Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De jeugdpsychiater die volhield onschuldig te zijn

Home

Joop Bouma

Vorige week is op 65-jarige leeftijd de ex-kinderpsychiater Theo Finkensieper aan een hartinfarct overleden. Hij kwam eind jaren '80 in opspraak nadat pupillen van de jeugdpsychiatrische inrichting De Lingewal in Zetten hem aangaven wegens seksueel misbruik.

Finkensieper, die geneesheer-directeur was van De Lingewal, werd in 1991 tot zes jaar veroordeeld voor seksueel misbruik van pupillen die door Justitie in de inrichting waren geplaatst. Het vonnis hield stand tot voor de Hoge Raad. Ook bij het Europese hof voor de rechten van de mens ving Finkensieper bot.

De man heeft de beschuldigingen altijd ontkend. Kort na zijn vrijlating zei hij tegen Trouw: ,,Het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing van geheugens, van reconstructies. Ik ben ten onrechte veroordeeld. Maar ik huiver voor de slachtofferrol. Ik wil niet geen oude, zeurende man worden die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht dat hem is aangedaan.''

Finkensieper had een naam opgebouwd als bekwaam kinderpsychiater, met een eigenzinnige aanpak, die niet wegliep voor moeilijke gevallen. In 1985 werd hij, evdenals zijn vader, behandelend directeur van de Heldringstichtingen in Zetten, waarvan De Lingewal onderdeel was.

,,Dat had ik nooit moeten doen'', zei hij in 1995. ,,Ik had gewoon psychiater moeten blijven. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was vereinigd in één persoon. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin alles verzonk.''

Het was ook de kern van zijn verweer voor de rechter. De aangeefsters hadden, schreef Finkensieper de rechtbank, allen een voorgeschiedenis van verwaarlozing en moeilijkheden in de relatie met anderen. En omdat hij vervelende beslissingen over pupillen nam, lag het voor de hand dat gevoelens van 'wraak en drama, van verzinlust en de behoefte aan aandacht' zich op hem richtten. ,,Dit proces kan tot verdichting en projectie van de voorgeschiedenis op mijn persoon leiden.'' De rechter toonde zich niet ontvankelijk, ook al omdat de beschuldigingen gedetailleerd en geloofwaardig bleken.

De zaak tegen Finkensieper bracht iets meer duidelijkheid over de positie van getuigen in zedenzaken. Zowel rechtbank als gerechtshof wezen herhaalde verzoeken van de verdediging van Finkensieper af om getuigen ter zitting te horen. Ze hadden alleen verklaringen afgelegd bij de rechter-commissaris. Het Europese Hof voor de rechten van de mens wees in 1996 een verzoek van Finkensiepers advocaat G. Spong af, om de zaak in behandeling te nemen. Juristen van dit hof oordeelden dat Finkensiepers recht op een behoorlijk proces niet was geschonden door de weigering van de Nederlandse rechter getuigen op te roepen. Daaruit kon worden afgeleid dat Straatsburg het vrijwaren van slachtoffers van zedenmisdrijven voor belastende extra getuigenverhoren, aanvaardbaar vindt. Het Europese hof was in andere (straf-)zaken gewoonlijk buitengewoon kritisch op de weigering van rechters om getuigen naar de terechtzitting te halen.

Finkensieper werd, naast het vonnis van de rechtbank, door het Medisch Tuchtcollege voor het leven uit zijn beroep gezet. Ook daartegen ging hij in beroep, maar het gerechtshof bevestigde dat oordeel.

Finkensieper besloot rigoureus te breken met de kinderpsychiatrie. ,,Ik heb mijn boekenkast uitgeruimd. Vijfhonderd boeken over psychiatrie, pedagogiek en psychologie verkocht aan De Slegte. Ik kreeg er nog 300 gulden voor, dat viel me mee. Er zat veel tinnef bij. Ik heb alleen het rijtje Freud nog laten staan, maar achteraf heb ik daar nog spijt van ook'', zei hij in 1995 in Trouw.

Finkensieper is zaterdag gecremeerd.

Deel dit artikel