weinig verantwoordelijkheid geven, die komt toch op de schouders van de vaste werknemers terecht. Dat geeft vaak een te hoge druk." Een ander probleem is dat vrijwilligers bij musea vergrijzen, zegt museumadviseur Pauka. "Er is vaak geen sprake van verjonging en vernieuwing, en dat is juist essentieel voor musea."

"Maar wat als er geen geld is om het museum op te frissen en te vernieuwen"?,vraagt Siahaija. Zij heeft plannen genoeg voor het nagebootste heilige land. Dromen ook. Maar de middelen ontbreken. Het is de patstelling waarin veel kleine musea zich bevinden.

"Veel kleine musea zijn ten dode opgeschreven", zegt Pauka. Zonde, vindt hij. "Kleine musea staan vaak dichter bij de mensen, ze hebben misschien minder museale waarde dan de grote musea, maar wel een grote sociale waarde."

Als het selectieproces zoals het zich nu voltrekt, doorzet, zullen de overlevenden kleine musea zijn die altijd al stevig op eigen benen konden staan. Bijvoorbeeld een museum als het Nationaal Baggermuseum in Sliedrecht. Klein, maar sinds de oprichting ruimschoots gefinancierd door baggerbedrijven. Of het Theepottenmuseum in Swartbroeck, niet meer dan een woonhuis met 1900 theepotten. Zonder subsidie is het alsnog uitgeroepen tot 'het leukste uitje van Limburg'.

Máxima op bezoek

De Museumvereniging laat weten dat ze de problemen van kleine musea 'hoog op de agenda heeft staan', maar dat ze 'naast de gewone belangenbehartiging nog geen concrete plannen heeft om actie te ondernemen'. Het stemt Siahaija moedeloos.

Als ze het kantoorpand uitloopt, kijkt ze nog even naar de foto's in de hal: een frivole koningin Máxima doorkruist het park, ze lacht op elke foto. Siahaija: "Je moet kijken naar wat je nog hebt in zo'n museum, anders houd je het gewoon niet vol."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel