Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De lakmoesproef voor hulpwerkwoorden

Home

Peter-Arno Coppen

© ANP
TAAL

Hulpwerkwoorden helpen bij de betekenis van het zijn- of doen-werkwoord. Ze voegen maar een klein betekenisaspect toe. In 'Ik ga zwemmen' is er een doen-betekenis tussen 'ik' en 'zwemmen', en 'ga' voegt daar alleen maar aan toe dat ik me voorneem om te vertrekken om in de toekomst te zwemmen. 

Maar wanneer is er eigenlijk sprake van zo'n klein betekenisaspect? Hoe bepaal je dat? Is dat niet een te vage beschrijving van wat een hulpwerkwoord is?

Lees verder na de advertentie

Gelukkig bestaat er voor hulpwerkwoorden ook een lakmoesproef. Die is afgeleid van een andere belangrijke eigenschap van hulpwerkwoorden: ze vormen samen met het zijn- of doen-werkwoord een hechte woordgroep. In een zin als 'Ik zou die bal graag in het doel hebben willen kunnen schieten' vormt 'hebben willen kunnen schieten' een vrijwel ondoordringbaar geheel. 

Als je in Vlaanderen zegt 'Ik zou die bal graag hebben willen kunnen in het doel schieten,' zal er niemand vreemd opkijken

In het Belgisch-Nederlands zijn de mogelijkheden om die groep te 'doorbreken' iets ruimer, maar ook daar is het beperkt. Als je in Vlaanderen zegt 'Ik zou die bal graag hebben willen kunnen in het doel schieten,' zal er niemand vreemd opkijken.

Vervangende infinitief

Maar dat groepje heeft nog een andere interessante eigenschap: de hulpwerkwoorden zijn nooit voltooide deelwoorden. Dat zou je na 'hebben' wel verwachten ('Ik heb iets gewild'), maar als 'willen' een hulpwerkwoord is, wordt het 'willen' in plaats van 'gewild'.

Dit effect, dat ook wel de 'vervangende infinitief' heet, is kenmerkend voor hulpwerkwoorden. Er zijn een paar gewone werkwoorden die dit effect ook vertonen ('Ik heb proberen te scoren'), maar die hebben altijd ook een variant met voltooid deelwoord ('Ik heb geprobeerd te scoren').

Grammaticale geschillen, etymologische enigma's en andere taaltwijfels, voor u opgehelderd door Peter-Arno Coppen en Ton den Boon. Lees hun bijdragen in ons dossier.

Ook een taaltip? Mail naar p.a.coppen@let.ru.nl

Deel dit artikel

Als je in Vlaanderen zegt 'Ik zou die bal graag hebben willen kunnen in het doel schieten,' zal er niemand vreemd opkijken