Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De kerk is geen McDonald's

Home

Marije van Beek

De lutherse Heilige Geestkerk in het Duitse Hamburg is klaar voor de sloop. De waardevolle ramen zijn er al uitgehaald. © EPD-BILD

Terwijl in heel Europa nog steeds nieuwe kerken worden gebouwd, verkrotten veel oude godshuizen bij gebrek aan kerkgangers en financiers. Een alternatieve bestemming is niet zo snel gevonden. 'Voor zoveel lege kerken zijn er niet genoeg Japanse toeristen.'

Door heel Europa verkrotten kerken langzaam, bij gebrek aan kerkgangers en financiers. Net als eerder de kastelen verdwijnen nu ook de kerken uit het landschap. De komende tien jaar moet volgens prognoses een kwart van de Nederlandse kerken de deuren sluiten.

De Canadese bouwhistoricus Luc Noppen is gespecialiseerd in religieus erfgoed, en voorzitter van een vorig jaar opgerichte stichting die strijdt voor het behoud van religieus erfgoed van Europa, de stichting Future for Religious Heritage. De stichting moest gaan lobbyen in Brussel, maar dat liep op niets uit, zegt Noppen. "Tot nog toe gingen de discussies vooral over de vorm van de tafel en het logo op het briefpapier."

Secularisatie is volgens Noppen niet het enige probleem voor oude kerkgebouwen. "We bouwen nog steeds nieuwe kerken. Voor migranten, die hun eigen gebouwen willen. Probeer een Ghanese vluchteling maar eens uit te leggen wat er zo belangrijk is aan erfgoed."

Wat kunnen kerkbestuurders doen?

"Niets. Zij zijn deel van het probleem. Ze zijn geen erfgoedverzorgers en willen dat ook niet zijn. Daarom moeten ze tijdig de sleutel overdragen aan anderen. We moeten onze kerken gaan zien zoals we Griekse tempels zien. Ook al zijn ze gesloten, het blijven Griekse tempels."

De kerk als toeristische attractie? Een kwart van alle Nederlandse kerken gaat de komende tien jaar dicht.

"Ja, voor zoveel lege kerken zijn niet genoeg Japanse toeristen. Dus moet het gebouw weer economisch nut krijgen. Het beste kan er een bibliotheek, theater of sportvereniging gevestigd worden. Functies waar veel kubieke meters voor nodig zijn."

Het beleid van de rooms-katholieke kerk is dat ze overtollige gebouwen liever sloopt.

"Daarover maak ik me het meeste zorgen. Sloop is vaak duurder dan verkoop, en bovendien belastender voor het milieu. De wind die vanuit het Vaticaan waait zegt: 'heilig is heilig'. Daarbij, de rk kerk wordt gerund als een multinational zoals McDonald's. Zij trekken zich van het lokale niets aan. Als McDonald's een restaurant sluit, halen ze het gebouw neer, en verwijderen de logo's. Anders komen ze over als niet-succesvolle organisatie. Maar zo'n houding is funest voor het erfgoed."

Hoe kan erfgoed dan wel behouden blijven?

"Het is een kwestie van prioriteiten stellen. In plaats van altijd nieuw te bouwen moeten we gaan doorschuiven in oude gebouwen. Als in een dorp al een buurthuis is, en de kerk is leeg, dan moet het bejaardentehuis naar het buurthuis verhuizen, en het buurthuis naar de kerk. Dat is ook vele malen duurzamer. En we moeten ons goed bedenken dat we nooit meer geld genoeg krijgen om zoiets kostbaars als een kerk te bouwen. Want we blijven een plek nodig hebben om samen te komen, een andere plek dan de supermarkt."


Duitsers zien sluiting kerk als nederlaag

Duitsland telt zo'n vijfenveertigduizend kerkgebouwen, waarvan verreweg de meeste in handen zijn van de lutherse kerk en de rooms-katholieke kerk. Het aantal gelovigen neemt gestaag af: de laatste twintig jaar met circa 15 procent. Daardoor worden kerken overbodig.

