Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De laatste joden van Damascus

Home

Remco Andersen

Syrië kende ooit een grote joodse gemeenschap. Maar als gevolg van bedreigingen en discriminatie verlieten de meeste joden het land. Een handjevol gelovigen probeert nu de joodse tradities in ere te houden. Dat gaat moeizaam. Syrië telt nog slechts één functionerende synagoge, en de laatste bar mitswa is al lang geleden voltrokken.

Ergens in een kleine steeg diep in de ommuurde oude stad van Damascus, tussen een kleermakerszaak en een kruidenier, zit een deurtje dat maar één keer per week open gaat. Op zaterdagochtend verzamelt een heel klein groepje mannen zich op de binnenplaats, schudt elkaar de hand en tooit zich in keppeltje en gebedsmantel, waarna de dienst begint. Met de Thora in de hand en zachtjes naar voor en achter bewegend prevelen en zingen de mannen het gebed.

Volgens Albert Caméo, de leider van de joodse gemeenschap in Syrië, bezoeken gemiddeld vijf, zes mensen – een fractie van wat het vroeger was – iedere sabbat de laatste nog functionerende synagoge in het land.

Syrië heeft een rijke joodse traditie die duizenden jaren teruggaat. Volgens de legende bouwde koning David zo’n drieduizend jaar geleden de eerste synagoge in Aleppo, in het noorden van het huidige Syrië. Tussen de ruïnes van Dura Europos – aan de oevers van de Eufraat, vlak bij de grens met Irak – is zelfs een van de oudste bewaard gebleven joodse gebedstempels gevonden, uit de derde eeuw na Christus.

Voor de stichting van Israël (1948) woonden er nog zo’n 30.000 joden in Syrië, maar in de jaren die volgden werd hun leven er niet gemakkelijker op: Arabische overheden verdachten hun joodse burgers ervan zionisten te zijn en legden hen allerlei beperkingen op, onder andere door hen te verhinderen het land te verlaten. Syrische joden werden gediscrimineerd en met veel wantrouwen bejegend: op hun identiteitsbewijs stond ’mossawi’ (volger van Mozes), ze werden geweerd uit sommige bedrijfstakken, en moesten toestemming bij de overheid vragen om te kunnen reizen buiten én binnen Syrië. „In de jaren vijftig had ik een visum nodig om Damascus te verlaten”, zegt Albert Caméo.

In 1976 hadden vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap een gesprek met de toenmalige president Hafez al-Assad en in de jaren die volgden werden de omstandigheden gaandeweg beter, al duurde het nog zestien jaar voordat alle restricties – behalve het verbod op reizen naar Israël – werden opgeheven.

In de tussentijd hadden tienduizenden Syrische joden al stiekem het land verlaten, grotendeels richting Amerika, soms op doorreis naar Israël. Veel van hen werden financieel succesvol, en toen in 1992 het uitreisverbod werd opgeheven, voegden hun families zich bij hen. Inmiddels wonen er bijna 75.000 Syrische joden in New York en zijn er kleinere gemeenschappen in Zuid-Amerikaanse landen zoals Mexico en Brazilië.

Ook de twee oudere broers van Albert Caméo smokkelden zichzelf naar Mexico. Albert en zijn zus Rachel bleven in Syrië om te zorgen voor hun ouders en nu, beiden bijna zeventig jaar oud, maken zij deel uit van de piepkleine gemeenschap die nog in Damascus woont. Met hoeveel ze zijn is onduidelijk: Albert houdt het op 150, inclusief degenen die komen en gaan omdat ze bedrijven in het buitenland hebben. Maar vermoedelijk ligt het aantal joden dat nog permanent in Syrië woont niet ver boven de twintig. Het groepje vaste synagogebezoekers is op twee handen te tellen, en aan hen de taak om de joodse tradities in ere te houden.

„Wij zijn allemaal rabbi’s”, zegt Fouad Helwan, een van de vaste bezoekers, met een glimlach. „In de jaren zeventig was hier in de buurt een joodse school waar we zes uur per dag les kregen. We kennen de gebruiken en regels en leren elkaar die.”

Maar de laatste bar mitswa, het laatste huwelijk en de laatste besnijdenis zijn allemaal al lang geleden voltrokken, en de laatste echte rabbi verliet in 2000 het land. Voor koosjer vlees zijn de Damasceense joden afhankelijk van een Turkse slager, die twee keer per jaar wordt ingevlogen en dan genoeg vlees slacht voor de komende periode.

