Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De man die het pad effende voor Afellay

Home

IWAN TOL

Hij was de eerste Marokkaan op de Nederlandse velden, en daarmee was Aziz Doufikar wegbereider voor veel Marokkaans talent, zoals Ibrahim Afellay die binnenkort schittert op het EK.

'Of de jongens weten wie ik ben?" In de kantine van jongerencentrum De Meerpaal drukt Aziz Doufikar de knop van de koffieautomaat in. Met zijn hoofd knikt hij naar de hoek waar de computers staan. "Wat dacht je?" grijnst hij. "Google, hè. Eén druk op de knop en ze weten tegenwoordig alles van je."

Ex-voetballer Aziz Doufikar (48) is sinds een paar jaar jongerenwerker in Dronten. Niet dat in het dorp in de Noordoostpolder nou zo veel probleemjeugd woont. "Maar ze kunnen beter hier chillen dan dat ze op straat rondhangen", legt Doufikar uit. En dus is hij meerdere keren per week in het jongerencentrum te vinden. Als praatpaal, begeleider of organisator van sportactiviteiten.

In De Meerpaal staan een tafeltennistafel en een tafelvoetbalspel, en er is een keukentje waar kookles wordt gegeven. Aan de muur hangt een tv waarop de jongeren over een paar weken de wedstrijden van het Nederlands elftal op het EK zullen volgen. Niemand van hen zal dan vreemd opkijken als Ibrahim Afellay het Wilhelmus meezingt. Net zoals het voor de jeugd een vanzelfsprekende zaak is dat bijna elke ploeg in de eredivisie tegenwoordig een of meerdere spelers van Marokkaanse afkomst als smaakmaker in de basis heeft staan. Ze weten niet beter.

Toen Doufikar halverwege de jaren tachtig zijn opwachting maakte op de Nederlandse velden, was dat wel anders. Hij was zoon van een Marokkaanse gastarbeider en de eerste voetballer met die achtergrond die doorbrak in de eredivisie. Doufikar speelde in Nederland voor Ajax, PEC Zwolle, Fortuna Sittard en FC Eindhoven. Behalve een noviteit was hij daarmee ook een wegbereider, want vele Marokkaanse talenten traden nadien in zijn voetsporen, tot Ibrahim Afellay aan toe.

PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch schroomt niet om Doufikar daarom 'een pionier' te noemen. "Hij kwam op een positie die voordien onbereikbaar werd geacht voor iemand met zijn achtergrond. Dat trok de Marokkaanse gemeenschap in één klap omhoog."

Hoogleraar Paul Verweel, auteur van 'De alledaagse kracht van sport', neemt zelfs het woord 'fenomeen' in de mond. "Omdat Doufikar de eerste migrantenzoon was die liet zien dat hij met zijn talent veel meer kon dan alleen laaggeschoold werk."

En Mohammed Allach, ex-voetballer en huidig KNVB-manager technische zaken, typeert Doufikar als een rolmodel: "Je hebt altijd mensen nodig die het pad voor je effenen. Toen Doufikar in de eredivisie speelde, had ik dat nog niet door. Ik zag gewoon een voetballer. Pas later, toen ik zelf in het betaalde voetbal kwam en ervoer hoe moeilijk het was om te slagen in die wereld, kwam het inzicht hoe knap het is wat hij heeft gepresteerd."

Aan de grote tafel in het jongerencentrum neemt Doufikar bescheiden de complimenten in ontvangst. "Hebben ze dat echt gezegd?" vraagt hij. Hij schenkt nog een keer koffie bij en begint te vertellen. Hoe hij als tienjarig jongetje naar Nederland kwam. Dat zijn vader hier al werkte in een fabriek die dierenvoer produceerde. En dat ze in 1974 de eerste Marokkanen in Lelystad waren. "Kinderen keken een beetje vreemd naar me. Ze begonnen aan mijn haren te plukken. Zo zwart, dat hadden ze nog nooit gezien. 'Haar, haar', riepen ze. Zo leerde ik mijn eerste woordjes Nederlands."