Het aantal kerkgebouwen dat de lutheranen en katholieken de afgelopen tien jaar moesten verlaten, ligt ergens rond de 800. Maar deskundigen verwachten dat dat aantal snel zal stijgen. Het tijdschrift Wirtschafswoche rekende uit dat zeker tienduizend kerkgebouwen hun sacrale functie voorgoed zullen verliezen.

De lutherse en de rooms-katholieke kerk hebben lange tijd hun ogen gesloten voor het probleem. Het sluiten van kerken zien ze als een nederlaag. Kerkleden dragen in Duitsland automatisch een percentage van het gezinsinkomen af, waardoor de kerk over aanzienlijke financiële middelen beschikt. Daarmee proberen ze kerkgebouwen te behouden. Maar met het aantal gelovigen dalen ook de belastinginkomsten.

Pas de laatste jaren zijn de kerken gaan nadenken over wat ze aan moeten met het overschot aan kerkgebouwen. Samen met overheid en monumentenzorg zijn richtlijnen voor sluiting, herbestemming en - als allerlaatste middel - sloop ontwikkeld. Zowel kerkleden als niet-leden denken na over nieuwe bestemmingen. Liefst ziet men zowel kerkdiensten als concerten en tentoonstellingen in de gebouwen. Als er dan toch 'geprofaniseerd' moet worden, probeert men er sociale of culturele instellingen in te vestigen.

Zo is er nu een aantal kerken in gebruik als bibliotheek of kindercrèche, een enkele ook als gymzaal. Minder gewenst zijn kantoren, restaurants of disco's. In Berlijn zijn twee kerken veranderd in moskeeën, wat tot heftige debatten leidde.

Belgische overheid betaalt ook verwarming pastoorswoning

In België wordt de katholieke kerk voor een groot deel door de overheid betaald. De gewesten of gemeenten zorgen dat de pastoor een woning heeft en betalen de verwarming en het onderhoud daarvan. Salarissen en pensioenen van de meeste geestelijken betaalt de centrale overheid. Zo schrijft de Belgische grondwet het voor.

De 'kerkfabrieken', de besturen van de diverse parochiekerken, zorgen voor het onderhoud van de kerken, de vergoedingen voor een organist of conciërge en zaken als hosties en wijn. De kerkfabrieken betalen dat uit eigen middelen. Maar komen zij tekort dan moeten de gemeenten bijpassen.

Volgens een studie gaf de Belgische overheid in 2008 in totaal 321 miljoen euro uit aan kerkgebouwen en salarissen. In de jaren 1998-2000 kostte het onderhoud en herstel van de gebouwen de Belgische gemeenten 47 miljoen euro per jaar.

In heel België, maar vooral in gemeenten waar de ontkerkelijking groot is en er veel kerkgebouwen zijn, speelt de discussie of de overheid voor weinig kerkgangers nog wel een hele kerk moet optuigen. De bisdommen zelf kaarten het onderwerp niet aan. Wel zijn kerkgemeenschappen samengevoegd. In de leeggekomen gebouwen maakte de lokale overheid een sociale ruimte of plaatste er een ander kerkelijk gezelschap in. Maar de laatste jaren gaat de katholieke ontkerkelijking zo hard dat dit geen oplossing meer is.

De katholieke kerk krijgt 85 procent van het 'religieuze budget' van de overheid. Andere 'erkende geloven' zoals het jodendom, protestantisme en de islam moeten de overige 15 procent verdelen. De bevoordeling van de katholieke kerk roept vooral vragen op omdat die leegloopt, terwijl het evangelisch christendom en de islam in België aan populariteit winnen.

Liberale politici pleiten voor herziening van het financieringsstelsel. Maar België heeft al jaren andere grote bestuurlijke problemen op te lossen, zodat de kerk voorlopig buiten schot blijft. Misschien brengt de financiële crisis daar verandering in.

