Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Matthäus Passion als manier van leven

home

FREDERIKE BERNTSEN

Moed en energie zijn nodig om het magnum opus van Bach jaarlijks op de lessenaar te zetten. Dirigent Pieter Jan Leusink deinst er niet voor terug. Onder Leusinks leiding zal zijn eigen koor de Matthäus Passion 24 keer door het hele land uitvoeren. 'Mijn streven is de duizend te halen.'

'Probeer de muziek te voelen, jongens! Niet gewoon de noten zingen. En dui-de-lijk articuleren!" Dirigent Pieter Jan Leusink balt een vuist en werkt zich effectief door een aantal koralen van Bachs 'Matthäus Passion'. Voor hem zit zijn eigen zestienkoppige koor: The Bach Choir of the Netherlands.

Pieter Jan Leusink (Elburg, 1958) is de man van de muziekprojecten: niet tweemaal de 'Matthäus Passion' voor Pasen, nee vierentwintig keer door heel Nederland. En niet een handjevol uitvoeringen van Mozarts 'Requiem', maar in korte tijd dertien keer een volle zaal. Voor het label Brilliant Classics nam hij in vijftien maanden de tweehonderd geestelijke cantates van Bach op. Orkest van dienst: The Bach Orchestra of the Netherlands, ook in het leven geroepen door Leusink.

In Elburg bouwde hij een muziekcentrum, compleet geoutilleerd met een zaal inclusief een concertvleugel, diverse andere toetsinstrumenten, keuken, eethoek en tafelvoetbal - nog voor zijn jongenskoor, waar hij een sabbatical van heeft genomen. In het magazijn - tevens de rookkamer - staan dozen met reclamemateriaal en cd's. Leusink & co is een familiebedrijf. Diverse (stief)kinderen ("Dat is mijn leasedochter...") hebben een functie op kantoor of zingen in Leusinks ensembles.

Het koor is voor de 'Matthäus' in tweeën gedeeld. De dirigent - zwart shirt, bretels, wapperende grijze manen - repeteert vanachter het kistorgel dat hij speciaal liet bouwen. 'Ja nicht auf das Fest' uit het eerste deel van de 'Passion': de maat wordt getikt met een aansteker. Zichtbaar ontevreden met het resultaat bromt Leusink tegen de sopranen van koor 1: "Bij de Hema in Elburg hebben ze nog caissières nodig". Zijn de harmonieën even later niet zuiver genoeg, dan dreigt hij een schoen te lanceren. Allemaal gekscherend natuurlijk, maar met een kern van waarheid. Leusink is niet van het lijmen en slijmen en 'Zullen we nog een keer die maat doen?'. Zijn credo: 'niet lullen, maar poetsen'.

'Laßt ihn, haltet, bindet nicht!', klinkt het op aanmoediging van Leusink - van zijn forse stemverheffing kijkt niemand op. De kooropstelling is bijzonder. De zangers staan niet, zoals gewoonlijk, in rijen achter elkaar, maar vormen een boog. "Transparantie, daar gaat het om", licht de dirigent later toe, met een stuk peperkoek als avondeten. "Ik ontdekte de sound van deze opstelling tijdens een toegift na Händels 'Messiah'. Toen gebaarde ik de koorleden een beetje naar voren, te komen en ze gingen nonchalant bij het orkest staan. Wat een verschil! Ik hoorde opeens een dijk van een koor, alles klonk open, niets werd verdoezeld."

Waar haalt Leusink de moed en de energie vandaan om de 'Matthäus Passion', het magnum opus van de componist der componisten, jaarlijks zo vaak op de lessenaar te zetten? "Dat is zo gegroeid. Het is een manier van leven. Je leert ermee omgaan. In het begin had ik na drie uitvoeringen twee weken vakantie nodig, nu zeg ik na vierentwintig stuks: zullen we er nog vierentwintig doen? Mijn streven is de duizend te halen. Ik wil elke dag wel een concert geven, als het maar goed gaat en ik met prettig gezelschap muziek kan maken zoals ik dat wil. Ik voel het wel, al die uitvoeringen, maar meer fysiek; als ik 's morgens opsta, ben ik vaak zo stijf als een plank."

En dat terwijl Leusink vroeger de 'Matthäus' helemaal niets vond. "Het duurde maar en het duurde maar", zucht hij door de rook van zijn sigaar - het blikje Wilde Havana's doet ook dienst als asbak. "Maar op een gegeven moment kon ik niet meer zonder. En het mooiste van alles is dat ik ieder jaar weer zo veel leer van het stuk. Ik kan door lijnen heen luisteren, begin te begrijpen waarom iets er staat zoals het er staat."

