Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De levenslessen van Marlene Dumas: Niet alles wat ik maak is een meesterwerk

Home

Roos Menkhorst

Marlene Dumas. © Merlijn Doomernik
Levenslessen

Marlene Dumas maakte voor de Lutherse Annenkirche in Dresden een altaarstuk. Morgen wordt het onthuld.

Vier jaar geleden werd beeldend kunstenaar Marlene Dumas (Kaapstad, 1953), die op haar 23ste naar Nederland emigreerde, gevraagd een altaarstuk te maken voor de Annenkirche in Dresden.

Lees verder na de advertentie
Niet alles wat ik maak is een meesterwerk

Het gevoel onderdeel uit te maken van die rijke traditie van beelden en schilderijen die het christendom heeft voortgebracht, drukte zwaar op haar. "Dresden heeft verder zo'n beladen oorlogsverleden, en nu heb je er ook die anti-islambeweging Pegida. Ik had het idee dat ik mij tot al die elementen moest verhouden."

De onthulling van het altaarstuk werd verschillende keren uitgesteld. Het werk kwam maar niet af, vertelt Dumas. Voor het eerst werkte ze samen met haar levenspartner, kunstenaar Jan Andriesse. Vriend en kunstenaar Bert Boogaard vroeg ze om een boom te ontwerpen die voor eenheid zorgt tussen de verschillende beelden.

Dumas, een van de invloedrijkste kunstenaars van deze tijd, werkt bijna nooit in opdracht. Voor de Annenkirche in Dresden maakte ze een uitzondering. Het altaarstuk leverde haar slapeloze nachten op. 'Af en toe dacht ik: dit is zo lelijk.'

Tekst loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

Les 1: Gesukkel helpt je verder

"Als kind in Zuid-Afrika gingen we naar de Nederduitse Gereformeerde kerk. In die kerk was geen enkel beeld te zien, alleen de woorden: 'God is liefde'. Ik herinner me dat ik mij verveelde tijdens de dienst, en dat ik het gevoel kreeg dat ik het in de ogen van de kerk niet goed kon doen. Toen ik in de jaren zeventig in Nederland kwam, zag ik hoeveel kunst het christendom Europa had opgeleverd. Het was fascinerend om te zien: beelden van engelen, Jezussen met doornenkroons en al die Maria's. In het begin kwam het erg op me af, later werd ik er juist door geraakt.

Andere kunstenaars maken juist schetsen, ik schilder het grootste deel van de tijd niet

In 2013 vroeg de Annenkirche in Dresden mij om een altaarstuk te maken. Ik werk bijna nooit in opdracht. Sommigen zeiden tegen mij: 'Doe het, het is goed om nieuwe wegen in te slaan.' Het idee dat mannelijke collega's als Gerhard Richter en Sigmar Polke ook dit soort projecten hadden gedaan, speelde wel een rol toen ik ja zei. Toch uit een soort ijdelheid. Ik moest het voor de vrouwen doen, vond ik.

Overigens drukte de geschiedenis van Dresden tijdens het hele proces zwaar op me. Dresden heeft zo'n beladen oorlogsverleden, en nu heb je daar ook die anti-islambeweging Pegida. Ik had het idee dat ik mij tot al die elementen moest verhouden. Ik had daarnaast last van gewetensbezwaren. De Nationale Partij in Zuid-Afrika, die de apartheid heeft ingevoerd, bestond uit christenen, de Ku-Klux-Klan ook. En wat te denken van de nazi's?

Ik wist vanaf het begin dat het altaarstuk uit meerdere beelden moest bestaan, maar hoe wordt het één geheel? Slapeloze nachten had ik ervan. Ik ging op zoek in mijn archief naar bronmateriaal: afbeeldingen van Jezus, van bomen en van Adam en Eva. Dan dacht ik: die slang van die kunstenaar is veel mooier, en wat ik heb gemaakt is zo lelijk.

Andere kunstenaars maken juist schetsen, ik schilder het grootste deel van de tijd niet. Ik weet dat er voor mij geen andere oplossing is. Ik moet door een heleboel kitsch en gesukkel heen om tot iets te komen. De logica valt pas later samen. Het is een organisch proces van vallen, opstaan en toeval."

Tekst loopt door onder afbeelding

Dumas' altaarstuk in de Annenkirche in Dresden wordt zondag onthuld. © RV

Les 2: Kritiek is belangrijk, en humor ook

"'Het paradijs zou wat lichter mogen, vriendelijker', kreeg ik op een moment van de kerkgemeente te horen.

