Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De hoofddeksels, een glibberig pad

Home

Paul-Kleis Jager

Die aandacht voor de hoofddoek en de nikaab, voor de klachten van moslims, is 'onevenredig groot', vindt Jenny Goldschmidt. Als voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling, heeft ze meer te maken met zaken van klagende stewardessen, van vrouwen die minder verdienen dan mannen.

Professor Zonnebloem, wordt ze thuis weleens genoemd. Jenny Goldschmidt (1950), hoogleraar gelijkheid en diversiteit en voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling, is doof. Als iemand haar vraagt 'ga je op reis?', dan kan het zijn dat ze antwoordt 'nee, nee ik ga op reis', precies zoals Zonnebloem uit Kuifje. Daarom ook moesten de nikaab-meisjes hun allesverhullende sluier gedurende de zitting eventjes oprollen, zodat Goldschmidt kon liplezen.

,,Zonder hoorapparaten hoor ik bijna niets, alleen hoge tonen. Als ik mijn ogen dicht doe en dus niet kan liplezen, dat is te vergelijken met iemand die op een perron staat en van de mededeling over de vertraagde trein helemaal niets verstaat. Als een paar mensen in deze kamer enorme ruzie krijgen, zal ik daar ook niets van merken zolang ik niets zie.''

Wie met haar praat merkt er bijna niets van. Haar doofheid werd pas ontdekt toen zij acht was en al drie jaar op een gewone school zat in plaats van een speciale school. ,,Ik heb mijzelf leren liplezen. Gelukkig heb ik daar aanleg voor en gaat het me redelijk makkelijk af. Liplezen is geen gebarentaal, dat moet je echt van iemand anders leren.''

Goldschmidts vader vluchtte in 1933 uit Duitsland naar Nederland, maakte hier zijn rechtenstudie af en trouwde met een Nederlandse vrouw. Op de dag dat Rotterdam werd gebombardeerd, gingen ze op goed geluk naar Scheveningen. Daar stapten ze aan boord van een reddingsboot, die hen naar Engeland bracht. Daar werden de stateloze burgers - Nederland was niet snel met het naturaliseren van vluchtelingen - eerst nog een paar maanden vastgehouden. Daarna konden vader en moeder aan het werk op het ministerie van justitie van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen.

Haar vader, die na de oorlog advocaat werd, overleed toen Jenny drie jaar was. ,,Bij ons thuis heerste geen gedeprimeerd naoorlogs klimaat. Wel werd er altijd gesproken over mensen die er niet meer waren. Als kind zei ik ook vaak dat mijn vader was overleden, en dat hij niet was omgekomen. Wat dat laatste precies was wist ik niet, alleen dat het iets heel ergs was.''

,,Ik ben niet religieus opgevoed, ik ben het ook nooit geworden. Maar door mijn familiegeschiedenis heb ik waarschijnlijk toch meer besef van het verschil tussen bijvoorbeeld schelden en racisme of uitsluiting om niet relevante redenen. Maar er loopt zeker geen directe lijn, zo van 'ik ben joods, dus ik heb hier verstand van'. En het wil zeker niet zeggen dat je ertoe neigt de klagers altijd gelijk te geven: sommige mensen hebben lange tenen waar anderen te vaak op zijn gaan staan. Zij hebben sterk het idee dat ze op het werk worden gediscrimineerd, terwijl de werkgever soms wel heel goede argumenten en niet discriminerende argumenten blijkt te hebben om zijn werknemer 'anders' te behandelen.''

Deze week oordeelde haar commissie dat het verbod op de gezichtssluier (nikaab) door het regionaal opleidingscentrum (roc) in Amsterdam terecht is. Leerlingen moeten herkenbaar zijn, en de school moet ze aan stageplaatsen helpen. Maar vooral het belang van goede, open communicatie op een opleiding weegt zwaarder dan het recht een sluier te dragen. Ook de overweging dat voor 'sommige groepen articulatie specifiek van groot belang is voor de communicatie om de participatie van deze groepen te garanderen', telde mee voor de commissie.

,,Er waren doven die erop wezen dat zij recht hebben op communicatie. Dat hebben we meegewogen en het past trouwens ook bij een eerder oordeel waarin we vaststelden dat islamitische mannen die vrouwen om religieuze redenen geen hand willen geven, vrouwen uitsluiten.''

Drie jaar geleden sprak de commissie zich ook al uit over de nikaab van een meisje dat leerde voor apothekersassistente. Toen moest de nikaab wél kunnen. Maar de 'CGB' heeft zich absoluut niet laten beïnvloeden door het maatschappelijk klimaat dat sinds 11 september 2001 en het optreden van Fortuyn en Hirsi Ali kritischer is over de islam, benadrukt Goldschmidt. ,,Wij toetsen klachten aan de wetgeving die er bestaat op het gebied van gelijke behandeling. Die is gericht op het beschermen van mensen die worden uitgesloten, bijvoorbeeld op grond van godsdienst. De apothekersassistente was een heel ander geval dan de nikaab-leerlingen van het roc. Haar school had geen duidelijk, consistent beleid zoals het roc Amsterdam. Toen werd de kwestie aan ons voorgelegd met de vraag: wij denken dat dit in de toekomst misschien nog lastig kan worden, zouden we dit later dan mogen verbieden? Bovendien waren er leraren die aangaven dat ze helemaal geen moeite hadden met de nikaab.''

