Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De ideeënoorlog van Friedrich Hayek

Home

door Edwin van de Haar

'Volgens de Oostenrijks-Britse econoom Friedrich von Hayek wordt de vrijheid van het individu op onaanvaardbare wijze aangetast door de inmenging van de staat in de economie en in andere belangrijke aspecten van het dagelijks leven. Uiteindelijk leidt dit tot slavernij.' Politicoloog Edwin van de Haar over de econoom die een beslissende invloed had op de politiek van Ronald Reagan en Margaret Thatcher en die het laatste kwart van de 20ste eeuw domineerde.

Zestig jaar geleden verscheen The Road to Serfdom van Friedrich Hayek (1899-1992), de grote voorvechter van het klassieke liberalisme. Het werd een groot succes, zowel in Engeland als in de Verenigde Staten. In dit boek wijst Hayek op het gevaar van de toenemende macht van de staat op het leven van de burger, zowel op het economische als het juridische vlak. Hij ziet dit als een onaanvaardbare inperking van de individuele vrijheid en van spontane ordeningsprocessen. Bij die laatste moet men denken aan de vrije markt, maar ook aan de moraal die ons via de traditie is overgeleverd. De klassiek-liberale boodschap van Hayek sloeg aan bij de verleden week overleden Amerikaanse oud-president Reagan en bij de Britse leider Margaret Thatcher. Hayek heeft hun beider denken sterk beïnvloed.

Wie was Hayek, waar stond hij voor en hoe staat het met zijn invloed op de hedendaagse politiek.

Hayek

Friedrich August von Hayek werd in 1899 in Wenen geboren. Hij promoveerde aan de plaatselijke universiteit, in 1921 in de rechtswetenschap en in 1923 in de politieke economie. Zijn belangrijkste leermeesters waren de liberale economen van de Oostenrijkse School, zoals Friedrich von Wieser. De grootste invloed op zijn denken had Ludwig von Mises, onder andere door diens boek Socialism. Hayek en Von Mises hebben in de jaren twintig van de vorige eeuw nauw samengewerkt.

In 1931 werd Hayek als hoogleraar economie aangesteld aan de London School of Economics and Political Science (LSE). Volgens Lord Ralf Dahrendorf - voormalig rector en auteur van het 100-jarig jubileumboek van de LSE - was Hayek daar al snel een van de meest invloedrijke figuren. Samen met zijn collega Lionel Robbins ging hij kort na zijn aanstelling het gevecht aan met de econoom Keynes die steeds invloedrijker werd. Deze strijd heeft eigenlijk de rest van zijn leven geduurd.

In 1950 werd Hayek hoogleraar Social and Moral Sciences aan de universiteit van Chicago. Hij keerde in 1962 terug naar Europa, waar hij tot aan zijn pensioen in 1968 doceerde aan de universiteit van Freiburg. In 1974 won hij de Nobelprijs economie. Hierdoor raakte hij uit de vergetelheid. Tot aan zijn dood in 1992 beleefde hij - afgemeten aan invloed en aanzien - het hoogtepunt van zijn carrière.

Kenmerkend voor Hayek is dat hij zich niet opsloot in de ivoren toren van de academie. In 1947 richtte hij de nog altijd bestaande Mont Pélèrin Society op, een besloten internationaal gezelschap van vooraanstaande klassiek-liberale academici, journalisten en opinieleiders, zoals Milton Friedman, Henry Hazlitt, Wilhelm Röpke, Ronald Coase, Gary Becker en James Buchanan. Tijdens de eerste bijeenkomst verklaarde Hayek dat het doel van de Society is om het klassiek-liberale ideaal te doen herleven en de in hun eigen land vaak geïsoleerde klassiek-liberale denkers bijeen te brengen. De gespreksonderwerpen zijn academisch van aard, maar ook op de praktische politiek gericht. Op de eerste bijeenkomst gaat het bijvoorbeeld over zulke uiteenlopende onderwerpen als de relatie tussen liberalisme en christendom, landbouwpolitiek, de toekomst van Duitsland en het verband tussen belasting, armoede en inkomensverdeling.

Hayek was ook nauw betrokken bij de oprichting van invloedrijke denktanks als het Institute of Economic Affairs en, later, het Adam Smith Institute, beide in Londen gevestigd. Hayek zag namelijk in dat er meer dan alleen academisch werk nodig is om invloed uit te oefenen op politiek en beleid. Het is ook nodig om 'de slag der ideeën' in de publieke opinie te winnen, zoals hij het uitdrukte.

