Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De migrantenstroom kwam niet van links

Home

Bert van den Baak

Een buurvrouw in Spakenburgse klederdracht verwelkomt de vrouwen van twee Turkse gastarbeiders, die pas na veel moeite in Nederland werden toegelaten om herenigd te worden met hun echtgenoten. © anp
Opinie

BERT VAN DEN BRAAK   De PvdA heeft de migrantenstroom op gang gebracht, betoogde PVV-leider Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen. Dat klopt niet, zegt Bert van den Braak.

Tijdens de Algemene Beschouwingen misbruikte Geert Wilders niet alleen een onderzoek van bureau Motivaction, bij het benoemen van problemen met migranten nam hij het ook niet al te nauw met de geschiedenis. In een interruptiedebatje met PvdA-leider Diederik Samsom legde hij de schuld voor die problemen geheel bij de PvdA. Wilders stelde dat de PvdA de migranten naar ons land had gehaald en daarna gezinshereniging had bevorderd.

De problematiek van arbeidsmigratie, gezinshereniging en integratie begon begin jaren zestig, toen het bedrijfsleven vroeg om instroom van goedkope arbeidskrachten. In 1969, ten tijde van het centrum-rechtse kabinet-De Jong, kwamen wervingsovereenkomsten tot stand met Marokko en Tunesië. Juist door partijen ter linkerzijde werd toen gewezen op het gevaar van verdringing op de arbeidsmarkt.

De komst van arbeidsmigranten, maar ook van voormalige rijksgenoten uit Suriname en van asielzoekers, maakte dat de overheid met beleid moest komen. In 1981 bracht VVD-minister Wiegel een eerste (ontwerp)-Minderhedennota uit. Die nota werd in 1983 in definitieve vorm gepresenteerd door zijn partijgenoot minister Rietkerk. In beide gevallen gebeurde dat onder verantwoordelijkheid van een CDA-VVD-kabinet.

Terughoudend
De nota legde vast dat het minderhedenbeleid gericht moest zijn op de totstandkoming van een samenleving, waarin de minderheden afzonderlijk en als groep een gelijkwaardige plaats en volwaardige ontplooiingskansen zouden hebben. In de nota stond als beginsel dat de overheid terughoudend moest zijn bij bemoeienis met religie.

Deelname aan godsdienstige activiteiten werd evenwel in het belang van de samenleving genoemd. CDA-Kamerlid Jan Krajenbrink zei bij de behandeling van de nota dat het erom ging dat de verschillende godsdiensten bereid moesten zijn elkaar ruimte te bieden. Hij kwam met een motie waarin spoed werd gevraagd bij het scheppen van religieuze ontplooiingsmogelijkheden voor minderheden. CDA en VVD vroegen samen in een motie om het ontwikkelen van intercultureel onderwijs.

Lees verder na de advertentie
De overheid moest terughoudend zijn bij bemoeienis met religie

Eveneens in 1983 verscheen een notitie over gezinshereniging van CDA'er Korte-Van Hemel, staatssecretaris van justitie in de jaren 1982-1989. Kernpunt was dat het recht op gezinshereniging én het recht op toelating van huwelijkspartners van gastarbeiders werd erkend.

De VVD liet bij de behandeling van die notitie bij monde van Kamerlid Jan-Kees Wiebenga weten zich in het beleid van de staatssecretaris te kunnen vinden. Het CDA had echter grote aarzelingen bij het beperkend beleid inzake de gezinsvorming van tweede generatie migranten. De CDA-fractie gaf de staatssecretaris echter het voordeel van de twijfel en rekende erop dat er geen formalistisch, enghartig beleid zou komen.

Naturalisatie
Bij de behandeling van naturalisatievoorstellen in 1983 zei Korte-van Hemel: "Het is mogelijk, dat iemand in zijn jongere jaren meermalen in aanraking is geweest met de strafrechter. Wanneer er op de desbetreffende persoon (...) niets meer is aan te merken (...), vind ik het volstrekt onterecht om de betrokkene niet voor te dragen voor naturalisatie." In hetzelfde debat zei zij: "Als de betrokkenen een leeftijd hebben waarbij redelijkerwijze niet verwacht kan en mag worden dat zij nog Nederlands gaan leren en als zij al lang in Nederland zijn, dan vervalt de eis dat zij Nederlands moeten spreken."

Kabinetten van verschillende politieke signatuur maakten keuzes in het vreemdelingen- en integratiebeleid. De hoofdlijnen daarvan hadden lange tijd brede parlementaire steun, zeker ook van de toenmalige regeringsfracties CDA en VVD. Dat er fouten zijn gemaakt, kunnen we achteraf constateren. Dat ook de PvdA daarvoor verantwoordelijk was, is waar. Die verantwoordelijkheid geldt echter evenzeer andere partijen. Inclusief de partij waarvan Wilders in 1989 lid werd: de VVD.

Bert van den Braak: Parlementair Documentatie Centrum, Montesquieu Instituut Den Haag

De ver­ant­woor­de­lijk­heid voor de gemaakte fouten geldt evenzeer voor de VVD

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
De overheid moest terughoudend zijn bij bemoeienis met religie

De ver­ant­woor­de­lijk­heid voor de gemaakte fouten geldt evenzeer voor de VVD