Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De MOL is goud waard

Home

Joop Bouma

Mols heten ze, medical opinion leaders, artsen die in hun vakgebied gelden als dé deskundige. Doorgaans publiceren ze het vaakst in weten schappelijke bladen, niet zelden zitten ze in het bestuur van de weten schappelijke verenigingen van hun specialisme, ze spreken op medische congressen en treden op in 'de lekenpers' - kranten en tijdschriften. Maar ze staan ook aan lucratieve verleidingen bloot. Want de 'mol' is goud waard voor de farmaceutische industrie.

E. G. M. Couturier, neuroloog te Amsterdam, is een mol, een medical opinion leader. Als het om hoofdpijnbestrijding gaat geldt hij onbetwist als een expert. Onlangs nog is hij benoemd tot 'ambassadeur' van de landelijke hoofdpijnvereniging. In het wereldje van de neurologen zijn er nog vier medische opinieleiders in de behandeling van migraine: dr. M. Ferrari (Leids Universitair Medisch Centrum), J. Haan te Laren, J. Kuster (Kennemer Gasthuis) en dr. C. Tijssen (St. Elisabeth Gasthuis, Tilburg).Dit vijftal informeert tijdens lezingen en nascholingen specialisten en huisartsen over de nieuwste technieken in de behandeling van hoofdpijn. Ze worden gezien als volstrekt onafhankelijke medische specialisten. En misschien zijn ze dat ook, al hebben ze de schijn tegen.

Want Couturier en zijn vier collega's staan op de loonlijst van Merck Sharp & Dohme (MSD). Dit farmaceutisch bedrijf ontwikkelde onlangs een nieuw middel tegen migraine en organiseerde op grote schaal nascholingsbijeenkomsten voor huisartsen. Couturier en zijn collega's spraken daar als expert, maar ze vertelden niet dat MSD hen op jaarbasis bedragen in de orde van grootte van 20 000 gulden betaalt voor adviezen over de marketing van dat hoofdpijnmiddel. Dat de neurlogen geld krijgen voor hun toespraken bij huisartsen (Couturier: ,,De gebruikelijke fee, iets van duizend gulden per lezing, geloof ik.''), zal iedere dokter op z'n klompen aanvoelen, maar dat ze ook nog stevig betaald worden voor hun adviseursschap weet bijna niemand.

MSD moest zich vorige week in Haarlem bij de kantonrechter verantwoorden voor het fteren van huisartsen op 'nascholings'-bijeenkomsten op Terschelling, tijdens het North Sea Jazz Festival, bij de Musical Chicago en in tal van kart- en skicentra in Nederland en België. Belangrijkste verwijt: het wetenschappelijk deel van het programma stond in geen verhouding tot het vertier. Op de Terschelling-weekeinden was het volgens officier van justitie mr. F. van Dongen voor negentig procent pret met diners-dansant, fietstochtjes, wandelingen en optredens van artiesten. De resterende tien procent van de tijd ging het om het nieuwe hoofdpijnmiddel. Dat heet buitensporige gunstbetoning en is bij wet verboden. De officier eiste 130 000 gulden boete. De uitspraak volgt dinsdag.

In haar requisitoir stond zij uitvoerig stil bij de praktijken rond de adviesraden van de farmaceutische industrie. Vrijwel elk farmaceutisch bedrijf dat een nieuw middel ontwikkelt, benadert experts uit het veld voor adviezen. ,,Daar is op zich niks mis mee'', zegt de Nijmeegse psychiater dr. W. Buis, die de farmaceutische industrie al jaren kritisch volgt. ,,Een zekere verwevendheid tussen vooraanstaande medici en onderzoekers bij de industrie is niet zo vreemd'', zegt zij. ,,Als een bedrijf een nieuw middel ontwikkelt, is het goed dat de deskundigen uit de praktijk hun mening kunnen geven. Zij kunnen ook aangeven of er wel behoefte is aan dat nieuwe middel. Ook is het belangrijk dat het middel in de praktijk wordt uitgetest. Maar het wordt anders als die deskundigen vervolgens ook lezingen gaan geven en naast een vergoeding voor die nascholing, ook nog jaarlijks een groot bedrag ontvangen van het farmaceutische bedrijf in kwestie. Ik wist niet dat deze praktijk bestond. Dat is een vorm van belangenverstrengeling.''

Neuroloog Tijssen, lid van de adviesraad van MSD voor het migrainemiddel, gaf tegenover de inspectie voor de volkgezondheid ronduit toe dat zijn rol dubieus is. Tijssen sprak in juli 1999 de huisartsen toe op een Terschelling-weekeind. Hij verklaarde tegenover de inspectie: ,,Toehoorders bij een lezing weten niet dat ik een contract heb met MSD. Zij zien mij als onafhankelijk: ik denk niet dat zij mij koppelen aan een bepaald bedrijf. Daarom is dit zo'n verraderlijke vorm van belangenverstrengeling, niemand vermoedt iets en toch staat de neuroloog op de loonlijst.''