Hayek leefde lang genoeg om zijn winsten in de ideeënoorlog mee te maken. Bijvoorbeeld de val van het communisme, die hij steeds had voorspeld. In 1978 riep The Times het laatste kwart van de 20ste eeuw uit tot 'the age of Hayek'. In een persoonlijke brief schreef Margaret Thatcher aan Hayek dat zijn werk voor haar een beslissende inspiratiebron was geweest en doorslaggevend voor de richting van haar politieke handelen. Ronald Reagan heeft meer dan eens aangegeven door Hayek te zijn beïnvloed. Reagan kwam met het werk van Hayek in aanraking tijdens zijn inspanningen voor de campagne van presidentskandidaat Barry Goldwater in de vroege jaren zestig. Tijdens zijn eigen presidentschap ontmoette hij Hayek meerdere malen en veel van zijn economische adviseurs waren lid van de Mont Pélèrin Society. Hayek kreeg van de voormalige president Bush de Presidential Medal of Freedom uitgereikt, omdat 'The Road to Serfdom nog steeds een inspiratiebron is voor velen' en Hayek's werk 'het politieke en intellectuele klimaat in de wereld veranderde'.

De weg naar de slavernij

The Road to Serfdom (1944) is opgedragen aan 'de socialisten van alle partijen'. Het is het eerste politieke boek van Hayek en bevat een waarschuwing, vooral gericht tot de westerse samenlevingen, tegen de toenemende invloed van het socialistische denken. Het nazisme is volgens Hayek geen reactie op het socialisme, maar een natuurlijk gevolg ervan. Dat komt door de grote inmenging van de staat in de economie en in andere belangrijke aspecten van het dagelijks leven, waardoor de individuele vrijheid op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. Uiteindelijk leidt dit tot slavernij en onderdrukking van het individu.

Aan een dergelijk proces hoeft volgens Hayek geen totalitair regime ten grondslag te liggen. Juist bij geleidelijke processen van collectivisering krijgt de staat, schijnbaar ongemerkt, steeds meer invloed op de sociale en economische ontwikkelingen. Stukje bij beetje oefent de staat dan beslissende invloed uit op het denken en het waardenpatroon van de meerderheid van de mensen. Al komt het socialisme zodoende op democratische wijze aan de macht, daarom is het nog niet minder totalitair. Hayek stelde hier tegenover dat individuele economische vrijheid en privé-eigendom essentieel zijn voor een vrije samenleving, voor welvaart en democratie. Politieke vrijheid en economische vrijheid zijn niet van elkaar te scheiden.

Tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in Europa sloeg Hayek's waarschuwing in als een bom. Hij was in één klap beroemd, vooral in de Angelsaksische wereld.

Klassiek liberalisme

Met The Road to Serfdom en de talloze werken die daar in ruim veertig jaar tijd op volgden - waaronder The Constitution of Liberty (1960) en het drieluik Law, Legislation and Liberty uit de jaren zeventig - was Hayek verantwoordelijk voor wat de Britse filosoof John Gray 'de wedergeboorte van het klassieke liberalisme' heeft genoemd. Het klassieke liberalisme is, zeker in Nederland, betrekkelijk onbekend. Dat is opmerkelijk, omdat het als de basis van het moderne liberalisme beschouwd kan worden. Hoewel de wortels wijd vertakt zijn en zelfs zijn terug te voeren op de klassieke Oudheid, wordt de kern van het klassieke liberalisme gevormd door de sociale en politieke filosofie van de 18de-eeuwse Schotse Verlichtingsdenkers David Hume, Adam Smith en Adam Ferguson.

Klassiek-liberalen beschouwen het individu als de ultieme waarde. Het individu behoort het begin- en eindpunt van alle politieke overwegingen te zijn. Natuurlijk is het individu een sociaal wezen, dat voortdurend functioneert in groepen. Maar dat is het gevolg van een vrije keuze, waar de politiek buiten staat. Het mensbeeld van klassiek-liberalen is vooral realistisch en, wat de Schotten betreft, gebaseerd op nauwkeurige observatie. De mogelijkheden van het individu worden niet geïdealiseerd. De mens wordt niet beschreven in de trant van John Stuart Mill, namelijk als wat hij worden zou als hij de juiste ontwikkelingen had doorgemaakt. De mens is maar beperkt rationeel en wordt primair door emoties gedreven. Hij maakt voortdurend fouten en schat toekomstige ontwikkelingen verkeerd in.

Anders dan vaak van hen wordt gedacht, verwerpen klassiek-liberalen de opvattingen van de neoklassieke economie die de mens ziet als een rationele nutsmaximalisator die de beschikking heeft over perfecte informatie. De mens is volgens klassiek-liberalen niet 'voorbestemd' tot een bepaald lot. Hij is een sterk en flexibel wezen dat in staat is om de diverse mogelijkheden van het leven te benutten.

Maar dat is alleen mogelijk als het individu zoveel mogelijk vrijheid krijgt om zijn leven zelf in te richten. Alleen in vrijheid kan er optimaal met talenten worden gewoekerd en dat zorgt voor maatschappelijke vernieuwing en ontwikkeling. Het negatieve vrijheidsbegrip, de afwezigheid van dwang, is van groot belang in een klassiek-liberale maatschappij. Zolang iemand binnen de grenzen van de wet blijft, is hij vrij 'om zijn eigen belangen op zijn eigen manier na te streven', zoals Adam Smith het uitdrukte. Het gaat hierbij niet om plat egoïsme, zoals critici graag stellen. Wel om mensen de ruimte te geven hun 'welbegrepen eigenbelang' na te jagen. Dit is de belangrijkste motivatie van het individu, die zorgt voor onbedoelde maar positieve neveneffecten voor de samenleving als geheel (het 'onzichtbare hand'-mechanisme van Smith).

Klassiek-liberalen hebben een sterk wantrouwen tegen de staat die, zoals Hayek zegt, de grootste bedreiging is voor de individuele vrijheid. Maar dat betekent niet dat zij de staat willen decimeren tot een 'nachtwakersstaat'. Een beperkte staat is juist nuttig en noodzakelijk, met name om lijf en eigendomsrechten te beschermen, markten te reguleren, mededinging te waarborgen en te voorzien in een beperkt aantal publieke goederen (waaronder zeker ook een klein sociaal vangnet). Maar de staat moet wel in toom worden gehouden, onder andere door de borging van klassieke mensenrechten en overige rechtsregels. Verder heeft hij slechts een beperkte rol bij het tot stand brengen van maatschappelijke orde. Grand designs, economische planning en gecentraliseerd bestuur falen, omdat de menselijke ratio de daarvoor benodigde informatie eenvoudigweg niet kan verwerken. Ook het verstand van de knapste breinen kent grote beperkingen.

Orde komt in klassiek-liberale ogen het beste spontaan tot stand, door zelfregulerende processen. De werking van de vrije markt is een bekend voorbeeld. Maar minstens zo belangrijk zijn de door de traditie overgeleverde moraal en gewoonten, die individuen sociaal inkaderen. Dit gebeurt vooral in het gezin, de kerk en het onderwijs. Maar ook de markt heeft morele werking: deugdelijk gedrag (spaarzin, creativiteit, afspraken nakomen) wordt daar namelijk bevorderd. Klassiek-liberalen pleiten voor een bezield maatschappelijk verband en staan positief tegenover religieuze en traditionele wortels. Sociale instituties ontwikkelen zich langzaam en gedurende langere tijd. Zij zijn het cumulatieve resultaat van de wijsheid en de ervaring van vele generaties. In de woorden van Adam Ferguson is een dergelijke orde 'het resultaat van menselijk handelen, niet van menselijke bedenksels'. In dit opzicht liggen conservatisme en klassiek liberalisme dicht bij elkaar.

De weg naar de vrijheid

Hoewel het klassiek liberalisme invloed heeft uitgeoefend tot op het hoogste niveau (in Nederland geldt Frits Bolkestein als de belangrijkste vertegenwoordiger) hebben klassiek-liberalen moeite gehad om hun boodschap breed ingang te doen vinden. Het potentieel van het klassiek liberalisme is echter groot. Zeker in West-Europa, waar de overheid nog altijd enorme invloed uitoefent op het leven van de burger. Ook op dit punt heeft Hayek gelijk gekregen. Hoewel de situatie is verbeterd ten opzichte van een aantal decennia geleden, roomt de overheid in veel gevallen nog steeds meer dan de helft van het inkomen van de burger af, via directe en indirecte belastingen en verplichte premieheffing. Wie met klassiek-liberale blik naar de krakkemikkige verzorgingsstaat kijkt, kan niet anders dan concluderen dat er een monstrum is gebaard. De beperkingen van de menselijke ratio laten zich zien in de schier oneindige reeks voorbeelden van falend overheidsingrijpen en het resultaatloos aanwenden van belastinggeld. Een belangrijke oorzaak ligt erin dat het denken van de mensen is vergiftigd met het woord 'sociaal'. Hayek vond het een 'wezelwoord': op zichzelf betekenisloos, maar gevaarlijk in zijn uitwerking. Onder het banier van het sociaal-zijn wordt het algemeen belang voortdurend opgeofferd voor handig opererende vertegenwoordigers van deelbelangen.

De boodschap van Hayek is nog altijd actueel en springlevend. Het wordt tijd om dat onder ogen te zien en zijn inzichten te gebruiken om de samenleving weer terug te geven aan de individuele burgers. Hoewel dat ook positieve economische effecten heeft, betreft het hier vooral een morele opdracht. De afslag naar de weg van de vrijheid kan nog worden genomen.

Deel dit artikel