Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Hors op Texel, een natuurlijk veranderend landschap

Home

door Henk van Halm

Weidse wolkenluchten, golvende duintjes op een blinkende zandvlakte, aan de einder het marinecomplex van Den Helder, helemaal naar rechts de slanke vuurtoren van Kijkduin, die als een vermanende vinger omhoog wijst. Dat is de Hors, de enorme zandplaat aan de zuidkant van Texel. Voor sommige mensen een benauwende woestijn, waaraan geen einde lijkt te komen. Voor anderen een stuk natuur waar de elementen nog hun gang kunnen gaan.

Sinds 1993 is het grootste deel van de Hors onderdeel van het Beschermd Natuurmonument De Waddenzee. Dit voorjaar werd het Nationaal Park De Duinen van Texel ingesteld, waar de Hors ook een onderdeel van is. Het is nog steeds militair oefenterrein, maar daar hoef je je niet veel van aan te trekken. Oefeningen vinden zelden plaats en je kunt er ongehinderd zwerven van de stuifdijk tot aan de waterlijn van het Marsdiep.

Wandelend zand

Onder invloed van de zee wisselen omvang en vorm van de zandplaat sterk. Elders weggeslagen zand wordt hier afgezet. Zo ook in de zeewaartse monding van het Marsdiep, waar het zand een zandbank vormt, die onveranderlijk Noorderhaaks heet. Onveranderlijk, want ongeveer om de anderhalve eeuw verheelt een Noorderhaaks met de Hors en ontstaat een nieuwe Noorderhaaks in de monding van het Marsdiep. De groeiende zandbank 'wandelt' naar het eiland en verheelt daarmee, wat wil zeggen dat de bank aan het eiland vastgroeit, terwijl het water tussen de bank en het eiland verzandt.

De laatste verheelde Noorderhaaks was de bank Onrust, die zich ontwikkelde tot een duineilandje op de Hors. In de jaren dertig zijn die duintjes in een enkele stormnacht weggespoeld. Jac.P. Thijsse had het er in zijn geschriften soms over.

Onrust verheelde in 1910 met Texel en vormde het zuidelijke deel van de Hors. Tot die tijd liep tussen Onrust en Texel het Noordergat van vlak ten zuiden van de marinekazerne aan de Mok door de tegenwoordige Kreeftpolder naar paal 9, waar het uitmondde in de Noordzee. Een inham, de Kolk, in het oostelijke deel van de Hors, net ten zuiden van de kazerne, is ook nog een overblijfsel van dat Noordergat. De duintjes die ontstonden op de zuidelijke oever van het verzande Noordergat, werden door Rijkswaterstaat omgevormd tot stuifdijk, wat nog te zien is aan de afgebrokkelde rietschermen.

Over enige jaren wordt het verhelen van de volgende Noorderhaaks, de Razende Bol, verwacht. De Razende Bol was in het begin van de twintigste eeuw nog een kleine zandbank, maar deze Noorderhaaks is inmiddels uitgegroeid tot een reusachtige bank, die sinds de jaren vijftig nog maar zelden door de zee wordt overspoeld.

Op de Hors kun je de duinvorming op de voet volgen. Stuivend zand vindt rust in de luwte die de dicht opeenstaande bladsprieten van het biestarwegras bieden. Zo ontstaan de eerste lage duintjes. Zeepostelein vormt een dichte mat en groeit steeds weer uit boven het stuivende zand, dat daardoor wordt vastgelegd. Zandhaver en nog later helm nemen de opbouw van de duintjes over van het biestarwegras. Beide planten moeten het hebben van een zilte omgeving, maar hebben ook zoetwater nodig, dat door de regen wordt verschaft.

Bij heel hoge vloeden stroomt de zee over de vlakte. Er blijft bij eb vloedmerk achter; aanspoelsel van wieren en dode dieren. Dat vloedmerk raakt onder stuivend zand en verteert tot een stikstofrijke massa, waar zeeraket, loogkruid en andere strandplanten op groeien. Voor het eerst vond ik er vorig jaar de blauwe zeedistel en dit voorjaar een overjarige plant van de zeewolfsmelk, die ik alleen kende van het Kennemerstrand bij IJmuiden.

Als de duintjes wat groter zijn geworden en een min of meer aaneengesloten rij gaan vormen, sluiten zij een deel van de strandvlakte in. De zoetwaterplassen worden niet alleen gevoed door regen, maar tevens door kwelwater uit de achterliggende duinen. Dit voorjaar zag ik er honderden zwarte bullekopjes van rugstreeppadden of groene kikkers. Overdag kwaakten er kikkers, 's avonds padden. In die primaire duinvallei van de Hors zijn nu naast gewone planten zoals watermunt, muurpeper, harig wilgenroosje, dauwbraam, geel walstro, duinkruiskruid, kleine leeuwentand, zulte, zilte greppelrus en duinrus ook bijzondere te vinden: strand- en fraai duizendguldenkruid, parnassia, sierlijke vetmuur, rode ogentroost, zeewinde, stijve moerasweegbree en de eerste vleeskleurige orchis. Op zilte plekken groeit nog het zeldzame zilt torkruid.

Mensenwerk

De vorming van zo'n duinvallei door afsnoering van een deel van de strandvlakte is een geheel natuurlijk proces. De duinenreeks tussen de Hors en de Kreeftpolder is mensenwerk. Daar zijn rietschermen en vakken van rijshout aangebracht om een kunstmatige luwte te scheppen, waarachter het stuivende zand tot rust komt. Daarna wordt op de kruin van zo'n zanddijk helm geplant. Helm heeft de eigenschap steeds weer boven het stuivende zand uit te groeien (wel vijfenzeventig centimeter per jaar!) en is dus een nog betere zandvanger en duinenbouwer dan het biestarwegras.

Te hopen is dat de duinen op de Hors mogen groeien en verstuiven zonder menselijke hulp. De inpolderingsdrift van Rijkswaterstaat lijkt wel een dwangneurose. Overal in het zuiden van Texel staan de borden 'Duin belopen = zeewering slopen'.

De duinen houden wellicht wel de zee uit de duinvalleien, maar is dat een voordeel? Ik denk dat het duingebied nog interessanter wordt als de zee de kans krijgt af en toe eens in te breken. Zeker ten zuiden en westen van de Mok wordt daarmee geen landbouwgrond of bewoning bedreigd.

Deel dit artikel