Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De menselijke architectuur van Francine Houben

Home

Henny de Lange

De bibliotheek in het Britse Birmingham, een van de projecten van architect Francine Houben. © Christian Richters

Ze geldt als een van de meest vooraanstaande architecten van Nederland. Nu mag ze de wereldberoemde openbare bibliotheek aan Fifth Avenue, Manhattan onder handen nemen. Vanmiddag kreeg Francine Houben de belangrijke Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs uit handen van koningin Máxima.

Het is schemerig in de ontvangstruimte van het Delftse grachtenpand, waar architectenbureau Mecanoo zetelt. Twee medewerkers lukt het maar niet om het lichter te maken. "Jongens, wat is het hier donker", zegt Francine Houben, als ze binnenkomt. Met één simpele beweging stelt ze de lichtschakelaars bij. Op plagerige toon: "Hebben jullie nooit van dimmers gehoord?"

Ze ziet er fris en energiek uit, ook al is ze net terug uit New York, waar ze tweeënhalve week verbleef en tal van besprekingen had. Mecanoo gaat er de wereldberoemde Public Library verbouwen. Tussendoor reisde ze ook nog naar Washington. Daar neemt het bureau ook al een bibliotheek onder handen: de Martin Luther King jr. Memorial bibliotheek.

Ze heeft een appartement gehuurd in New York, vertelt ze. De komende anderhalf jaar zal ze daar als creatief directeur heel veel moeten zijn. Van de meer dan honderd jaar oude gebouwen van de Public Library aan Fifth Avenue, gaat Mecanoo een eigentijdse bibliotheek maken. De omvangrijke renovatie gaat zo'n zeven jaar duren. Aanvankelijk was sterarchitect Norman Foster aangetrokken voor deze prestigieuze opdracht. Zijn verbouwingsplannen stuitten op zoveel tegenstand in de stad, dat Foster werd weggestuurd. Dat was in het voorjaar van 2014.

Ambitieus als u bent, dacht u: dat kan ik beter.
"Het is misschien heel naïef, maar ik dacht: dat project zou ik wel willen. Ik ken New York goed, ik kom er al heel lang. In 1976 ging ik er in mijn eentje voor het eerst naartoe met de Greyhoundbus. Het was altijd mijn droom om daar een jaar te gaan wonen met de kinderen, toen ze nog klein waren." Lachend: "Met al die ambities van mij is het daar nooit van gekomen. De kinderen zijn de deur uit, maar het is toch mooi dat mijn droom uitkomt."

Het was een zwaar gevecht om deze opdracht te bemachtigen, vertelt Houben. Om een nieuwe architect te vinden, had de leiding van de Library een lijst van 64 bureaus opgesteld, waaruit moest worden gekozen. De selectieprocedure duurde meer dan een jaar.

Lees verder na de advertentie

Waarom heeft Mecanoo gewonnen?
"We hebben veel ervaring met het bouwen en renoveren van bibliotheken. Onze bibliotheek in Birmingham is vorig jaar gekozen tot het populairste gebouw van Engeland. En we hadden gewoon een heel goed plan. Dagen heb ik door de bibliotheek gelopen. En maar observeren: hoe lopen de mensen er rond, hoe valt het licht naar binnen, hoe ziet de omgeving eruit. Tot in details heb ik alles in me opgenomen. Daar begint het bij mij altijd mee. Observeren, kijken door de ogen van het publiek. Dan zie je op een gegeven moment wat er beter kan en hoe je zo'n gebouw wilt teruggeven aan het publiek. Ik wil ontzettend graag dat mensen genieten van een gebouw, er gelukkiger van worden."

De mensen staan voorop?
"Altijd." Ze tikt op de cover van haar nieuwste boek. Daar staat het ook: 'People, Place, Purpose'. "Dat is de volgorde. Mensen hebben bij mij altijd voorop gestaan. Veel architectenopleidingen focussen op de functie van het gebouw, maar die verandert altijd als je op de lange termijn denkt. Mijn gebouwen moeten alle zintuigen beroeren; het moeten menselijke gebouwen zijn. De plaats is daarbij ook van belang. In wat voor omgeving staat het, in Rotterdam of Amsterdam, wat is het klimaat. Die factoren laat je allemaal meewegen. Daarom is het zo belangrijk om goed te observeren."

Hebt u dat gaandeweg geleerd?

"Nee, dat doe ik van jongsaf aan. Dat heeft met mijn jeugd te maken. Als je vijf bent, ga je je zintuigen ontwikkelen. Ons gezin woonde toen in Limburg, in Sittard en Heerlen. Mijn vader werkte als jurist bij de Staatsmijnen. Later is hij overgestapt naar de Gasunie en zijn we verhuisd naar Den Haag en later naar Groningen. We zijn wel twaalf keer verhuisd en dat vond ik erg leuk. Telkens weer een nieuwe omgeving die mijn zintuigen prikkelde. Nu hoor ik vaak dat mensen niet willen verhuizen, omdat dat niet goed is voor de kinderen. Voor mij was het juist een inspiratiebron. Ik denk dat in mijn jeugd de basis is gelegd voor het goed leren kijken. Mijn moeder regelde de verhuizingen en de verbouwingen. Ons huis was altijd een bouwplaats, met mijn moeder aan het hoofd. Een oudere broer studeerde bouwkunde in Delft. Toen ik daar een keer was en in de maquettehal stond, viel alles op zijn plek."

Ze is nu even terug voor de uitreiking van de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs.
"Vanmorgen realiseerde ik me dat ik nog moet bedenken wat ik aan moet doen." In ieder geval feestelijke kleding, want ze voelt zich 'vereerd en dankbaar' dat ze deze belangrijke onderscheiding krijgt. Het is een kroonjaar, zegt ze. "We hebben het dertigjarig bestaan van het bureau gevierd, ik ben zestig geworden, ik krijg deze mooie prijs en we mogen de bibliotheek van New York verbouwen. En dan is volgend jaar ook nog de oplevering van het grootste culturele centrum van Azië, dat we hebben gebouwd in Taiwan, in de havenstad Kaohsiung. Ik probeer het Rotterdams Philharmonisch Orkest daar te laten spelen bij de opening. Ik denk dat het wel gaat lukken."

Francine Houben © Merlijn Doomernik

Bemoeit u zich overal mee?
Ze knikt hevig. "Ja, die neiging heb ik wel. Als creatief directeur moet ik natuurlijk de lijnen uitzetten. Maar ik hoef me niet met het hele ontwerpproces te bemoeien. Er werken hier 150 mensen, een geweldig team. Maar ik volg wel alles."

En als het niet goed gaat dan...
"Dan wil ik het zelf gaan doen. En soms moet dat ook. Ik heb moeten leren accepteren dat niet alles een succes kan zijn. Maar als het echt belangrijk is en het gaat niet goed, ja, dat merken ze hier dan wel."

Gaat u dan schreeuwen of met maquettes gooien?
"Nee, dat niet, maar ik laat het wel merken als ik niet tevreden ben."

Bent u dan een bitch?
Ze kijkt naar haar woordvoerder. Die schudt zijn hoofd. "Nee, ik ben over het algemeen een optimistisch en dankbaar persoon. Maar bij tegenslagen móet ik ook boos worden om weer energie te krijgen."

Welke tegenslagen?
"Dingen die niet doorgaan. Dat kan altijd, maar als het niet op een eerlijke manier gebeurt, daar kan ik niet tegen."

Zoals het mislopen van de opdracht voor het Stadstimmerhuis in Rotterdam? (Mecanoo en andere bureaus stapten naar de rechter, omdat ze vonden dat het bureau van Rem Koolhaas ten onrechte had gewonnen, red.)
"Daar wil ik het niet meer over hebben. Wat ook een tegenvaller was dat we zelfs niet geselecteerd zijn om een plan in te dienen voor de verbouwing van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Maar uit elke tegenslag komt ook altijd iets goeds voort. Het heeft me geprikkeld om actief in het buitenland te zoeken naar opdrachten. Met succes."

Heeft Mecanoo last gehad van de crisis die tot een kaalslag heeft geleid in de architectenbranche in Nederland?
"We hebben ons het schompes gewerkt, maar we hebben geen mensen hoeven ontslaan. We zijn zelfs gegroeid in die tijd. Ons bedrijf is als een sterke boom. Die kan ook omwaaien, maar kijk eens naar de jaarringen, dan zie je hoe degelijk we zijn gegroeid, zonder rare uitschieters."

Ze pakt er de afbeelding bij van een tekening die ze heeft gemaakt voor haar nieuwste boek. In haar kriebelige handschrift heeft ze de belangrijkste projecten van Mecanoo van de afgelopen dertig jaar opgeschreven in een patroon van de jaarringen van een boom. "In de pit staat de TU Delft. Daar heb ik veel geleerd van docenten als Max Risselada. Mecanoo is begonnen met sociale woningbouw, omdat we vonden dat mensen met lage inkomens ook prettig moesten wonen. Vervolgens vonden we de openbare ruimte zo slecht. Daarna wilden we prettigere scholen bouwen en omdat ik op de campus van de TU Delft het gras zo miste, heb ik daar een bibliotheek ontworpen met een grashelling als dak. Toen volgden de theaters, waar ik veel over licht en akoestiek heb geleerd. Die kennis kon ik ook weer gebruiken voor de bibliotheken en andere publieke gebouwen. We hebben ook het station in Delft ontworpen Ik heb nooit van te voren bedacht dat ik de regisseur wilde worden van een bureau met 150 mensen. Maar als ik terugkijk op al die jaarringen, vind ik dat we heel logisch en degelijk zijn gegroeid. Stap voor stap hebben we onze grenzen verlegd en een heel breed oeuvre opgebouwd."

U gaat nog jaren door?
"Zeker, ik denk nooit aan stoppen. Gelukkig heb ik nog heel veel energie, al probeer ik wel zeven uur slaap per nacht te pakken. Als kind had ik al een enorme drive, zat altijd vol ideeën en plannen. Ik was niet te stuiten. Mijn vader zei altijd: 'Francine, denk aan je grenzen'. Hij is deze zomer overleden; ik heb hem beloofd dat ik nu zelf op mijn grenzen let."

Lukt dat?
"Gelukkig heb ik mensen om me heen die me in de gaten houden, hier op het bureau, maar ook mijn man, zelfs mijn kinderen."

Waaraan herkennen we een gebouw van Houben?
"Ik heb niet een duidelijke vormenstijl zoals Zaha Hadid of Richard Meier. Het is een vooringenomenheid in de architectuur dat je altijd dezelfde stijl moet hebben. Het gaat toch om de inhoud? Als ik mijn gebouwen al moet omschrijven, kom ik uit bij woorden als zintuiglijk, menselijk en tactiel. Vrouwelijk? Zo zou je het ook kunnen noemen, omdat het verbindende architectuur is. Ik had daar altijd wat moeite mee. Toen ik in 2014 werd uitgeroepen tot Woman architect of the year, werd me gevraagd of ik dat moest accepteren. Ik ben toch in de eerste plaats architect. Maar ik realiseer me dat ik ook een rolmodel ben. Toen ik ging studeren in Delft was op de hele TU maar 4 procent van de studenten een vrouw, bij bouwkunde 10 tot 15 procent. Nu is dat fiftyfifty."

Gaat u terug naar uw gebouwen om te zien hoe ze functioneren?
"Dat probeer ik wel. Deze zomer heb ik voor het eerst ondervonden hoe de Heilige Maria van de Engelen-kapel werkt, die ik vijftien jaar geleden heb ontworpen voor een rooms-katholieke begraafplaats in Rotterdam. Mijn 94-jarige vader is er op zijn verzoek begraven. Ik heb de kapel heel intuïtief ontworpen op de ceremonie en rituelen die er plaatsvinden. De zonen en kleinzonen droegen de kist binnen door de ene deur, de dochters, schoon- en kleindochters liepen door een andere deur met de kist naar buiten. Het was precies zo als ik het had bedacht, de sfeer, de geur van wierook en ook de straal licht die uit de hemel door de opening in het dak op de kist viel. Ik denk dat mijn vader zou hebben genoten. Toch was ik heel verdrietig, ook over het verlies van mijn childhood. Tegelijk beleefde ik de ceremonie ook als architect. Omdat het zo druk was, was er tekort aan zuurstof. Ik was bang dat ze al de deur zouden openen waardoor mijn vader aan het slot naar buiten zou worden gedragen. Beroepsdeformatie? Ik vind wel dat ik daar alsnog een oplossing voor moet bedenken."

Stationshal Delft © Harry Cock

Deel dit artikel