Als kunstenaar moet je weten wat je slechte kanten zijn. Van mijzelf weet ik dat die empathische kant, het je kunnen inleven in de ander, ook sentimenteel kan uitpakken

Het ging over een beeld dat uiteindelijk niet in het altaarstuk is terechtgekomen. Ik begreep het punt. Ik was in principe vrij om te doen wat ik wilde, maar ze gingen er wel van uit dat het een hoopvol altaarstuk zou worden. Ik ben in mijn beelden helemaal niet zo van de hoop, dus ik dacht gelijk aan de kunst van mijn levenspartner Jan Andriesse. Al ben ik thuis trouwens vrolijker dan hij, maar dat terzijde. Hem heb ik in het beginstadium gevraagd de regenboog bovenin te maken. Kunstenaar en vriend Bert Boogaard maakte de levensboom. Hij werkt heel decoratief, zelf zou ik zoiets nooit kunnen.

Met de afbeelding van Jezus heb ik lang geworsteld. Eerst schilderde ik een immens hoofd met ogen die je indringend aankijken, maar dat trok te veel aandacht. Jezus werd een soort dictator. Ik heb uiteindelijk voor een zwarte versie van Jezus aan het kruis gekozen, alsof hij verkoold is. Bij dit werk moest ik denken aan alle beelden die we op Jezus projecteren. Die arme Jezus. Als ondertitel heb ik gekozen voor: 'Free Jesus', bevrijd Jezus. Daar zit humor en ook kritiek in. Soms glimlachte ik stiekem naar hem en dacht: verlos hem van zijn kruis, en van ons.

Tijdens het proces kreeg ik weer bericht van de kerk. Ze hadden het besproken, één deelnemer had gezegd: 'Een gekleurde Jezus is oké, maar deze is te zwart.' Ik was als kunstenaar gekozen omdat ze weten dat ik begaan ben met de wereld, wat moet je dan met zo'n opmerking? De dominee mocht er natuurlijk ook wat van zeggen, het is tenslotte zijn kerk. Hij hield van engeltjes, bloemen en kleurige dingen. Terwijl wat ik heb gemaakt heel minimalistisch is. Ik begreep hem wel. Het blijft interessant om te weten hoe mensen kijken en denken. Maar mijn zwarte Jezus heb ik natuurlijk niet afgestaan.

Ik zeg altijd: 'Ik ben met twee broers opgegroeid, dus ik kan met mannelijke kritiek omgaan.' Als kunstenaar moet je weten wat je slechte kanten zijn. Van mijzelf weet ik dat die empathische kant, het je kunnen inleven in de ander, ook sentimenteel kan uitpakken. En ik neem alles in mij op als een spons, daardoor vind ik het soms lastig om me op één ding te focussen."

Tekst loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

Les 3: Niets is wat het lijkt

"Ik vind het zo mooi hoe werken van mij zo veel verschillende beelden oproepen bij mensen. 'The image as burden' uit 1993 heb ik opnieuw gemaakt voor het altaarstuk. Oorspronkelijk is het gebaseerd op een still uit de Amerikaanse film 'Camille' (1936) met Greta Garbo. Mij ging het vooral om de houding van de vrouw die wordt gedragen. Ik hoorde van een man die het schilderij samen met zijn ernstig zieke vrouw had gezien in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Zij was inmiddels overleden. Hij vroeg of hij het beeld mocht gebruiken voor de rouwkaart. Dat was zo'n ontroerend verhaal. Een zwarte man in Zuid-Afrika moest juist meteen denken aan de iconische foto van het neergeschoten kind in de armen van een oudere scholier, na de protesten in Soweto.

Dat iemand zo'n achtergrond heeft, verwacht je niet als je hem een kunstwerkje ziet inpakken

Laatst kwam een medewerker van een transportbedrijf bij mij thuis de werken voor Dresden ophalen. Meestal zeggen die mannen niks over de schilderijen die ze moeten inpakken. Maar deze man zei expliciet tegen mij dat hij mijn regenboog en mijn Jezus het mooist vond. 'Want', zei hij: 'niets is wat het lijkt.' Eigenlijk had hij het ook over zijn eigen leven. Want wat was het geval? Hij had niet lang geleden in Irak gevochten. Dat iemand zo'n achtergrond heeft, verwacht je niet als je hem een kunstwerkje ziet inpakken. En het klopt: je kunt zeggen, de regenboog is het meest hoopgevend. Aan de andere kant: misschien is dat juist wel het meest melancholieke werk. Een regenboog is tenslotte niets dan waterdamp en licht."