Doufikar kende ons land slechts vaag. Ja, hij wist dat Nederland het land was van Johan Cruijff en Ajax. En dat je hier kon voetballen op gras. Dat had zijn vader hem verteld. Maar verder was het vooral een avontuur. "Toen ik hier net was, begon het te sneeuwen. Ik sprintte opgewonden naar buiten, maar het was zo koud dat ik daarna twee dagen bij de verwarming ben blijven zitten."

Voetbal bevorderde zijn integratie, al had niemand ooit nog van dat woord gehoord. Het was de aanloop naar de jaren tachtig, volgens Mohamed Rabbae, destijds directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders 'het gouden decennium' voor minderheden. "Het racisme van nu, de anti-islamstemming, was niet aan de orde. De sfeer was veel minder vijandig dan tegenwoordig het geval is." Allach beaamt: "Als puber heb ik nooit te maken gehad met begrippen als allochtoon of autochtoon. Dat kwam pas later."

Als aanvaller van Lelystad '76 speelde Doufikar zo goed dat hij door scout Hassie van Wijk werd uitgenodigd om bij Ajax te komen voetballen. Nadat zijn vader aan kanker was overleden, werd Van Wijk zijn tweede vader. Hij kwam Doufikar dagelijks ophalen in Lelystad en vertelde onderweg wat er bij kwam kijken om voetbalprof te worden.

Van diens opvolger bij Ajax, Tonny Bruins Slot, moest Doufikar op een avond gaan pingelen op een volledig verregend trainingsveld. Onmogelijk, want bij elke handeling bleef de bal steken in het modderbad. Niet-begrijpend keek hij zijn trainer aan. Maar het was dribbelen of opdonderen, schreeuwde Bruins Slot.

Het ontbreken van een vader en academisch opgeleide trainers in de jeugd van Doufikar maakte zijn latere doorbraak nog unieker dan-ie al was, meent Verweel. "Doufikar had alleen zijn talent, meer niet. De voetballerij is een aparte wereld met eigen mores. Maar wie moest hem wegwijs maken?" De clubs in elk geval niet, zegt de hoogleraar. "Het waren kinderen van gastarbeiders. Ze zouden teruggaan naar Marokko. Dus waarom zouden ze dan investeren in hun toekomst?"

Tegenwoordig verdiepen voetbalclubs zich in de cultuur van hun werknemers. Dat PSV een speciaal programma heeft samengesteld voor Marokkaanse spelers die aan de ramadan doen is de normaalste zaak van de wereld. Verweel: "In de jaren tachtig heerste een heel andere opvatting bij de meeste trainers. Toen was het: 'Doe niet zo raar, eet gewoon als je honger hebt.'"

Er waren ook uitzonderingen. Bij PEC Zwolle trof Doufikar in Co Adriaanse een trainer die zijn tijd ver vooruit was. Geen wonder dat 'Doeffie' in Zwolle uitgroeide tot een publiekslieveling. "Adriaanse was mijn tweede vader", zegt Doufikar. "Als we voor een uitwedstrijd in een restaurant gingen eten, hoefde ik nooit te vragen om een bordje met kip. Hij hield er automatisch al rekening mee dat ik uit geloofsovertuiging geen varkensvlees at. Ik had al snel door: ik moet naar deze man luisteren, dan komt alles goed."

In 1973 telde Nederland 22.000 Marokkanen. In 1980 waren dat er al 72.000. Veel van de gastarbeiders vestigden zich definitief in Nederland. Omdat de economie achteruitging en de werkloosheid toenam, klonk steeds vaker de kritiek dat Marokkanen de banen van de Nederlanders inpikten. Van scheidsrechter Henk van Ettekoven kreeg Doufikar eens te horen dat hij 'moest oprotten naar zijn eigen land'. Marcouch noemt die discriminerende opmerking van de arbiter 'de prijs die je als pionier moet betalen', maar volgens Doufikar is dat te zwaar aangezet. "Het was een incident. Ik zag in de ogen van Van Ettekhoven dat hij er zelf van schrok. Daarmee was voor mij de kous af."