De geboren Elburger komt uit een streng reformatorisch milieu; zijn eerste instrument was het orgel. Op z'n dertiende was Leusink kerkorganist. "Maar ik had meer met voetbal, hoor. Ook op het conservatorium nog. Ik was keeper. Had ik weer een bal op m'n hand gekregen en dan kwam ik met een blauwe vinger op de les en kon ik natuurlijk niet spelen. Toen ben ik gestopt met voetballen. De wedstrijden die ik met voetbal niet meer won, wilde ik in de muziek winnen. Ik beleef het ook heel erg als sport. Ik wil altijd winnen, winnen van mezelf."

Maar na het conservatorium kwam bijna niemand naar zijn orgelconcerten luisteren, dus moest het anders. Leusink begon voor zichzelf: een jongenskoor. De specifieke, open klank van nog strakke keeltjes sprak hem aan. De reactie van moederlief: 'Jongen toch, wat ga je doen? Je moet wel aan je oude dag denken!' Het Stadsknapenkoor Elburg, later het Holland Boys Choir, werd door selfmade dirigent Leusink opgeleid. Driemaal in de week repetitie, en maar schaven. "Ik heb ooit twee directielessen gehad, van mijn leraar Gregoriaans." Leusink tekent in de lucht het slagpatroon van een vierkwartsmaat: "Maar daar had ik geen trek in. Uiteindelijk kreeg ik een videoband mee naar huis van Leonard Bernstein. 'Kijk maar wat hij doet, en als je dat snapt, komt het helemaal goed met je.'"

Masterclasses volgde hij bij David Willcocks. Die nam Leusink op sleeptouw, van de Ely Cathedral naar de St. Johns. De Engelse koortraditie vormt nog steeds een groot voorbeeld. Als je de dirigent vraagt naar de authenticiteit van zijn uitvoeringen filosofeert hij rap: "Wij gebruiken historische instrumenten. Maar wat is authenticiteit? Niemand weet het. Ik ben er met mijn jongenskoor het dichtste bij geweest, want Bach werkte ook met jongens. En verder? Het publiek heeft lak aan zogeheten barokke interpretaties, de luisteraars willen de muziek vóélen. Ik ben geen puritein die alleen maar priegelt. Het moet soms ook groots kunnen, of hard, té hard, of te snel of te langzaam. Als we de zaal maar pakken, dat is belangrijk. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden."

Leusink bedient een breed publiek met verschillende gezelschappen. In Nederland, want 's avonds is hij het liefst gewoon weer thuis, bij zijn honden. 's Zomers verzorgt het Urker Mannen Ensemble - met negro spirituals, traditionele gezangen en psalmen - tientallen concerten. Na zijn jongenskoor dat zo'n twintig jaar heeft bestaan, introduceerde Leusink het ensemble CALL: klassieke muziek in een populaire jas, en andersom. "Een combi van dames en heren, om nieuw publiek te werven en iets te brengen dat er nog niet is. En de concerten - de Classical Proms in het najaar en een reeks kerstconcerten - lopen goed. Het is een uitdaging om op deze manier luisteraars te interesseren voor klassieke muziek, die stromen dan ook weer door naar bijvoorbeeld een van onze Requiemuitvoeringen. Ik doe graag lichte muziek. Adele, geweldig! Zij kan ongelofelijk goed timen. Mensen vinden het altijd vreemd dat ik mij ook daarmee bezighoud. Maar Bach is de basis van de popmuziek, wat betreft akkoorden, timing, beat. Bach is voor mij een popheld, Bach swingt."

Leusink ís zijn muziekfabriek. Voetbal is het enige waar Leusink zichzelf op trakteert buiten de muziek: af en toe naar een wedstrijd. "Ik leef saai, sober en regelmatig. Naast de muziek doe ik verder niets. Ik ga niet naar feestjes, niet naar verjaardagen, ik doe geen boodschappen en ik kook niet. Mijn agenda kun je helemaal volgooien tot 2020, geen probleem, maar je moet mij niet iets vragen waar ik geen zin in heb, dan ben ik helemaal van slag. Bovendien heb ik geen tijd voor al die onzin. Ik werk op kantoor mee, 's nachts zoek ik de kaarten bij de bestellingen en ontwerp ik het foldermateriaal. Om een uur of vijf ga ik naar bed en dan sta ik rond negen weer op."

De concertfolders zien er gelikt uit, glossy plaatjes, snelle teksten. De cd-box met Bachs 'Matthäus', Mozarts 'Requiem' en Händels 'Messiah' is voor 15 euro te koop. En waardezegels kun je ook sparen: bij het vijfde krijg je een concertkaart cadeau. "Commercieel, zeggen ze dan. Ook zo'n rare redenering: het idee dat hoe meer subsidie je krijgt, hoe beter je muziek kunt maken. Zelf je drukwerk doen, de hele dag de zaak runnen, iedere koorrepetitie zelf dirigeren, keihard werken, nul subsidie. Nou, daar is weinig commercieels aan, kan ik je zeggen. Kijk, ik moet ervoor zorgen dat mijn mensen betaald krijgen. Zelf hoef ik niet te werken voor de poen, dat doe ik alleen omdat ik het wil en leuk vind. Maar achter elke medewerker zit een gezin en een hypotheek. Dat is een deel van mijn verantwoordelijkheid. Zij zijn loyaal naar mij en ik ben dat naar hen."