Tekst loopt door onder afbeelding

© RV

Les 4: Kunst maken is een worsteling, net als het leven

"Jan, met wie ik samenleef, zegt dat er te veel onzinnige kunst is, hij noemt het 'vervuiling'. Ik weet niet of ik het met hem eens ben, maar ik vind wel dat er te veel beelden zijn. Toen ik in de jaren zestig begon met tekenen, hadden wij in Zuid-Afrika nog geen televisie. Mijn inspiratie haalde ik uit tijdschriften. Inmiddels raken we door de overvloed van beelden verzadigd. Veel beelden zijn zulke platitudes geworden: het naakt is moeilijk geworden, het beeld van de moeder en het kind is lastig. Zodra je je eraan waagt, zit je gevangen in een cliché.

Als ik de kunstwereld even vergeet, en mij kan afzonderen met mijn materiaal, ervaar ik weer precies hetzelfde plezier als ik altijd heb gehad

Het altaarstuk kwam maar niet af. Ik bleef denken: dit is niet goed genoeg. Als ik vroeger een deadline had, dan kon ik op een bepaald moment denken: zie maar, dit is wat ik kan. Hoe meer meningen, hoe lastiger het wordt. In het begin van mijn carrière verkocht ik iets aan één persoon: iemand die het kocht omdat hij het zo mooi vond. Nu komen mijn werken op veilingen terecht en worden ze gezien als belegging. Alles krijgt daardoor meer lading: alsof mijn werken stuk voor stuk wonderen zijn. Maar niet alles wat ik maak is een meesterwerk.

Soms zit ik zo vast. Dan klaag ik dat ik geen inspiratie heb en niks kan. Mijn dochter plaagt me dan: 'Schilder mij gewoon, ik ben toch je muze.' De druk die ik voel is niet gezond en kan me ongelukkig maken. De vrijheid lijkt verdwenen.

Op het internaat waar ik zat tekende ik mijn schoolboeken vol met pin-ups, ik kreeg er straf voor. Maar ik deed het wel met plezier, bijna als iets therapeutisch. Ik heb die tekeningen bewaard, omdat ik nou eenmaal alles bewaar. Nooit had ik het idee: dit is zo belangrijk, het moet in een museum.

Er zijn mensen die zeggen: 'Heb je inmiddels niet bereikt wat je wilde bereiken?' Ik vind dat een rare opmerking. Het is moeilijker geworden om tot nieuw werk te komen. Maar mijn onderwerpen - geboorte, seks, lijden en sterven - komen steeds terug. Als ik de kunstwereld even vergeet, en mij kan afzonderen met mijn materiaal, ervaar ik weer precies hetzelfde plezier als ik altijd heb gehad. Dan kijk ik naar al die plaatjes, en voel ik mij net een gelukkig kind."

Tekst loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

Les 5: Breng een ode aan de twijfel

"Ik verkies mensen die een beetje kunnen twijfelen boven types die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Mijn vader is jong overleden, hij was pas 48, ik was 12. Hij was wijnboer, niet geletterd en had een paar volkswijsheden: je liegt niet, en je doet dit en dat niet.

In deze tijd wordt er op een heel andere manier over vrijheid gesproken: 'Ik mag alles zeggen en doen, dat is vrijheid

Mijn zes jaar oudere broer Pieter had een diep verlangen om te discussiëren. Hij had met mij en mijn moeder bijvoorbeeld over consequent zijn. Al snel was hij teleurgesteld en riep hij uit: 'Jullie zijn stupid, waarom kan ik geen goed gesprek met jullie voeren?'

Hij is uiteindelijk filosofie en theologie gaan studeren, en afgestudeerd op het onderwerp 'twijfel' van de Deense filosoof Kierkegaard. Daarna is hij dominee geworden, in Zuid-Afrika ja, en hij verzette zich tegen de apartheid binnen de kerk. Hij begon zelfs een rechtszaak tegen de kerk: als mensen voor God gelijk zijn, hoe kun je daar dan de apartheid handhaven?

De gesprekken met hem zijn voor mij heel inspirerend geweest. 'Het geloof is een sprong in het duister', zei hij tegen mij. Zodra je zegt: 'ik weet', hoef je het woord 'geloof' niet eens meer te noemen. In mijn kunstacademie-tijd raakte ik zelf gegrepen door het existentialisme van Jean-Paul Sartre: 'Wij zijn tot vrijheid gedoemd', zei hij. 'Er is geen God en je zit daardoor altijd met die angstwekkende vrijheid.' In deze tijd wordt er op een heel andere manier over vrijheid gesproken: 'Ik mag alles zeggen en doen, dat is vrijheid.'"