In opdracht van demissionair onderwijsminister Maria van der Hoeven gaat de commissie een advies schrijven over de omgang met de nikaab en de hoofddoek. 'Kunnen jullie de scholen geen houvast geven' had Van der Hoeven Gold schmidt gevraagd. ,,Voor de nikaab is deze uitspraak het uitgangspunt. Over de hoofddoekjes bestaat al veel jurisprudentie. Het wordt dan ook geen advies waarin precies staat wat wel en niet mag, maar het zal aangeven wat de kaders zijn. Een bijzondere school kan bijvoorbeeld islamitische leerlingen weigeren wanneer ze consequent alleen kinderen van een bepaalde richting toelaten. Bovendien moet de identiteit van de school in alle aspecten tot uitdrukking komen.''

Een school die hoofddoekjes eigenlijk verbiedt omdat de leerkrachten partij kiezen voor meisjes die gedwongen worden er eentje te dragen, maakt weinig kans als een klacht van een ouder de commissie bereikt. Ook als het schoolreglement de werkelijke reden van het verbod camoufleert met het voorschrift dat 'alle hoofddeksels' in de klas taboe zijn, dus ook de caps en de mutsen.

,,Dat is een glibberig pad'', zegt Goldschmidt. ,,Zo'n algeheel verbod is waarschijnlijk niet proportioneel, de school zou moeten aantonen dat er meisjes zijn die een hoofddoek niet willen, maar móeten dragen. Maar ook als dat lukt, staat hier tegenover dat een verbod ook de meisjes treft die er uit vrije wil voor kiezen.''

Goldschmidt heeft zich haar hele carrière beziggehouden met de positie van vrouwen in het recht. Goldschmidt is een feministe - ,,hoewel niet een van het 'dit moet en dat moet'-soort''. Vindt zij de directeur uit het voorbeeld - zij werkte op de Haagse Vliegerschool - dan eigenlijk niet sympathiek? Zij wilde voorkomen dat niet-hoofddoekdraagsters onder druk worden gezet door klasgenootjes om er ook eentje te gaan dragen. De kwestie haalde de commissie niet, omdat de school - mede onder druk van de wethouder - besloot het verbod te schrappen. ,,Het is een lastige vraag. Het is denk ik niet te voorkomen dat kinderen elkaar altijd aanzetten tot conformerend gedrag. Aan de andere kant kan ik me goed voorstellen dat je kinderen wilt opvoeden tot zelfstandigheid.''

Goldschmidt zou ook niet snel zeggen dat de nikaab-meisjes van het roc eigenlijk hun recht opeisen om zichzelf te beperken. ,,Zo zien ze het zelf in ieder geval niet, ze wekten niet de indruk dat ze iets deden wat moest van iemand anders, integendeel. En ik heb niet de indruk dat ze niet willen emanciperen, ze willen het alleen op hun eigen manier doen.''

De Commissie Gelijke Behandeling begon in 1994, het jaar waarin ook de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) van kracht werd. Toen was de verwachting dat de commissie het druk zou krijgen met homoseksuele leerkrachten die geweigerd waren door bijzondere scholen, met gewetensbezwaarde ambtenaren die geen homohuwelijken willen sluiten, of met medisch personeel dat zich principieel niet wil inlaten met geaborteerde vrouwen, inentingen of alcohol aan bejaarden wil schenken.

Op een vrij groot aantal hoofddoekzaken en andere islam-gerelateerde affaires, had niemand gerekend. ,,Men realiseerde zich toen helemaal niet wat de impact van de islam in Nederland was. Toen de Awgb in de maak was, was de verzuiling al lang op haar retour. Men had een hele rij homoseksuele leerkrachten verwacht, maar daar hebben we er uiteindelijk maar één van gezien.''

,,Ik denk zelf dat er sprake is van een emancipatieproces onder moslims. Ze durven meer uit te komen voor hun geloof. Het is algemeen bekend dat je zelfvertrouwen nodig hebt om een beroep te doen op de wetgeving op gelijke behandeling, je kunt het dus opvatten als een teken dat de integratie goed verloopt.''

Het moet Goldschmidt van het hart dat zij de aandacht voor de klachten van moslims die bij de commissie belanden in de media 'onevenredig groot' vindt. ,,Het gros van de zaken die wij behandelen, heeft niets met de islam te maken. Die gaan over vrouwen die minder verdienen dan mannen, terwijl ze hetzelfde werk doen.'' Vorige week nog stelde de commissie vast dat een luchtvaartmaatschappij 'stand-by stewardessen' in het verleden ten onrechte lager beloonde dan vaste krachten. Toen de stewardessen vanaf de jaren tachtig wel een vast contract konden krijgen, telden de 'stand by'-jaren nauwelijks mee als ervaringsjaren.

Deel dit artikel