De kledingindustrie is nog lang niet schoon

home

MARCO VISSER

Rapport meldt 'moderne slavernij' in Indiase weverijen

Uitbuiting en dwangarbeid, het is de dagelijkse realiteit voor de 400.000 arbeiders in Zuid-India die het textiel leveren van onze kleren. Ondanks alle inspanningen van de afgelopen anderhalf jaar om de omstandigheden in de kledingindustrie te verbeteren, blijkt de weg naar schone kleren kronkeliger dan gedacht.

De Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) zetten gisteren met een rapport de schijnwerpers op de misstanden in de Zuid-Indiase weverijen.

Daar werken vooral meisjes en jonge vrouwen "als moderne slaven, onder omstandigheden die in het geval van tienermeisjes neerkomen op de ergste vormen van kinderarbeid".

Veel arbeiders in de katoenspinnerijen zijn zogeheten Dalits, een groep die onderaan de maatschappelijke ladder in India staat. Vooral Dalit-vrouwen zijn nagenoeg rechteloos. Het zijn vaak vrouwen van deze groep die het slachtoffer zijn van uitbuiting, verkrachting en moord. Daarom ook mogen de jonge vrouwen en meisjes de fabrieksterreinen niet verlaten als zij klaar zijn met het werk, zo verdedigen de weverijbazen hun regime. Het zou voor de veiligheid van de vrouwen zijn.

Opsluiten van personeel is tegen de wet. Maar het is de vraag of lokale autoriteiten genegen zijn om de wet te handhaven. Een vergelijkbaar probleem speelde eerder ook in Bangladesh, waar kledingarbeiders nauwelijks bescherming genoten omdat de wet niet werd nageleefd. Pas na internationale druk stellen justitie en politie zich actiever op tegen illegale misstanden, wat iets anders is dan legale uitbuiting. In Zuid-India bijvoorbeeld is het onduidelijk of de weverijbazen de wet overtreden door de Dalits lange uren te laten maken in de stoffige, benauwde ruimtes, zonder recht op vakantie of ziektegeld.

Het textiel uit de spinnerijen gaat voor een groot deel naar de kledingfabrieken in Bangladesh. Dat land stond de afgelopen anderhalf jaar volop in de belangstelling vanwege de ramp in de Rana Plazafabriek waarbij ruim 1100 mensen om het leven kwamen. Uit de puinhopen staken de labeltjes van westerse kledingmerken. Geschrokken van de beelden en de protesten tekenden meer dan 180 westerse kledingbedrijven het 'Bangladesh Accord'. Daarin verplichten zij zich om de veiligheid van de Bengaalse naaisters te verbeteren.

Voortgangsrapportages van dat akkoord tonen dat de afgelopen anderhalf jaar stappen zijn gezet. Toch blijkt ook in Bangladesh nog dagelijks hoe ondoorzichtig de productieketen is. Een Bengaalse fabrieksbaas die een opdracht krijgt van een westers kledingmerk, besteedt vaak een deel uit. Dat doet hij door deals te sluiten met onderaannemers. Daar begint het schimmige circuit. De onderaannemer gunt de opdracht aan de goedkoopste bieder, bijna altijd een illegaal naaiatelier in een kelder of op het dak van een gebouw. Wat zich in deze ateliers afspeelt, onttrekt zich geheel aan het zicht van de kledingmerken.

Door de ondoorzichtige keten blijft onduidelijk hoeveel kledingbedrijven weten of juist niet willen weten. Het Zweedse kledingconcern H&M bijvoorbeeld reageerde geschrokken en zette de Indiase spinnerijen waar misstanden plaatsvonden direct op de zwarte lijst. Maar hadden zij zelf niet kunnen controleren waar het textiel van hun kleding vandaan kwam?

Primark reageerde terughoudender. Het Britse kledingmerk ziet geen enkel bewijs voor de misstanden, maar stelt na verschijning van het kritische rapport wel een onderzoek in.

Lees verder na de advertentie

H&M werkt hard aan transparantie

Kledingmerken die katoen gebruiken van de vijf onderzochte Indiase weverijen zijn onder meer C&A, Hema, H&M, Replay en Primark. Van deze ondernemingen doet vooral H&M veel aan transparantie over de herkomst van kleding. Bij de barometer voor duurzaamheid Rank a Brand scoort H&M dan ook hoog. Hema en Primark doen het iets minder goed, maar zijn nog altijd 'redelijk op weg'. Bij C&A moet het volgens Rank a Brand beter. De laagste score is voor Replay. Vooral omdat niet duidelijk is wat het bedrijf aan duurzaamheid doet.

De werktijden van de vijf onderzochte spinnerijen. Volgens internationale normen mogen werknemers maximaal 48 uur plus 12 overuren werken.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie