Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De inktvlekken zijn springlevend

Home

Wybo Algra

Terug van weggeweest: de inktvlekkentest. Het geesteskind van psychiater Rorschach was ongekend populair in de jaren veertig en vijftig maar werd de daarop volgende decennia al even heftig verguisd. Nu is er een geheel andere wijze van interpretatie. De critici kijken argwanend toe.

,,Kijk'', wijst psycholoog Jos Hent, twee van de befaamde inktvlek-prenten in de hand. ,,Deze werd vroeger de vaderkaart genoemd, en die de vrouwenkaart.'' Op de eerste zwart-witte afbeelding valt vrij gemakkelijk een forse mannelijke gestalte te ontwaren met een opmerkelijk groot uitgevallen geslachtsdeel. Voor de tweede is wat meer fantasie vereist, maar dan zijn er toch wel de vagina en billen van een dame in rugligging uit op te maken. ,,Allemaal nogal Freudiaans'', grinnikt Hent, die een broertje dood heeft aan dieptepsychologische prietpraat. ,,Dat iemand op zo'n vlekkenkaart twee mensen ziet die elkaar stevig vasthouden, die niet zonder elkaar kunnen bestaan, en dat de psychotherapeut daar dan vérgaande conclusies over zijn karakter aan verbindt.''

Psychologie uit de oude doos, naar zijn oordeel. Waarmee hij geenszins wil zeggen dat de Rorschach-test uit de tijd is. Die is juist met zijn tijd meegegaan en daardoor springlevend. Net als de Nederlandse Rorschach Vereniging, waarvan hij bestuurssecretaris is. De vereniging onderstreepte die vitaliteit gisteren met een symposium in Utrecht, alwaar de Rorschach-volgelingen elkaar op de hoogte stelden van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen. Dit alles in het voetspoor van John Exner, de Amerikaanse psycholoog die de destijds verguisde test begin jaren tachtig van een nieuw wetenschappelijk fundament voorzag. Inmiddels is een bescheiden Rorschach-revival gaande, erkennen ook de tegenstanders.

Het verhaal begint in Zwitserland, 1911. Het jaar waarin de 27-jarige psychiater Hermann Rorschach, ontevreden over het bestaande persoonlijkheidsonderzoek, begon te experimenteren met inktvlekken. Tien jaar later publiceerde hij zijn boek Psychodiagnostik, waarin hij rapporteerde over de relaties tussen waarnemingen in inktvlekken en persoonlijkheid. Hij kreeg niet veel kans om zijn vlekkentest verder uit te werken. Pas 37 jaar oud blies de onfortuinlijke psychiater in 1922 zijn laatste adem uit. Hij liet de wereld een set van tien kartonnen kaarten na, 17 bij 24 centimeter groot. Een deel is zwart-wit, een paar tonen daarnaast rode vlekken, en enkele zijn ronduit fleurig te noemen. Nog altijd worden de kaarten gedrukt op de originele pers van de uitvinder.

Ondanks Rorschachs voortijdige dood begon de test al in de jaren twintig aan zijn zegetocht door de Verenigde Staten. In Nederland kwam de victorie later, maar in de jaren veertig en vijftig was een persoonlijkheidsonderzoek zonder vlekkentest ondenkbaar. De omslag kwam midden jaren zestig. Tussen 1967 en 1974 kelderde de Rorschach-test in vrije val van de tweede naar de zestiende plaats in de rangorde van meest gebruikte testmethoden. Niet helemaal onbegrijpelijk, denkt Jos Hent. ,,Het was de tijd van de anti-psychiatrie. Etiketten op iemand plakken was al niet netjes, dus testen was al helemaal uit den boze. Bovendien werd de test soms op een heel intuïtieve, onwetenschappelijke manier gebruikt.''

In 1982 werd de Rorschach-test voor het laatst beoordeeld door de Cotan, de testcommissie van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Het oordeel viel allerbelabberdst uit. Toegegeven, dat was een kleine twintig jaar geleden, zegt Cotan-onderzoeker J. van Vliet-Mulder. Zij ziet echter geen reden voor een nieuwe beoordeling: ,,Er is geen nieuws.'' Nou ja, afgezien van 'dat Exner-scoresysteem'. Ach, dat is slechts een onderdeeltje van de test, dat zal geen veel betere beoordeling opleveren.

Jos Hent toont zich een beetje nijdig door die stellige afwijzing. Hij en zijn Rorschach-vereniging zijn juist helemaal 'in Exner'. De Amerikaan gaf, vinden zijn volgelingen, een revolutionaire draai aan de Rorschach-test toen die rijp leek voor de schroothoop. Of iemand een vleermuis, een landbouwwerktuig of de pijp van zijn vader in de plaatjes vermoedt, vond Exner niet zo belangrijk. Hij was veel meer geïnteresseerd in de manier van kijken. Ziet iemand alleen stilstaande beelden of ook beweging? Dat laatste kan wijzen op het vermogen problemen strategisch te lijf te gaan. Heeft de proefpersoon niet zoveel oog voor beweging, maar juist wel voor kleur? Dat duidt eerder op een onbevangen probleemaanpak: 'eerst doen, dan denken'. Spreken de kleurrijke platen weinig tot de verbeelding, dan is dat een aanwijzing voor een tamelijk gesloten persoonlijkheid, misschien voor een wantrouwige aard.

Dit scoresysteem wordt uiteengezet in een bijzonder lijvige ringband. Aan de psycholoog de taak alle antwoorden van zijn cliënt nauwkeurig te coderen. Dan moet hij nog een ingewikkelde rekensom van plussen en minnen maken daar bestaan inmiddels handige computerprogramma's voor et voilà: voor zich heeft hij een a4'tje met op het oog pure wiskunde. Wat hij daaruit kan afleiden? ,,Een hypothese over iemands karaktertrekken'', zegt Hent. Niet minder, maar ook niet meer dan dat. Hij is per slot van rekening psycholoog en dus handelt hij in waarschijnlijkheden, niet in harde feiten. En de Rorschach-test is prima in staat hem die waarschijnlijkheden aan te reiken. Dat heeft Exner overtuigend aangetoond met duizenden proefpersonen.

,,Men heeft niet stilgezeten'', knikt de Groningse hoogleraar persoonlijkheidspsychologie Willem Hofstee. Hij wijst op de geautomatiseerde gegevensverwerking, op protocollen voor het afnemen van de test, op de pogingen tot wetenschappelijke onderbouwing. Al heeft dit tot dusver kennelijk niet tot spectaculaire resultaten geleid; dan had hij dat wel geweten. ,,Maar respectabele collega's zijn ermee in de weer, dus het is vast niet helemaal niks.''

Een stuk kritischer is psycholoog Aart Kooreman, secretaris van de NIP-commissie testgebruik. 'Rorschach' is een zogeheten projectie-test, legt hij uit, net als tests waarbij mensen tekenopdrachten krijgen, verhalen moeten vertellen bij plaatjes, of zinnen moeten aanvullen. Hieruit leidt de psycholoog allerlei persoonlijkheidskenmerken af. ,,Het is allemaal erg speculatief en vaak niet goed getoetst'', verzucht Kooreman. ,,Zo gaat de Rorschach-test uit van de veronderstelling dat mensen onbevangen roepen wat in hen opkomt. In de praktijk valt dat bar tegen en denken ze wel twee keer na voor ze iets zeggen.'' Via die zelfcensuur is de testuitslag eenvoudig te manipuleren, aldus Kooreman.

Ook zijn de testomstandigheden volgens hem bijna niet te standaardiseren. De psycholoog kan ongewild grote invloed hebben op de uitkomst. Een aanmoedigend knikje of slechts de schijn van een gefronste wenkbrauw en de proefpersoon improviseert monter verder of houdt juist geschrokken zijn mond. De betrouwbaarheid van de testuitslag is daardoor gering, stelt Kooreman. Trouwens, schampert hij, ,,ook al zou het wel lukken de omstandigheden te standaardiseren, het is net als met de schedelmetingen van Lombroso. Je kunt het nog zo gestandaardiseerd doen, maar dan nog zegt het helemaal niks.'' En dan die schimmige computerprogramma's: een soort 'black box'. Je stopt er iets in, er komt iets uit en wat er onderweg gebeurt, is volstrekt onduidelijk. Nee, geef hem maar een stevige persoonlijkheids-vragenlijst. Waarvan Hent op zijn beurt vindt dat mensen zich gemakkelijk mooier kunnen voordoen dan ze zijn. Daarvoor hoeven ze alleen maar de sociaal meest wenselijke antwoorden aan te kruisen.

Zelf werkt Hent in het Pieter Baan Centrum, de Utrechtse forensische observatiekliniek. Hij maakt persoonlijkheidsprofielen van verdachten van ernstige misdrijven, met allerlei instrumenten. Gesprekken met de verdachten zelf, informatie van anderen en een hele batterij testen. Intelligentietesten, geheugentesten, vragenlijsten en diverse projectie-testen, waaronder de inktvlekken. Die, temidden van al dat testgeweld, vaak nog leuke extra informatie opleveren. ,,Natuurlijk is het niet zo van: ik doe even een Rorschach-test en dan weet ik genoeg'', foetert Hent.

Hij schudt zijn hoofd, wanhopig bijna. Wat wíllen de critici nu eigenlijk? De wetenschappelijke publicaties maken klip en klaar duidelijk dat 'Rorschach' in vergelijkend onderzoek net zo goed, soms zelfs beter scoort dan de veelgebruikte vragenlijsten. Neem dat Amerikaanse onderzoek onder probleem-piloten die regelmatig een slok te veel op hadden. De prominente MMPI-vragenlijst (Minnesota Multiphasic Personality Inventory) bracht geen bijzonderheden aan het licht. Met de inktvlekkentest daarentegen wisten psychologen de vinger wel op de zere plek te leggen. En om nog even aan gene zijde van de oceaan te blijven: de Rorschach-test staat daar pal naast diezelfde MMPI-lijst op het ereschavot van meest gebruikte testen, volledig in ere hersteld. Dat zal niet voor niets zijn.

De status in Nederland is een totaal andere. De Nederlandse Rorschach Vereniging telt slechts tachtig leden. Die timmeren wel ijverig aan de weg. Tot dusver moeten ze hun testuitslagen vergelijken met buitenlandse resultaten, maar daar komt verandering in. Momenteel loopt het eerste Nederlandse onderzoek waarin wordt geturfd wat proefpersonen zoal in Rorschachs vlekken zien, en hoe vaak. Hieruit volgt onder meer hoe conventioneel, origineel of bizar de interpretaties van de Rorschach-testkaarten zijn. Stel dat iemand een brandweerauto ziet waar verder iedereen een vleermuis bespeurt, dan is dat opmerkelijk. Neemt dertig procent van de Nederlanders diezelfde bluswagen waar, dan is dat al veel minder eigenaardig.

Ging het in het Exner-systeem niet om de manier van kijken? Was dat niet veel belangrijker dan wát de proefpersonen nu precies waarnemen? Klopt maar dat laatste blijft wel een rol spelen. Psychologen Corine de Ruiter en Leo Cohen gaven daar een mooi voorbeeld van, enkele jaren geleden in het Tijdschrift voor Psychotherapie. Een 27-jarige vrouw ziet in de inktpatronen respectievelijk een boosaardig gezicht, een nog weer wat enger masker, een kruisspin en 'een schorpioen die met zijn grijpers op je af komt'. Dat kon wel eens wijzen op angst en achterdocht, speculeren beide psychologen. Ja, beaamt Jos Hent, dergelijke duidingen horen toch ook nog bij 'Rorschach'. Om daarna zijn wenkbrauwen verbaasd op te trekken en de kaarten nog eens door te nemen. ,,Gek'', mompelt hij. ,,Geen schorpioen te zien.''

Deel dit artikel