Volgens Rachel Caméo betaalt de joodse gemeenschap in Damascus zelf voor het onderhoud van de synagoge – een last die soms moeilijk te dragen is: er zijn immers maar weinig mensen die mee kunnen betalen. „We hebben nu vierduizend dollar nodig om de muren te verstevigen en voor ander klein onderhoud”, zegt ze. En daar is hulp bij nodig, zegt haar broer Albert. Om nog maar te zwijgen van de andere twintig historische synagogen in Syrië waarvoor Albert verantwoordelijk is en waarvoor kostbare restauratiewerkzaamheden nodig zijn. Een flink aantal moet volledig opnieuw worden opgebouwd.

Tegenwoordig zijn de Syrische joden vrij om te gaan en staan waar ze willen, zeggen ze, maar de Syrische overheid houdt nog altijd een vinger aan de pols. Voor een bezoek aan de synagoge of een interview met Albert is speciale toestemming nodig van de veiligheidsdienst en van het ministerie van informatie, en een vertegenwoordiger van dat ministerie is ook aanwezig bij het gesprek.

In de al-Franj synagoge houdt men zich, begrijpelijkerwijs, op de vlakte over politiek, maar Albert Caméo benadrukt – en hij lijkt het te menen – dat er alle aandacht is voor de bescherming van de joodse gemeenschap. Moeilijkheden met de Syrische autoriteiten zijn iets van het verleden, en als er ook maar enig probleem is, kan hij hen om hulp vragen, zegt hij.

Maar dat is tegenwoordig nauwelijks nodig. De jaren veertig, vijftig en zestig – toen een Damasceense synagoge werd gebombardeerd en joden regelmatig werden bedreigd – zijn voorbij en in de buurt van de synagoge wonen nu christen en moslims, Syriërs en Palestijnen. Een jonge Palestijnse buurtbewoner vatte zijn standpunt als volgt samen: „Mijn strijd is met Israël, niet met mijn joodse buren. Joden en moslims wonen al eeuwen samen en dat zouden we weer kunnen doen, ook in Palestina.”

Aan de andere kant van Damascus, weg van het oog van de overheid, nuanceert de joodse veertiger Avraham – niet zijn echte naam – dit beeld. Hij bevestigt dat hij van de Syrische autoriteiten niets te vrezen heeft, integendeel: „De veiligheidsdienst belt voortdurend om te vragen of alles oké is, of niemand mij lastig valt.” Avraham zegt dat hij met het overgrote deel van zijn buren een goede verstandhouding heeft. Maar hij spreekt ook over angst. Toen Israël in mei het hulpkonvooi naar Gaza aanviel, hoorde hij een groepje opgeschoten jongeren in Damascus ’dood aan de joden’ scanderen, zegt hij. Dat soort uitspraken is de afgelopen decennia weliswaar een stuk zeldzamer geworden, maar niet verdwenen, zegt Avraham. „En ik ben joods. Natuurlijk voel ik mij dan bedreigd.”

Zijn moeder woont inmiddels in Israël, zegt Avraham, en daar wil ook hij uiteindelijk heen. Dat heeft niets met politiek te maken, maar met zijn moeder en met zijn religie: „Het idee dat ik nooit Jeruzalem zou zien, doet te veel pijn”.

Albert en Rachel Caméo zeggen dat ze nooit hebben overwogen om te vertrekken: dit is hun land en het feit dat ze joods zijn doet daar niets aan af. „Religie is iets tussen jou en God”, zegt Rachel. „Het land is voor iedereen.” Wanneer Albert gevraagd wordt of hij het dan niet erg vindt dat hij Jeruzalem nooit zal zien, is hij even stil en zegt: „Ik respecteer het feit dat ik Syrisch ben, en ga dus niet naar Israël. Natuurlijk zou ik graag Jeruzalem willen zien, maar we zullen moeten wachten totdat er vrede is.”

De laatste joden van Damascus zijn een gezelschap op leeftijd: kinderen zijn er niet meer en het jongste lid is al ver in de dertig. Alle achtergebleven joden zijn ongetrouwd, zoals Albert en zijn zus. Maar speculeren over de toekomst, en de kans dat er in Damascus straks helemaal geen joden meer wonen, wil Albert niet: „We leven van dag tot dag, niemand weet wat de toekomst brengt. Wat nu belangrijk is, is dat we de deuren van de synagoge openhouden en ruimte bieden aan iedereen die wil bidden.”

Lees verder na de advertentie
Fouad Helwan: 'Wij zijn allemaal rabbi?s.' (FOTO ROULA NASRALLAH)


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel