Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De keus voor de vervolgden

Home

door Yoram Stein

René Girard werd onlangs verkozen tot een der 'onsterfelijken' in deAcadémie Française. In Frankrijk geldt dit als een grote eer. Wat is erwaardevol aan de ideeën van Girard voor de tijd waarin we leven? Vandaaghet derde en laatste deel: de superioriteit van de joods-christelijketraditie.

Behaaglijke leugens met de harde waarheid confronteren, daar is hetGirard telkens weer om te doen. In het eerste deel hebben we gezien hoe hijdit deed ten aanzien van onze begeertes: we denken het liefst over onszelfdat we authentieke individuen zijn, terwijl wij in werkelijkheid elkaarna-apen. Van romans leren we inzien dat de begeerte uitgaat naar datgenewat anderen begeren, en dat we daardoor gedoemd lijken om elkaar te hatenen te willen vermoorden.

Ook het in het tweede deel besproken idee van een zondebok is eenbehaaglijke leugen. Niet alleen voelt het voor ieder persoonlijk prettigom een ander de schuld te kunnen geven. Het zondebokmechanisme is ook inmaatschappelijk opzicht effectief om de interne vrede te bewaren. Door deoorlog van allen tegen allen om te vormen tot een oorlog van allen tegenéén, wordt een gemeenschap gecreëerd. Opnieuw zijn het hierbij tekstendie ons helpen om de waarheid te achterhalen.

In 'De Zondebok'(1982) laat Girard aan de hand van het gedicht 'Jugementde Roy de Navarre, een tekst uit het midden van de veertiende eeuw van deFranse dichter Guillaume de Machaut, zien dat het mogelijk is om eenonderscheid te maken tussen ware en onware gedeelten in een tekst.'Verachtelijk jodenvolk', schrijft De Machaut, heeft de rivier vergiftigd,waardoor duizenden mensen plotseling de dood gevonden hebben. Deanti-joodse mythe is in het gedicht voor een moderne lezer als behaaglijkeleugen te herkennen die dient om het lijden te verklaren en de spanningenin de gemeenschap af te leiden, terwijl het tweede gedeelte, dat vertelthoe de zondebok wordt uitgebannen - 'elke Jood bracht men ter dood' - degewelddadige en onbehaaglijke waarheid aan het licht brengt. Een tekst alsdeze verwijst volgens Girard naar iets dat van wezenlijk belang is buitende tekst: naar misdaden die mensen met behulp van leugens trachten telegitimeren. Met dit inzicht gaat hij lijnrecht in tegen hetpoststructuralisme en het postmodernisme die stellen dat teksten altijdalleen maar verwijzen naar andere teksten.

In 'De dingen die sinds het begin der tijden verborgen waren' (1978) -een boek in de vorm van een gesprek met twee psychiaters - blijkt voor heteerst hoe belangrijk de joods-christelijke traditie is geworden voor Girardom de waarheid over de zondebok aan het licht te brengen. Het verbandtussen nabootsing, geweld en zondebok wordt in dit boek niet alsonontkoombaar voorgesteld. De joods-christelijke traditie opent ons - doorverhalen te vertellen over onschuldige slachtoffers als Job en Jezus - deogen voor de slachtoffers die wij zelf maken. De waarheid over hetzondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van devervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

De oude mythes namen wel het perspectief van de vervolgers in. Zijlegitimeerden het zondebokmechanisme door de leugen te herhalen dat dezondebok schuldig is. Zo wordt de kreupele vreemdeling Oedipus verbannen,omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de ergste misdaden: hij zou zijnvader hebben vermoord en seksuele omgang hebben gehad met zijn moeder. DeThora en het Evangelie tonen ons daarentegen het perspectief van deonschuldige vervolgden.

Humanistische critici, die wijzen op de slachtoffers van jodendom enchristendom, vergeten volgens Girard dat zij dit morele inzicht dat je geenslachtoffers mag maken, aan de religies danken die ze zo sterkbekritiseren.

Het lijkt nu immers zo vanzelfsprekend om op te komen voor de rechtenvan vervolgden en uitgestotenen, maar dergelijke gevoeligheden zijnhistorisch of cultureel-antropologisch gezien helemaal niet zovanzelfsprekend. Een zondebok aanwijzen en die vervolgen, dat is de gewonegang van zaken in de geschiedenis van de culturen, maakt Girard duidelijk.

In de westerse cultuur is door de verschuiving van het perspectief vandat van de vervolgers naar dat van de vervolgden, geleidelijk hetbewustzijn ontstaan dat het verkeerd is om je te verenigen ten koste vananderen. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom velen in onze(post)-christelijke cultuur bezorgd zijn om de positie van moslims in onzesamenleving. Er is een diep bewustzijn dat het verkeerd is om een persoonof een bevolkingsgroep tot zondebok te maken. Omgekeerd maken binnen deislamitische wereld maar zeer weinigen zich zorgen over de manier waaropzijzelf met hun minderheden omgaan.

Het perspectief van de vervolgden is met name sinds de TweedeWereldoorlog zo vanzelfsprekend voor ons geworden dat wij in het Westenniet meer zien hoe uitzonderlijk het is dat wij in onze cultuur debereidheid hebben om de zaken vanuit dit perspectief te bekijken. Hetgevaar is dat we ons politiek-correct concentreren op de slachtoffers diedoor onze cultuur gemaakt worden, terwijl wij de ogen sluiten voor deslachtoffers die andere culturen maken.

Paus Benedictus XVI heeft dan ook gelijk om te waarschuwen voor 'dedictatuur van het relativisme', zegt Girard in een recent interview metGlobal Viewpoint-redacteur Nathan Gardels. “Paradoxaal genoeg zijn wij zoetnocentrisch geworden in ons relativisme dat we het goed vinden datanderen - maar niet wijzelf - denken dat de eigen religie superieur is.() Maar in al mijn werk probeer ik te laten zien dat het christendomsuperieur is en niet weer een andere mythologie.“

Met dank aan Michael Elias: www.girard.nl. De vorige afleveringen overGirard zijn verschenen op 24/1 en 7/2 2006.

Deel dit artikel