Tijssen, die tot voor kort voorzitter was van de Nederlandse Vereniging van Neurologie, wil niets meer toevoegen aan wat hij bij het strafrechterlijk onderzoek tegen MSD verklaarde. Hij wil alleen nog kwijt groot voorstander te zijn van openheid over nevenfuncties. ,,Ik denk dat Nederland naar een Amerikaans systeem van transparantie zou moeten, waarbij op de uitnodigingen voor lezingen precies vermeld staat door wie de spreker betaald wordt. Ik zit trouwens niet meer in de advisory board van MSD.''

In de VS moeten sprekers voor congressen al jaren tot in detail hun banden met de industrie of andere belanghebbenden openbaar maken. In sommige gevallen wordt zelfs een opgave van het aandelenbezit verlangd. Waarom is dat transparante systeem er niet in Nederland? ,,We denken er over'', zegt woordvoerder L. Valk van de Nederlandse Orde van Specialisten. ,,We zijn er mee bezig om aan onze achterban duidelijk te maken wat de houding van een medisch specialist moet zijn als het gaat om het Reclamebesluit Geneesmiddelen. We zullen de kwestie van de adviesraden daarin meenemen.''

Maar in een gedragscode die de samenwerkende geneesmiddelenindustrie en de artsenorganisaties onlangs eenzijdig opstelden, staat al dat medici open behoren te zijn over hun bijbanen. De gedragscode is ontleend aan het Reclamebesluit Geneesmiddelen. ,,Bij alle vormen van dienstverlening wordt de betrokken arts geacht open te zijn over zijn of haar relatie met een bedrijf. Deze openheid moet er bijvoorbeeld zijn jegens de instelling waar de arts werkt en naar het publiek voor wie de arts een lezing houdt.

Voorts dient bij dienstverlening de beloning in redelijke verhouding te staan tot de prestatie'', aldus de arts E. de Bruin, beleidsmedewerker van de artsenorganisatie KNMG, in het jongste nummer van Medisch Contact. De sector reclametoezicht van de inspectie voor de volksgezondheid is het overigens op tal van punten volstrekt oneens met de uitleg die de branche geeft aan het reclamebesluit, maar op het punt van transparantie lopen de opvattingen niet ver uiteen.

Officier van justitie Van Dongen, die nauw samenwerkt met de sector reclametoezicht van de inspectie, daagde MSD in de rechtszaak uit om als eerste bedrijf openheid te betrachten over de achtergronden van de sprekers op nascholingsbijeenkomsten die door het bedrijf worden georganiseerd. Algemeen directeur F. Verwiel (,,Wij zijn helemaal voor transparantie'') ontweek de vraag: ,,Ik denk dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de sprekers om dit wel of niet te melden.''

Ook neuroloog Kuster zit op die lijn. Op een vraag van de inspectie of bijvoorbeeld de Landelijke Huisartsenvereniging (die de nascholing accrediteert) niet behoort te weten dat hij in de advisory board van MSD zit, antwoordde hij: ,,Nee, ik geloof niet dat ik daartoe verplicht ben.'' Maar daar ging het niet om, vond de officier van justitie. ,,Het gaat om een morele verplichting dat te melden.''

Kuster vindt zijn deelname aan adviesraden - ,,Ik zit in meerdere advi sory boards, zo gaat het in deze wereld'' - en het houden van lezingen gescheiden zaken zijn. Het melden van zijn financiële band met MSD vindt hij volstrekt overbodig. ,,Het is allemaal zo doorzichtig als wat. De huisartsen in de zaal weten drommels goed dat ik word betaald voor die lezing. Ik vind het best als besloten zou worden om deze informatie transparant te maken, maar al dat gemekker over moraliteit is onzinnig. Ik heb nog nooit een spreker op een congres gehoord die daar met het oog op een nuttige vrijetijdsbesteding voor niks optreedt.''

Kuster zegt dat er door de farmaceutische ondernemingen waaraan hij verbonden is, geregeld wordt getrokken en geduwd in commerciële richting. ,,Maar als dat gebeurt, hou ik op. Ik zal een bedrijf ook nooit inzage geven in een verhaal dat ik ga houden.''

De Amsterdamse neuroloog Couturier is het er mee eens dat zijn integriteit in het geding lijkt te komen door zijn verbondenheid met MSD. ,,Ik ben het volledig eens met Tijssen over de noodzaak tot openheid. De risico's van belangenverstrengeling zijn er. Ik voel ook geregeld de zuigkracht van MSD om meer voor ze te doen, dan ik al doe. Maar ik vind dat ik mijn positie als onafhankelijke deskundige voldoende in het oog houd. Wij laten ons heus niet omkopen door een pillendraaier uit Haarlem of Zeist.''

Waarom mogen die huisartsen dan niet weten dat u op de loonlijst van MSD staat? ,,Het is in Nederland nu eenmaal niet de gewoonte om dat uit te dragen. Die transparantie is er niet. Ik maak er overigens zelf tegenover mijn collega's geen geheim van dat ik in de advisory board van MSD zit. Maar in het algemeen loop je daar in de medische wereld toch niet zo mee te koop, want je roept toch een soort jaloezie op bij collega's. Ik ga er in bedekte termen mee om. Ik heb het wel altijd gezegd in mijn directe omgeving. Ik ben er zelfs op een bepaalde manier trots op, ik zie het als een medaille op mijn borst: kennelijk behoor ik tot een select groepje experts.''

Couturier benadrukt dat de betrokkenheid bij de marketing van een nieuw middel 'ook razend interessant is'. ,,Het is geweldig leuk, je zit er bovenop. Je krijgt wetenschappelijke voorpublicaties te zien. Je doet er zelf ook je voordeel mee. Je bent beter geïnformeerd. Ik denk dat ik als lid van een advisory board mijn werk als neuroloog beter kan doen.''

Hij vindt de honorering van 20 000 gulden per jaar, naast de stevige vergoeding voor lezingen, bepaald niet buitensporig. ,,Ja, 20 000 gulden huppekee, dat klinkt wel mooi. Misschien is de vergoeding trouwens wel hoger dan 20 000 gulden. Maar daar staat wel tegenover dat ik er per jaar honderd uur aan kwijt ben. Ik ben voor de firma dagelijks oproepbaar.'' Couturier zat ook in andere adviesraden, bij Pfizer en AstraZeneca. ,,Maar die zijn inmiddels opgeheven. Nu ben ik alleen nog aan MSD verbonden.''

In de sector anti-depressiva is de hoogleraar klinische psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam dr. F. de Jonghe een 'hot-shot'. Prof. De Jonghe spreekt al tien jaar op binnen- en buitenlandse nascholingscursussen Nederlandse huisartsen en specialisten toe over de behandeling van angsten en depressies. En hij doet dat meeslepend, een eloquent spreker.

Het enige probleem is dat de hoogleraar vrijwel doorlopend overhoop ligt met de Landelijke huisartsenvereniging LHV over de accreditatie van zijn cursussen. De Jonghe is namelijk ook al tien jaar vurig pleitbezorger van nieuwe - dus peperdure - anti-depressiva, de zogenaamde SSRI's. In zijn lezingen doet hij de goedkope klassieke middelen (TCA's) af als 'obsoleet', verouderd. Een opvatting die psychiater Buis niet met hem deelt, al merkt ze op dat in de psychiatrische wereld de SSRI's bij niet-opgenomen patienten al enkele jaren gelden als het middel van de eerste keuze.

Maar de TCA's worden in het bijbeltje van de huisarts, de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap tot op de dag van vandaag genoemd als eerste middel om voor te schrijven. En de LHV eist dat cursussen voor huisartsen die NHG-standaard als leidraad nemen.

De Jonghe is voorstander van hechte banden met de farmaceutische industrie. Hij schreef populaire boekjes over depressiviteit, met veel financiële steun van fabrikant van anti-depressiva Wyett Lederle. En hij hield op nascholingsbijeenkomsten pleidooien voor het voorschrijven van de SSRI's, die onder meer de Wyett Lederle op de markt worden gebracht.

Huisarts H. van der Linde, die tot voor kort voor de LHV geaccrediteerde nascholingscursussen inhoudelijk beoordeelde, heeft grote moeite met de warme relatie tussen De Jonghe en de industrie. ,,Vijf jaar geleden organiseerde ik een kadertraining voor de coordinatoren van de LHV-nascholing. Wij wilden commerciële nascholingspakketten leren beoordelen op bruikbaar materiaal. Drie farmaceutische firma's stuurden mij drie totaal verschillende onderwijspakketten over depressie die tot mijn grote verbazing alle drie geschreven waren door De Jonghe en zijn collega Swinkels, universitair hoofddocent aan het AMC. De onderwijspakketten waren toegeschreven op de anti-depressiva die deze drie farmaceutische firma's op de markt brengen.''

Van der Linde visiteerde in januari vorig jaar in het Zwitserse Wengen een nascholingscursus voor huisartsen waar prof. De Jonghe sprak over de behandeling van depressies. ,,Hij bedreef daar promotie voor gepatenteerde antidepressiva (SSRI's) en trachtte de categorie concurrerende niet-gepatenteerde anti-depressiva (TCA's) onderuit te halen. De bijwerkingen van de TCA's werden sterk aangezet en de niet-geringe bijwerkingen van de SSRI's werden in het geheel niet genoemd. Van enige wetenschappelijk verantwoorde vergelijking van beide soorten antidepressiva was geen sprake.''

,,In maart 2000 visiteerde ik een cursus van Wyeth Lederde in Breda. Ook daar verkondigde prof. De Jonghe opvattingen die in strijd waren met de algemene huisartsen-geneeskundige opvattingen. De cursus was sterk promotioneel voor een angstremmer van Wyeth Lederle.''

Prof. De Jonghe wil niet ingaan op vragen. ,,Dit is een veel te persoonlijke en ingewikkelde kwestie.'' Volgens woordvoerder K. Duijn van Wyeth Lederle is De Jonghe nooit lid geweest van een adviesraad bij deze firma. ,,Onze interne lijn is trouwens ook dat wij onze eigen adviseurs niet voor nascholing inzetten. Wij vinden dat niet gepast.''

Deel dit artikel