Even terug naar Bachs 'Matthäus'. Hoe zit dat met de emoties als het lijdensverhaal van Jezus, gecomponeerd op de schitterendste noten die je je maar kunt voorstellen, dag in dag uit voorbijkomt? "Ik heb niet zo veel met het geloof van de kerk, wel heb ik een religieus gevoel. Om zo'n stuk te dirigeren moet je veel stemmingswisselingen aankunnen, maar je kunt niet emotioneel gaan zitten doen. Het koraal 'Wenn ich einmal sol scheiden' is wel een moment, hoor. Dan denk ik in overdrachtelijke zin: er kan iets met je kinderen gebeuren. Heel soms kan ik dat niet aan, zoals bij een uitvoering vorig jaar. Ik dacht: wat gebeurt er nu? De tranen biggelden over m'n wangen. Ik vond het zo mooi wat koor en orkest deden, en dan die tekst erbij, heel bijzonder. Dat kun je alleen bereiken met mensen die echt die passie voelen voor de muziek en de ambitie hebben met je mee te groeien in de compositie."

"Vier, vijf concerten werk ik aan verbeteringen, daarna stop ik daarmee, anders klets je de boel dood. De muziek én de uitvoering moeten iets spiritueels behouden. Ik onthoud de fouten wel, dan maak ik een lijst met punten en die neem ik mee naar een volgende reeks concerten. Je kunt je enorm ontwikkelen als je dingen steeds opnieuw moet studeren."

Het is inmiddels voorbij middernacht, de zangers liggen waarschijnlijk al op één oor. Leusinks aandacht en alertheid verslappen geen moment. Hij overpeinst de muziek én zijn zaak. De hele molen draaiende houden is zijn hoogste goed.

Hij jaagt opnieuw de brand in zijn sigaar. "Mijn vader zei op zijn sterfbed tegen mij: 'Ik ben veel te streng geweest, ik heb je te veel gepusht met die muziek, ik zat altijd te narren. Maar dat deed ik niet tegen jou, maar tegen mijzelf. Want jij moest worden wat ik zelf niet kon worden.' Dat was niet altijd leuk, nee, maar daardoor heb ik geleerd dat ík dingen wel voor elkaar kan krijgen waar een ander stopt. Op momenten dat je het niet meer ziet zitten: doorgaan. Bij de kredietcrisis en de btw-verhoging op toegangskaarten: verdubbelen van de concerten en je marketingstrategie veranderen."

Stilte. "De 'Matthäus', daar zit alles in, het hele leven. Dat iemand het talent heeft gekregen om zoiets te kunnen maken, zo'n geniaal werk, dat is bijna niet te bevatten. Ik voel me gelukkig dat ik me daarmee bezig mag houden, en je moet er integer mee omgaan. Als de mensen hier niet hard genoeg studeren, dan word ik boos omdat ze de componist beledigen. Je bent verplicht om dit werk zo goed mogelijk uit te voeren. De 'Matthäus Passion' is hemels, het grootste dat er gemaakt is."

Meer informatie: www.pieterjanleusink.nl

Meer Matthäus
Uitvoeringen van de 'Matthäus Passion' in Nederland, een greep: Pieter Jan Leusink en The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands bedienen heel Nederland met 24 uitvoeringen (16 maart t/m 8 april). Jos van Veldhoven toert met De Nederlandse Bachvereniging onder meer langs Utrecht en Naarden (27 maart t/m 7 april). In de provincie Groningen brengt het Noord Nederlands Orkest de compositie met dirigent Stefan Vladar (30 maart t/m 4 april). Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt tweemaal onder leiding van Iván Fischer in het Concertgebouw, Amsterdam (30 maart en 1 april), en bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest dirigeert Yannick-Nézet Séguin in de Doelen, Rotterdam (5 en 6 april). Jaap van Zweden gaat het Residentie Orkest voor in de Haagse Dr Anton Philipszaal (6 en 7 april). Het Nederlands Symfonieorkest geeft uitvoeringen onder leiding van Dick Dijk en Jan Willem de Vriend in Zwolle, Enschede en Oldenzaal (28 maart t/m 2 april) en Het Brabants Orkest speelt onder de baton van Andreas Spering in Eindhoven en 's-Hertogenbosch (29 t/m 31 maart).

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.