In Zweden moet kerk intiemer worden

Lang hadden Zweedse kosters niets te vrezen, want de overheid betaalde. Tot aan de eeuwwisseling kende Zweden een staatskerk. Vanaf het moment dat kerk en staat werden gescheiden, elf jaar geleden, moest de kerk haar 'cultuurgoed' open houden voor publiek.

Daarvoor krijgt ze jaarlijks 29 miljoen euro van de staat. De rest van de onderhoudskosten, iets meer dan de helft, hoesten de kerkleden zelf op.

Ook in Zweden loopt de kerk leeg. In bijna de helft van de 3.500 gebouwen vinden hoogstens 50 kerkelijke bijeenkomsten per jaar plaats. En in ongeveer duizend kerken ligt dat getal nog lager, daar zijn minder dan 20 keer per jaar kerkelijke bijeenkomsten.

Strenge wetgeving voor de verbouw van kerken van voor 1940 bemoeilijkt herbestemming. Toestemming van de provincie is nodig, waardoor kerken in Zweden nog niet zijn omgetoverd tot supermarkten of bibliotheken. Wel is de bekende Skeppsholmskyrkan in het centrum van Stockholm omgedoopt tot de Eric Ericson Concertzaal.

Theoloog Gunnar Granberg, specialist in kerkgeschiedenis aan de universiteit van Uppsala, heeft onlangs het boek 'Grote kerken en kleine gemeenten' uitgebracht. Het resultaat van een twee jaar durend samenwerkingsproject van theologen, cultuurhistorici en architecten in de Zweedse kerk, die voorstellen doen hoe de gebouwen als kerk overeind kunnen blijven.

Bijgebouwen moeten verkocht, schrijven zij, en alle gesprekskringen, kinderclubs, lezingen, tentoonstellingen en zelfs de administratie naar de kerk verhuisd. De ruimte in de kerk kan met schermen, gordijnen of glaswanden opgedeeld worden. Zo wordt de kerk levendiger, en tegelijkertijd intiemer voor de zondagse dienst.

Franse wet uit 1905 is onaantastbaar

Hoe klein een parochie ook is geworden, in Frankrijk sluit een kerkgebouw zelden.


Dat zegt Vincent Fauvel, woordvoerder van de Franse bisschoppenconferentie. "De afgelopen tien jaar zijn veel parochies gefuseerd. Maar de kerken waar dan geen mis meer wordt opgedragen blijven wel toegankelijk. Om er te bidden bijvoorbeeld." De sleutel van zulke kerken ligt vaak onder een bloempot bij de deur.

Het lot van een Franse kerk hangt af van de vraag of het gebouw van voor of na 'de wet van 1905' is, die de scheiding tussen kerk en staat definitief vastlegde. Over alle zesendertigduizend kerken die voor dat jaar zijn gebouwd, ontfermt de overheid zich - de stenen zijn staatseigendom.

Het onderhoud van alle drieduizend kerkgebouwen die na 1905 zijn gebouwd komt voor rekening van de kerk zelf.

Zowel protestantse als katholieke kerkgebouwen krijgen staatssteun. Ook is er 'de wet van 1907', die bepaalt dat kerken uitsluitend voor openbare aanbidding zijn. Als een kerkgebouw leegstaat is verkoop voor herbestemming dus geen optie. Eens per jaar moet het gebouw worden gebruikt. De wetten hebben een bijna onaantastbare status, waar geen politicus zich aan waagt.

Kerkgebouwen die een opknapbeurt nodig hebben kunnen vaak rekenen op een bijdrage van de gemeente of een andere lokale overheid, zoals het departement. Vaak neemt een stichting het initiatief voor een verbouwing of ander project, voor bijvoorbeeld een nieuw altaar of nieuwe ramen, waarna een gemeente of departement een bijdrage levert.

Het tijdschrift Pèlerin kent elk jaar een prijs toe aan het mooiste initiatief op het gebied van kerkbehoud.

Deel dit artikel