Tekst loopt door onder afbeelding

© RV

Les 6: Diversiteit is het mooiste wat er is

"Ik kan geen beter woord bedenken dan diversiteit. Ik vond het zo erg dat mensen er op een gegeven moment de draak mee staken, alsof het iets was wat niet mocht bestaan. Ik zeg dit met het gevaar als een oude hippie te klinken - wat ik nooit ben geweest trouwens. Ik moet ook aan mijn moeder denken. Zij deed mee aan competities in bloemschikken. Er bestonden regels voor kleuren van bloemen die niet bij elkaar zouden passen. Zij vond dat zo'n onzin en kon zich daar hevig tegen verzetten. In de natuur groeit alles door elkaar, die verscheidenheid is juist zo wonderlijk, zei ze dan tegen mij. Toen ik in 1976 naar Nederland kwam, ben ik via kunstenaarsvrienden in de kraakscene beland. Ik was hier echt een buitenlander. Ik wist niet wat een kaasschaaf was, kaas sneed ik af met een mes. Ik kan me herinneren dat een meisje dat zag, waarop ze meteen een lelijke opmerking maakte. Ze vond dat ik te veel kaas nam, en ze dacht dat ik zo iemand was die thuis in Zuid-Afrika verwend was door bediendes. We hadden inderdaad bediendes, maar ik werd niet verwend.

Als ik in de kerk zit, wil ik niet aan de bestaande werkelijkheid herinnerd worden

In die tijd had Zuid-Afrika een slechte naam. Later was het: Mandela hier en Tutu daar, maar toen bepaald niet. Ik had geregeld vervelende discussies. En dan heb ik het niet eens over de mensen die Zuid-Afrika alleen maar een fantastisch land vonden, alsof daar helemaal geen problemen waren. Kaas snijd ik trouwens nog steeds af met een mes. Ha!

In mijn altaarstuk heb ik een beeld van een groep bootvluchtelingen verwerkt. Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen. 'Als ik in de kerk zit, wil ik niet aan de bestaande werkelijkheid herinnerd worden', zei iemand van de Dresder kerkgemeente. Dat vind ik onzin. 'De vreemdeling' is er altijd geweest.

Ik moest me als nieuwkomer om de zoveel tijd melden bij de Nederlandse vreemdelingenpolitie. Daar kreeg ik te horen: 'Zodra je vergunning is verlopen, ga je onmiddellijk terug naar Zuid-Afrika.' Ik wilde niet terug en heb er alles aan gedaan om langer te blijven. Ik ben zelfs nog een studie psychologie begonnen. Die heb ik nooit afgemaakt, maar ik mocht hier gelukkig blijven."

Tekst loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

Marlene Dumas

1953: Geboren in Kaapstad
1972-1975: Studie schilderkunst aan de Michaelis School of Fine Arts van de universiteit van Kaapstad
1976: Krijgt beurs voor een internationale studie. Ze kiest voor Nederland en gaat naar Ateliers '63 in Haarlem
1978: Groepstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam
1984: Eerste solotentoonstelling in een museum, Centraal Museum in Utrecht: 'Ons land licht lager dan de zee'
1989: Geboorte van Helena, dochter van Dumas en Jan Andriesse. Dumas wordt Nederlands staatsburger
2006: Dumas' schilderij 'The Teacher' wordt bij Christie's geveild voor 3,34 miljoen dollar, de hoogste veilingprijs ooit voor een levende kunstenares
2010: Eredoctoraat aan de Rhodes Universiteit, Grahamstad, Zuid-Afrika
2011: Winnaar Rolf Schock-prijs
2013: Winnaar Johannes Vermeer Prijs
2014: Grote solo-expositie Stedelijk Museum Amsterdam 'Image as burden'

Marlene Dumas had de afgelopen jaren ook solo-exposities in onder meer Antwerpen, Warschau, Milaan, Istanbul, Londen, München, New York, Houston, Tokio en Johannesburg.

Deel dit artikel

Niet alles wat ik maak is een meesterwerk

Andere kunstenaars maken juist schetsen, ik schilder het grootste deel van de tijd niet

Als kunstenaar moet je weten wat je slechte kanten zijn. Van mijzelf weet ik dat die empathische kant, het je kunnen inleven in de ander, ook sentimenteel kan uitpakken

Dat iemand zo'n achtergrond heeft, verwacht je niet als je hem een kunstwerkje ziet inpakken

Als ik de kunstwereld even vergeet, en mij kan afzonderen met mijn materiaal, ervaar ik weer precies hetzelfde plezier als ik altijd heb gehad

In deze tijd wordt er op een heel andere manier over vrijheid gesproken: 'Ik mag alles zeggen en doen, dat is vrijheid

Als ik in de kerk zit, wil ik niet aan de bestaande werkelijkheid herinnerd worden