Zelfs de opkomst van politicus Hans Janmaat met zijn extreem-rechtse Centrumpartij ('Vol is vol') baarde Doufikar geen zorgen. Wat stelde die ene zetel nou voor? Als Janmaat zich boos maakte over de toename van migranten, was er geen Kamerlid dat luisterde. Als ze hem al niet onderbraken, liepen ze wel boos weg. Doufikar dacht alleen maar: wat Janmaat zegt, is zijn probleem, het slaat nergens op.

Nee, dat hij na drie jaar PEC Zwolle naar Sporting Espinho vertrok, had niets met het langzaam veranderende politieke klimaat in Nederland te maken. Het was zijn broer die had gezegd dat hij naar Schiphol moest komen om een handtekening onder een goed contract van een Portugese club te zetten. Doufikar gehoorzaamde. 'Want als je je broer niet kunt vertrouwen, wie dan wel?' was zijn motto.

Pas in 2002, toen Doufikar na een lange periode in Portugal, definitief terugkeerde naar Nederland, merkte hij dat Nederland was veranderd. Janmaat was kinderspel in vergelijking met iemand als Pim Fortuyn, die de islam 'een achterlijke cultuur' noemde; in voetbalstadions waren Marokkaanse spelers geen noviteit meer, maar een doelwit.

Maar Doufikar weigert zich druk te maken over politiek. "Politici gaan en komen, dat zie je nu toch ook weer met Wilders. Heb jij ooit een politicus meegemaakt die waarmaakte wat hij heeft beloofd? Ik niet. Nergens. Ook niet in Portugal. Ze vallen vanzelf door de mand."

Veel liever wijst hij op de positieve ontwikkelingen die hij in de loop der jaren op de velden heeft gezien. Waar politiek polariseert, daar bindt voetbal, vindt hij. Steeds meer Marokkaanse spelers zijn doorgebroken. In 1998 debuteerde Dries Boussatta als eerste Marokkaan voor het Nederlands elftal. Diens vierde en laatste interland was nota bene tegen Marokko. Boussatta werd toegejuicht door Nederlanders, terwijl hij werd uitgefloten door Marokkanen. De omgekeerde wereld.

Wat hijzelf in de jaren tachtig was, is Ibrahim Afellay nu voor de Marokkaanse jongeren: een rolmodel. Of zoals Mohamed Rabbae het verwoordt: "Als mensen succesvol zijn, dan vallen verschillen weg. Maakt Ibrahim Afellay Nederland Europees kampioen, dan is hij geen Marokkaan meer, maar een van ons."

Dat Doufikar daar in zekere zin aan heeft bijgedragen, en daarvoor ook de credits krijgt vanuit alle geledingen, vervult hem met trots. "Sommige Marokkaanse voetballers noemen mij 'vader'. Ik koester dat compliment."

Maar pionier? Aan de lange tafel in het jongerencentrum is het even stil. Doufikar haalt hij zijn schouders op. "Ik heb alleen maar gedaan wat mijn vader me heeft opgedragen. En dat was: mijn stinkende best doen. De rest ging vanzelf."

Aziz Doufikar werd op 3 oktober 1963 geboren in Casablanca. Hij was voetballer bij Ajax (jeugdopleiding), PEC Zwolle (1984-1987), Sporting Espinho (Portugal, 1987-1990), Fortuna Sittard (1990-1992), FC Eindhoven (1992), Sporting Espinho (Portugal, 1992-1995), Vitória Setúbal (Portugal, 1995-1997), SC Esmoriz (Portugal, 1997-1999) en ADC Lobao (Portugal, 2001-2002). Tegenwoordig is Doufikar jongerenwerker in Dronten en traint hij de amateurs van SV Lelystad.

Wie is Doufikar?

Deel dit artikel